College van Bestuur volgt advies Universiteitsraad over Mare

De frequentie waarin het universiteitsblad Mare verschijnt, blijft ongewijzigd. Met dit besluit volgt het College van Bestuur het unanieme advies van de Universiteitsraad over de universitaire media.

'Ter voorkoming van doublures, en uit oogpunt van efficiëntie zien wij de rol van Mare als een complementaire aan de Nieuwsbrief', schrijft het College van Bestuur aan de Universiteitsraad. 'Om de complementariteit te bereiken kan Mare zich richten op nieuws dat in de Nieuwsbrief niet belicht of onderbelicht wordt, opinie, debat en verdieping. In onze ogen is het uitstekend mogelijk om een dergelijke complementaire functie in een tweewekelijks verschijnend ritme vorm te geven. Wij vinden het dan ook jammer dat de redactie en de redactieraad van Mare dit innovatieve idee niet hebben willen oppakken, en er de voorkeur aan geven de bestaande situatie te continueren.'

Digitale tijdperk
Ook de Universiteitsraad heeft een sterke voorkeur de huidige frequentie van Mare te handhaven. 'Tegen de achtergrond van dit gegeven komt het ons verstandig voor deze wens te honoreren', aldus het College. Ook gaat het College mee in de door de Raad aangegeven richting van beperking van de omvang en de oplage. 'We zijn inmiddels voluit in het digitale nieuwstijdperk beland. De eerdere functies van Mare in de sfeer van het opnemen van mededelingen, en allerlei nieuwsberichten en feiten die zich dagelijks voordoen, ligt veel meer op het pad van de digitale nieuwsvoorziening dan op dat van een wekelijks verschijnend blad. Dat heeft uiteraard consequenties voor de omvang van het blad. Voorts is het goed om te bezien of de moderne techniek van 'printing on demand' behulpzaam kan zijn bij het tegengaan van het nodeloos drukken van het blad, nu vele gedrukte exemplaren ongelezen in de papierbak verdwijnen. Overleg over dit laatste zal worden opgestart met de betrokkenen.'

Verbaasd
Het College is 'oprecht verbaasd' over de sleutel waarin de laatste tijd binnen en buiten de universiteit de discussie hierover is gezet. Die sleutel is de onafhankelijkheid van de universitaire pers in het algemeen en die van Mare in het bijzonder. Ook zou het om het voortbestaan van Mare gaan. Vrijwel geen van de stellers van in de media verschenen stukken hieromtrent heeft de moeite willen nemen de opvatting, toelichting of uitleg van het College van Bestuur over het gestelde te vernemen. 'De onafhankelijkheid van Mare is nimmer ter discussie geweest. Die onafhankelijkheid is geregeld in het redactiestatuut. In onze discussie met de Raad hebben wij hierover geen enkel voorstel gedaan, hetgeen betekent dat dit statuut blijft zoals het is.'

Communicatiebeleid
In zijn brief aan de Universiteitsraad schetst het College de context van het universitaire communicatiebeleid. Dat beleid is erop gericht de universitaire gemeenschap (studenten, medewerkers, alumni) en externe relaties tijdig van nieuws en informatie over de universiteit te voorzien. 'Daarbij maken wij uiteraard gebruik van een eigentijds en dus digitaal medium: de universitaire nieuwsbrief die in combinatie met de universitaire website dagelijks kan worden ingezet. Zij spelen een primaire rol in de nieuws- en informatievoorziening van en over onze universiteit. Met name de centrale taken staan daar in focus van de belangstelling: onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Overeenkomstig de breed onderschreven strategie van de universiteit - Kiezen voor Talent - wordt veel aandacht besteed aan medewerkers en studenten die bovengemiddeld presteren, zoals winnaars van prijzen, subsidies, publicaties in topwetenschappelijke tijdschriften etc. Dat gebeurt niet alleen ter informatie maar ook ter inspiratie en motivatie van diegenen die aan deze universiteit werken en studeren.'

Mare
Daarnaast bestaat sinds jaar en dag een onafhankelijk universiteitsblad. Dat is Mare, waarvan de onafhankelijkheid van de redactie is gewaarborgd in een redactiestatuut. De uitgave van Mare wordt mogelijk gemaakt doordat de universiteit daarvoor speciale middelen (ongeveer 500.000 euro per jaar) ter beschikking stelt.

(18 september 2007/WvA)