Topteams presteren slechter


Lindred Greer: 'Machtige teams vallen ten prooi aan intern wantrouwen en presteren daardoor slechter dan minder machtige teams.'
Meer macht stelt een team in staat om beter te presteren, zou je zeggen. Onderzoek van de Amerikaans-Nederlandse promovenda Lindred Greer wijst echter het tegendeel uit: teams met veel macht presteren juist sléchter dan teams met weinig macht. Hoe kan dit verschil verklaard worden en wat zijn de implicaties ervan voor het management van organisaties? De internationale Academy of Management (AOM) heeft Greer onderscheiden met twee Best Student Paper prijzen voor haar onderzoek naar (machts)diversiteit, conflict en teamprestaties.

Lacune
Greer ontwikkelde haar interesse voor teamprestaties aan de Wharton School of Business, een onderdeel van de University of Pennsylvania. Ze werkte daar als onderzoeksassistent voor professor Karen Jehn, een expert op het gebied van diversiteit en conflict. Het onderzoek boeide haar dermate, dat Greer besloot om Jehn te vergezellen naar Nederland toen die in 2004 de overstap maakte naar de sectie Sociale en organisatiepsychologie van de Universiteit Leiden. 'Het viel ons op dat er in het verleden nauwelijks onderzoek was gedaan naar de invloed van machtsverschillen op teamprestatie. Wij wilden voorzien in die lacune. Uit ons onderzoek naar diversiteit op het werk bleek namelijk dat machtsverschillen wel eens een grotere invloed zouden kunnen hebben op teamprestaties dan traditionele vormen van diversiteit, zoals geslacht en huidskleur.'

Wantrouwen


Leden van machtige teams laten vaak na om belangrijke informatie met elkaar te delen en kweken daardoor achterdocht. De teamprestatie lijdt daar onder.
Greer verrichtte een studie onder 42 teams van een financiële multinational met kantoren in Nederland. De teams werden onderverdeeld in machtige en minder machtige teams op basis van hun vermogen om controle uit te oefenen over andere teams en over de organisatie als geheel. Beide klassen van teams werden getest op een collectieve beslistaak. Verrassend genoeg waren het de machtige teams die slechter presteerden. Waarom waren het juist de machtige teams die faalden? 'Wantrouwen is het sleutelwoord,' zegt Greer. 'Leden van machtige teams hadden veel minder vertrouwen in elkaar dan leden van minder machtige teams.' Ter illustratie: 'Als managers van verschillende onderdelen van een business unit samen een team vormen, dan handelen ze vaak vanuit hun eigen belangen. Ze laten na om belangrijke informatie met elkaar te delen en kweken achterdocht. De teamprestatie lijdt daar onherroepelijk onder.'

Machtshiërarchie
Hoe kan er onderling vertrouwen gecreëerd worden binnen machtige teams? Greer: 'Ons onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om het binnen een team eens te worden over de onderlinge machtsverdeling. Als vooraf duidelijk wordt afgesproken wie welke verantwoordelijkheid heeft, is er niet langer reden om elkaar te wantrouwen of dwars te zitten. Ook niet in een team met veel macht.' Het advies van Greer aan top-managementteams? 'Zorg dat de leden van het team onderling een duidelijke machtshiërarchie afspreken. Iedereen moet weten wie de baas der bazen is.' De psychologe is zo reëel om daar aan toe te voegen: 'Organisaties geven niet graag toe dat hun topteams niet goed functioneren. Maar dat zijn wel de teams die de toekomst van de organisatie bepalen. Ik hoop dan ook dat organisaties de resultaten van mijn onderzoek ter harte zullen nemen.'

Prijzen


Leden van een machtig team kunnen het onderlinge vertrouwen, en daarmee hun collectieve prestatie, verbeteren door vooraf duidelijke afspraken te maken over de machtshiërarchie binnen het team.
Waar heeft Greer de onderscheidingen van de AOM aan te danken? De jury's van de twee afdelingen die haar - onafhankelijk van elkaar - een prijs hebben toegekend, zijn lovend over de 'heldere rationale' en het 'indrukwekkende design' van Greers onderzoek. Om de prijzen in perspectief te plaatsen: de AOM heeft wereldwijd 17.000 leden. Greer zal de prijzen in ontvangst nemen tijdens het eerstvolgende congres van de AOM, op 7 augustus in Philadelphia. Daarbij zullen ruim 6000 leden uit bijna 100 landen aanwezig zijn.

Toekomstplannen
Greer hoopt in 2008 haar proefschrift af te ronden. Wat zijn haar toekomstplannen? 'Ik wil graag mijn huidige lijn van onderzoek voortzetten', zegt ze. Hoewel ze nog niet besloten heeft of ze in Nederland blijft of terugkeert naar de Verenigde Staten, is ze vol lof over het Nederlandse onderzoeksklimaat. 'Het mooie van Nederland is dat er volop ruimte is voor fundamenteel onderzoek. Toegepast onderzoek kan heel opwindend zijn, maar heeft als keerzijde dat je over veel dingen geen controle hebt. Ik houd van de zorgvuldig gecontroleerde laboratoriumexperimenten waar Nederland in uitblinkt. Ik denk dat we in het laboratorium meer te weten kunnen komen over de invloed van machtsverschillen op teamprestaties, en daar ben ik momenteel dan ook druk mee bezig.'

(3 juli 2007/Tristan Lavender)