Toptalent puzzelt aan Proto-Grieks


Toptalent Lucien van Beek waagt zich als eerste aan een volledige reconstructie van het Proto-Grieks, dat vermoedelijk gesproken werd rond 2000 v.Chr.

Niemand heeft zich er ooit eerder aan gewaagd: een volledige reconstructie maken van het Proto-Grieks, de oorspronkelijke taal van waaruit de verschillende oud-Griekse dialecten zijn ontstaan. Een mooie uitdaging dus voor aankomend promovendus Lucien van Beek. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) honoreerde zijn onderzoeksvoorstel met een Toptalentsubsidie, een initiatief om promoveren aantrekkelijker te maken voor jong creatief talent.

Puzzel
'Een echte puzzel', zo omschrijft Van Beek het reconstrueren van het Proto-Grieks. Een proto-taal is namelijk een taal die niet op enige tastbare wijze is overgeleverd. Het is een grondtaal waarvan de structuur afgeleid moet worden uit geschreven en gesproken bronnen uit latere periodes, zoals opgegraven kleitabletten of recentere dialecten. Van het Proto-Grieks wordt verondersteld dat het gesproken werd rond 2000 v.Chr., mogelijk in een gebied op de Balkan. Uit het Proto-Grieks zijn grofweg vijf dialectgroepen ontstaan, die in de oudheid in verschillende delen van Griekenland werden gesproken (zie onderstaande figuur).
 


Geografische verdeling van de vijf dialectgroepen die uit het Proto-Grieks zijn voortgekomen (vijfde eeuw v.Chr.). Bron: Mallory & Adams (1997), Encyclopedia of Indo-European Culture. London: Fitzroy Dearborn.

Klankwetten
Hoe gaat Van Beek te werk bij het reconstrueren van het Proto-Grieks? 'Uitgangspunt van vergelijkend taalkundig onderzoek is dat taal verandert op basis van stapsgewijze klankontwikkelingen,' legt hij uit. 'Deze ontwikkelingen hebben een wetmatig karakter. Met behulp van zogenoemde klankwetten probeer ik te beschrijven hoe het Grieks in de loop der eeuwen veranderd is. Door de klankwetten in de juiste volgorde te zetten, ontstaat een reconstructie van de oorspronkelijke prototaal die stapsgewijs kan worden getoetst.'

Dialectverschillen
Klankwetten kunnen afgeleid worden uit verschillen tussen dialectvormen van hetzelfde woord. Een historische taalreconstructie van het Griekse woord voor dageraad kan als voorbeeld dienen. In verschillende Griekse dialecten kent dit woord verschillende vormen. In de dialecten Lesbisch en Dorisch bevat het woord een w-klank (respectievelijk /awwōs/ en /āwōs/), in het Attisch en het Ionisch niet (respectievelijk /heōs/ en /ēōs/). Door ook naar dialectverschillen tussen andere woorden te kijken, kan worden vastgesteld dat de w-klank in de laatste twee dialecten altijd verdwenen is tussen twee klinkers. 'Dit wijst op een wetmatige klankverandering in de geschiedenis van deze dialecten,' aldus Van Beek.

Volgorde
Van Beek is niet de eerste die onderzoek doet naar de Griekse klankwetten. 'Maar in het verleden namen onderzoekers het niet zo nauw met de chronologische volgorde van de wetten', vertelt hij. 'Terwijl die volgorde wel cruciaal is bij het reconstrueren van een proto-taal. Alleen als je de klankwetten correct dateert ten opzichte van elkaar, kun je de vormen die je vindt in de verschillende dialectgroepen verantwoorden met een stapsgewijze afleiding. Het ontbreekt op dit moment nog aan een volledige relatieve chronologie van klankwetten.'


Voor een reconstructie van het Proto-Grieks is Van Beek onder meer afhankelijk van geschreven bronnen uit latere periodes, zoals deze inscripties.

Morfologie
Het reconstrueren van het klanksysteem van het Proto-Grieks is een opgave op zich, maar daar blijft het voor Van Beek niet bij. Hij gaat vervolgens ook uitzoeken hoe de grammatica van de proto-taal in elkaar zat. Waarom eerst het klanksysteem en dan de grammatica? Van Beek: 'Wil je bijvoorbeeld naamvalsuitgangen reconstrueren voor een bepaald taalstadium, dan moet je eerst weten wat de klankelementen zijn in termen waarvan je die uitgangen reconstrueert. Ik begin daarom met het reconstrueren van het klanksysteem en ga me daarna pas buigen over de grammatica.'

Volledig
Waarom is het Proto-Grieks nooit eerder volledig gereconstrueerd? 'Daarvoor bestaan twee redenen', vertelt Van Beek. 'In de 19e eeuw vond men dat triviaal, omdat men het Grieks als één taal beschouwde. Het reconstrueren van een proto-taal is alleen zinvol als je vergelijkingsmateriaal tot je beschikking hebt.' De laatste decennia hebben onderzoekers een volledige reconstructie van het Proto-Grieks juist gemeden omdat zij er teveel tegenop zagen. 'De verschillende Griekse dialecten zijn erg ambigu qua voorgeschiedenis. Daardoor heeft men vaak getwijfeld of het überhaupt mogelijk is om tot een reconstructie van hun chronologie te komen.' Van Beek zelf is hoopvoller gestemd. 'Het is mijn ambitie om zo volledig mogelijk te zijn.'

Archeologie
Historische taalwetenschap kan volgens het aanstormende wetenschappelijke talent meer kennis opleveren dan alleen een reconstructie van proto-talen zoals het Proto-Grieks. 'Als je weet welke taal er in een bepaalde tijd werd gesproken, vertelt dat je ook iets over de wereld waarin de mensen toentertijd leefden. Aan de aanwezigheid van bepaalde woorden in de proto-taal van de Indo-Europeanen kun je bijvoorbeeld zien dat zij waarschijnlijk paard reden. Historische taalwetenschap is dus eigenlijk een soort archeologie van de menselijke leefwereld; niet onder de grond, maar in het gesproken en geschreven woord'.

(19 juni 2007/Tristan Lavender)