Verduyn Lunel nieuwe decaan W&N


Sjoerd Verduyn Lunel: 'Waar het om gaat is dat we een faculteit creëren waarin zowel de student als de coryfee zich thuisvoelt.'
Wiskundige prof.dr. Sjoerd Verduyn Lunel wordt per 1 september 2007 decaan van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Hij is betrokken, enthousiast en trots op zijn faculteit: 'Onze meerwaarde zit in de wisselwerking tussen de onderzoeksinstituten en de samenwerking met externe partners.'

Verduyn Lunel is wetenschappelijk directeur van twee van de acht facultaire onderzoeksinstituten: het MI (Mathematisch Instituut) en het LIACS (Leiden Institute of Advanced Computer Sciences). Daarnaast is hij hoogleraar Theoretische analyse. Verduyn Lunel: 'Ik heb dus eigenlijk drie hele leuke banen, die ik ook heel graag had willen blijven doen. Maar toen het College van Bestuur mij vroeg per 1 september het decanaat op me te nemen, heb ik besloten dat ik die verantwoordelijkheid niet uit de weg wilde gaan. Ik heb in deze faculteit altijd heel prettig gewerkt  (Verduyn Lunel werkt nu acht jaar in Leiden, red.), het is echt een omgeving waarin talent gedijt. Bovendien: ik vind besturen leuk, heb het altijd gedaan en wil graag een bijdrage leveren aan de organisatie. Ik blijf wel een deel van mijn tijd aan onderzoek besteden. Ik kan het enthousiasme voor deze nieuwe functie alleen maar opbrengen als ik gevoed word vanuit het onderzoek doordat ik er zelf middenin sta. Als ik alleen maar manager zou zijn, zou ik minder geloofwaardig zijn als bestuurder. Het draait hier tenslotte om wetenschap. Ik ben al wat langer actief in de wetenschap, en dan komt er een moment dat je inziet dat je als coach misschien een waardevollere bijdrage kan leveren dan als je al het onderzoek zelf zou blijven doen.'

Science in concert


Het strategieplan van de faculteit W&N. Verduyn Lunel: 'Hier gaan we mee door.'
Wat zijn de plannen met de faculteit? Verduyn Lunel: 'Najaar 2005 hebben we Science in concert afgerond, daarin staat de strategie voor de faculteit tot 2010. Dat is een document dat we echt met elkaar hebben opgesteld en waar de hele faculteit achter staat. Daar gaan we mee door, verder werken aan de dingen die in gang gezet zijn. We zijn nu halverwege, maar sommige van de doelstellingen zijn nu al gehaald. Een van de overwegingen waarom ik wel decaan wilde worden was dat ik mij heel goed kan vinden in Science in concert. Ik ben er helemaal niet voor om iedere paar jaar alles weer ter discussie te stellen. Ik heb bijna acht jaar in Amerika gewerkt, en daar heb ik me gerealiseerd dat het wel een beetje Nederlands is om steeds weer alles op de schop nemen en je af te vragen: waarom zijn we er en moeten we er wel zijn? Dat doen ze in de VS niet. Natuurlijk moet je je wel steeds met elkaar afvragen of je nog wel op de goede weg bent en dingen bijstellen. Ik ben niet iemand die vindt dat er maar één model voor succes is, maar ik vind ook dat je niet voortdurend moet zagen aan een eenmaal gekozen model. Waar het om gaat is dat we een faculteit creëren waarin zowel de student als de coryfee zich thuisvoelt.'

Integratieslag
Gewoon maar doorgaan dus? Verduyn Lunel: 'Ik vind wel dat we weer een integratieslag zouden moeten maken. De kracht van onze faculteit is dat we per discipline georganiseerd zijn; zowel het onderzoek als het onderwijs vindt bij ons plaats binnen de instituten. Dat is bij andere faculteiten meestal niet zo. We hebben sterke instituten met een eigen identiteit, die echter wel sámen de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen vormen. Ik zie het als een uitdaging om de instituten daar de meerwaarde van te laten zien.'

Meerwaarde door samenwerking
Waar zit die meerwaarde dan in? Kunt u een voorbeeld geven? 'In mijn vakgebied, de wiskunde, wordt veel fundamenteel onderzoek gedaan op het gebied van statistiek en wiskundige modellen. We werken daarin samen met het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) en het LACDR (Leiden/Amsterdam Centre for Drug Research), een van de facultaire onderzoeksinstituten. Sinds een paar jaar kunnen ziekenhuizen echt grote aantallen patiëntgegevens verzamelen. Vroeger waren de wiskundigen altijd aan het rekenen met verzonnen getallen, nu kunnen we werken met echte data. Bij het LACDR wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar migraine. Een van de vragen is dan of een bepaald medicijn werkt. Sinds de opkomst van de systeembiologie kunnen we het menselijk lichaam als geïntegreerd systeem bestuderen door biomarkers in bijvoorbeeld bloed en urine over langere tijd te meten. Door onze wiskundige modellen bij de interpretatie van de meetgegevens in te zetten, kunnen we veel beter zien wat er op de langere termijn in het lichaam gebeurt als je een medicijn toedient. Zo kunnen we een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.

Ook voor het bestuderen van processen in de cel heb je wiskundige en informatica-technieken nodig. In de tweede en derde geldstroom is veel geld beschikbaar voor innovatieve interdisciplinaire projecten. Onlangs kregen twee van onze onderzoeksgroepen (die van Michael Richardson en die van Joost Frenken, red.) een miljoenensubsidie via de Smart Mix. Als decaan kan ik dat soort samenwerking stimuleren en zichtbaar maken.'

Gezamenlijke aanpak
Wat geldt voor de samenwerking tussen facultaire onderzoeksinstituten geldt ook voor samenwerking tussen faculteiten en zelfs universiteiten. Ook hier zit de meerwaarde in de gezamenlijke aanpak, zoals bij het vorig jaar geopende LIBC (Leiden Institute for Brain and Cognition), dat onderzoek doet naar hersenen en cognitie. In het LIBC werken vier (Leidse) faculteiten samen: Geneeskunde, Letteren, Sociale Wetenschappen en W&N. Bij Rechten biedt de forensische informatica nieuwe mogelijkheden, doordat je de resultaten van informatica-onderzoek bruikbaar kunt maken voor de opsporing. Verduyn Lunel: 'Dat zijn interessante dwarsverbanden. Organisatorisch moeten er vaak wel de nodige obstakels worden weggenomen om de samenwerking mogelijk te maken. Je moet soms lang bouwen voor er een gevoel ontstaat dat je allebei wat te winnen hebt. Maar ik ben ervan overtuigd dat iedereen er uiteindelijk beter van wordt. Dat is iets wat je steeds weer moet uitleggen.'

Topopleiding Nanosciene
Ook in het onderwijs werpt samenwerking vruchten af. De faculteit W&N biedt drie bacheloropleidingen samen met de Technische Universiteit Delft aan: 

  • LST (Life Science and Techologie)
  • MST (Moleculair Science and Technology
  • Wiskunde

Studenten die zich voor een van deze opleidingen hebben ingeschreven, studeren zowel in Leiden als in Delft. Het voordeel is dat de studenten pas na de bachelorfase hoeven te kiezen tussen de meer fundamentele wiskunde van de Leidse of de meer technische wiskunde van de Delftse opleiding, waardoor ze een meer gefundeerde keuze kunnen maken, legt de decaan uit. In de masterfase verzorgt W&N samen met Delft de opleiding Nanoscience. Verduyn Lunel: 'Ik denk dat dat deze opleiding Nanoscience een van de beste opleidingen ter wereld is. Zo'n sterke opleiding ontstaat niet zomaar, dat is een consequentie van ons beleid waarbij we consequent inzetten op talent en de kansen voor samenwerking optimaal benutten.'

Links

(26 juni 2007/DH)