Afscheid van Frans Saris


Scheidend decaan Frans Saris: 'De maatschappij heeft de bèta's hard nodig; geen van onze afgestudeerden loopt in de ww.'

Vrijdag 31 augustus neemt Frans Saris afscheid als decaan van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Zijn afscheidscollege is geen college, maar een performance, waarin hij vanuit de evolutietheorie antwoord geeft op de vraag 'Waartoe wetenschap'? Saris: 'Ik denk dat het écht zo is dat volkeren die aan wetenschap doen een grotere overlevingskans hebben.'

Saris verheugt zich niet op het naderend afscheid, al weet hij al lang dat het eraan komt. 'Het is straks gewoon afgelopen en dat vind ik oprecht jammer. Ik heb in mijn leven nog nooit om een andere reden gewerkt dan voor mijn plezier. Maar ik blijf 'college' geven, aan onze zeven kleinkinderen. En alle andere dingen met ze doen die ze leuk vinden. En ik kan nu eindelijk weer eens een jaar met sabbatical, dat is er al tien jaar niet van gekomen.' Saris trad aan als decaan in 2002 en stond 5,5 jaar aan het hoofd van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Daarvoor werkte hij vijf jaar bij ECN (Energie Centrum Nederland). Tot dan toe had hij de gewoonte om iedere zeven jaar een jaar met zijn gezin naar het buitenland te gaan, op sabbatical. Nu de kinderen groot zijn, gaat hij samen met zijn vrouw, misschien naar Nieuw-Zeeland, maar ook Zuid-Amerika trekt.

50% meer geld voor de faculteit
Saris kijkt tevreden terug op de afgelopen jaren. 'Bij mijn aantreden kreeg het nieuwe faculteitsbestuur de opdracht om 20% te bezuinigen. Dat was nodig, dacht men, om de faculteit op orde te brengen. Maar er was natuurlijk ook een andere oplossing mogelijk: proberen om extra geld van buiten aan te trekken. Daar zijn we met elkaar heel goed in geslaagd. We hebben een sluitende begroting voor komend jaar, met een omzet van 83 miljoen euro. Toen dit faculteitsbestuur aantrad, was die omzet 58 miljoen. We hebben dus 50% meer geld gegenereerd. Dat is natuurlijk in de eerste plaats te danken aan de inspanningen van onze onderzoekers. Zij zijn erin geslaagd geldschieters warm te maken voor hun voorstellen. Maar het helpt ook dat onze universiteit werkt met een voor Nederland uniek financieringssysteem: onderzoekers die geld weten binnen te halen, krijgen een beloning van de universiteit. Ons budget is dus niet alleen gegroeid dankzij externe geldgevers, maar ook omdat daar een groei van de eerste geldstroom tegenover stond.'

Studenten meer bij onderzoek betrekken
Minder trots is Saris op het lage slagingspercentage van Nederlandse bèta-studenten, waar de Leidse bèta-faculteit helaas geen uitzondering op vormt. 'Iedereen vindt het heel gewoon dat de helft van de studenten het niet haalt. Studenten die bij onze faculteit komen studeren, hebben vaak hele goed eindexamencijfers, anders zouden ze zich er niet eens aan wagen. En de maatschappij heeft de bèta's hard nodig; geen van onze afgestudeerden loopt in de ww. Het is dus een maatschappelijke taak om ze te laten afstuderen. Ik vind dat we onze studenten nog steeds te weinig motiveren en te weinig contact met ze hebben. Dat kan absoluut beter. We moeten ze eerder bij het onderzoek inschakelen. Niet omdat ze allemaal zo nodig onderzoeker moeten worden, maar omdat het enorm motiveert om erbij betrokken te worden. Wij doen de meest fantastische ontdekkingen. Er staat hier iedere dag wel iemand aan de deur die zegt: moet je nou eens kijken! Dáár moet je je studenten mee in aanraking brengen.'

Waartoe wetenschap?
Saris' afscheidscollege heet Rondom de Leidse Beuk, dialogen over de waarde van wetenschap. Waar gaat het college over? 'Het is eigenlijk geen echt college, maar meer een performance. Ik heb een toneeltekst geschreven, die zal ik samen met Jan Kijne, mijn naaste collega in het faculteitsbestuur en twee studenten voordragen. Het stuk speelt in de Hortus. De studenten, die in dit stuk de liefde bezingen, studeren zowel aan onze faculteit als aan de Faculteit der Kunsten.'  Het stuk gaat over de vraag 'Waartoe wetenschap?'

'Waartoe wetenschap?'
Op de dag dat Frans Saris afscheid neemt, verschijnt bij uitgeverij Leiden University Press zijn nieuwste boek Waartoe wetenschap? Saris betoogt daarin dat sinds de Verlichting volkeren mét moderne wetenschap grotere overlevingskansen hebben dan volkeren zonder. Daardoor zijn vrijwel alle volkeren over de hele wereld zich gaan bedienen van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Nieuwe inzichten in natuur en cultuur dragen bij aan de veerkracht van een samenleving en zetten aan tot duurzame ontwikkeling, tot overleven. De evolutietheorie leert ons dat onze cultuur en dus ook ons wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, onze universiteiten, een vooraanstaande plaats in de samenleving hebben gekregen juist omdat ze bijdragen aan het overleven. Die plaats kunnen we slechts behouden zolang ze dat blijven doen, want zodra zij die functie verliezen, zal de wetenschap worden gemarginaliseerd en op den duur zelfs uit onze cultuur verdwijnen. In Waartoe Wetenschap? onderzoekt Saris de wetenschap in evolutionair perspectief en bepleit hij in dertien essays en een toneeltekst een radical enlightenment waarin wetenschappers als  Francis Bacon, Kamerlingh Onnes, Albert Einstein, Charles Darwin, Spinoza en Niko Tinbergen figureren, maar ook schrijvers als Franz Kafka, Michael Frayn en Harry Mulisch.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwsgierigheid en evolutie
Saris is ervan overtuigd dat de mensheid het talent van de nieuwsgierigheid ontwikkeld heeft om te kunnen overleven. 'We zijn nieuwsgieriger dan apen en daarom overleven we beter dan apen. Schoonheid en troost zijn trouwens net zo belangrijk als wetenschap om te overleven. Daarom is dit ook een pleidooi voor de waarde van Latijn, Chinees en filosofie, want dat hebben we allemaal nodig om te overleven. Maar we moeten ons wel realiseren dat al die gaven uit de evolutie tevoorschijn zijn gekomen en een functie hebben.' 

Ambitieus en stijlvol
Saris: 'Ik heb het hier in Leiden ongelofelijk naar mijn zin gehad. Ik denk dat ik ook weet hoe dat komt. Ik heb aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en ben vijftien jaar hoogleraar geweest in Utrecht. Ik kan de drie Randstad-universiteiten dus vergelijken. Toen Breimer me indertijd vroeg om in Leiden decaan te worden, heb ik geen moment geaarzeld en meteen ja gezegd. Ik weet niet of ik dat tegen Utrecht of Amsterdam ook zou hebben gedaan. In Amsterdam zijn ze net als in Leiden wel ambitieus, maar de omgangsvormen zijn er niet altijd even vriendelijk. En in Utrecht is men wel beschaafd, maar mij toch niet ambitieus genoeg. Het aardige van Leiden is dat men hier niet alleen zeer ambitieus is, maar ook vriendelijk, voorkomend en stijlvol. Het bindend studieadvies, Kiezen voor Talent, dat hoort echt bij deze universiteit. Ik heb hier samengewerkt met mensen die niet alleen zeer getalenteerd zijn, maar ook nog eens aardig. Dat is toch fantastisch?'

Prof.dr. Frans Saris neemt op vrijdag 31 augustus a.s. officieel afscheid van de Universiteit Leiden met een afscheidscollege getiteld 'Rondom de Leidse Beuk, dialogen over de waarde van wetenschap'. Het college vindt plaats in zaal C4/5 van het Gorlaeus Laboratorium (en dus niet in de Hortus, zoals eerder aangekondigd), Einsteinweg 55, Leiden, aanvang: 16.15 uur, aanwezigheid om 16.00 uur wordt  op prijs gesteld. Na het college en een aantal toespraken wordt aan Frans en Pien Saris een receptie aangeboden in de entree hal van het Gorlaeus Laboratorium, alwaar iedereen welkom is.

(8 augustus 2007/DH)