Breekijzer in de geschiedenis

'Newton is per ongeluk een breekijzer in de geschiedenis geweest', stelt dr. Eric Schliesser. 'Voor Newton werden filosofie en wetenschap als een eenheid beoefend. Na hem zijn ze gesplitst in twee aparte disciplines.' Van 21 tot en met 24 juni vindt in Museum Boerhaave een grote conferentie over de rol van Newton plaats.


Sir Isaac Newton in 1702 door Godfrey Kneller geschilderd (National Gallery Portrait).

Kant
Het kan soms raar lopen. Vijftien jaar geleden schreef Michael Friedman een boek over de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Friedman was zelf als filosoof bekend geworden door werk aan de ruimte en tijdtheorieën van onder anderen Isaac Newton (1643-1727). 'Dit boek heeft ervoor gezorgd dat de wetenschappelijke interesse in Kant en de metafysische vraagstukken die hij aan de orde stelde opnieuw werden geanalyseerd', vertelt Schliesser. 'Kant is waarschijnlijk de eerste die de Melkweg beschreven heeft en hij heeft invloedrijke uitspraken gedaan over tijd en ruimte. Kants filosofie is mede door Friedman steeds populairder geworden. De Kantianen op hun beurt kregen door dat Newton voor het eigen begrip belangrijk is.'

Filosofenechtpaar
'Het filosofenechtpaar Michael Friedman en Graciela de Pierris zijn de kern waaromheen de conferentie is opgebouwd', zegt Schliesser niet zonder trots. Ruim twee jaar is hij bezig geweest de conferentie te organiseren en hij is erin geslaagd een interessant programma samen te stellen met klinkende namen zoals die van Friedman en De Pierris, en Herman Philipse uit Utrecht. Verrassend vond hij de interesse uit Vlaanderen, vanwaar ook enkele sprekers komen.

Trots
Schliesser vindt het belangrijk dat de conferentie juist in Leiden, of ruimer, in Nederland plaatsvindt. 'In Nederland wordt de filosofie in drie disciplines opgedeeld: de praktische filosofie, die zich bezighoudt met ethiek, moraliteit, en politieke filosofie, de systematische filosofie, die zaken als kenleer, metafysica, en logica behandelt, en de historische filosofie. Als filosoof in Nederland zit je in een van deze hokjes. Een van de redenen waarom ik echt trots ben op deze conferentie, is dat hier veel filosofen komen die over Newton nadenken zonder per se specialist te zijn op de geschiedenis van de filosofie of zelfs maar de zeventiende en achttiende eeuwse natuurkunde.'

Voorbeeldfunctie
Schliesser is Nederlander, maar heeft in Amerika gestudeerd en is daar ook gepromoveerd. Sinds twee jaar verblijft hij parttime in Leiden met een Veni-subsidie van NWO. Toevallig heeft hij deze week gehoord dat hij naast de Veni-aanstelling ook een aanstelling als UD krijgt in Leiden. 'Het idee dat de geschiedenis van de filosofie ook levende filosofie is, wordt in Nederland te veel met de mond beleden', vindt Schliesser. 'In de Angelsaksische wereld bestaat dat onderscheid weliswaar ook, maar daar kun je veel makkelijker "de regels" overtreden. In dat opzicht heeft dit congres wel een beetje een voorbeeldfunctie.'


Titelpagina van de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica van Newton uit 1687.

Onderschat
Een andere reden voor de opgeleefde interesse voor Newton ligt in het midden van de afgelopen eeuw. Toen drong door dat de Newtoniaanse natuurkunde en Newtons eigen gedachtegoed niet identiek waren. Bijzonder interessant was dat Newtons interpretaties van ruimte en tijd in moderne notaties en analyses niet alleen coherent, maar ook redelijk waren, terwijl aangenomen werd dat ze sinds Einstein als verouderd konden worden beschouwd. Wetenschapsfilosofen zagen in dat Newton en de Newtoniaanse tijd en ruimte veel interessanter waren dan men gedurende zo'n vijftig, zestig jaar had aangenomen. Daar kwam bij dat men door de publicatie van Newtons manuscripten een beter inzicht kreeg in zijn ideeën, niet alleen in de betekenis van zijn natuurkunde. Newton is jarenlang onderschat als filosoof en werd alleen gezien als groot natuurkundige.

Breekijzer


Newtons oudere tijdgenoot Christiaan Huygens

De vraag werpt zich op waarom wel Isaac Newton en niet Christiaan Huygens (1629-1695), een oudere tijdgenoot, fungeerde als breekijzer. Schliesser geeft hiervoor twee redenen: 'Huygens is historisch minder belangrijk geweest. Hij was in heel veel opzichten een moderne wetenschapper, probleemgericht en probleemoplossend, maar hij liet weinig interessante problemen na voor de volgende generatie. En hij bleek ook nog eens empirisch ongelijk te hebben. Hij heeft nooit een hoofdwerk geschreven waarin de verschijnselen van de wereld bij elkaar gebracht en verklaard werden, geen alomvattende visie. Ik denk overigens dat hij zo'n visie wel had, maar dat hij die niet op papier heeft gezet. Een ander punt is dat zijn wereldbeeld veel lijkt op dat van René Descartes en Galileo Galileï. Je kunt dus niet makkelijk zien waar hij vernieuwend was.'

Mythevorming
Schliesser vindt het wel jammer dat filosofen niet méér onderzoek naar Huygens doen: 'Hij was zeker heel diepzinnig over beweging en over ruimte en tijd. Hij en Newton zijn op dat punt veel belangrijker dan tijdgenoten, bijvoorbeeld Gottfried Leibniz (1646-1716) die meestal wordt genoemd als de belangrijkste tegenspeler van Newton.' Een belangrijke reden waarom Huygens buiten onze landsgrenzen minder bekend is ligt volgens Schliesser aan de manier waarop wij ons erfgoed aan de man brengen. 'Politiek beladen figuren als de Huygensen lagen lastig tijdens de natievorming in de negentiende eeuw. En omdat er geen Nederlandse Academie was die bijdroeg aan hun bekendheid, kon er niet zo'n mythevorming ontstaan zoals die in andere landen wel rond grote figuren ontstond.'

Schliesser zou graag een volgende conferentie wijden aan Huygens. 'Die zou dan eigenlijk niet in Nederland moeten plaatsvinden, maar in Oxford, Harvard of Parijs.'

Links

(19 juni 2007/SH)