Merk, god en verbod


Promovendus Caspar van Woensel: 'Het huidige Nederlandse recht is onvoldoende berekend op de problemen die het publieke gebruik van symbolen met zich kan meebrengen.'

De naam van een hindoe-god als merk voor erotische dvd's deponeren: mag dat? Hoe ver gaat het recht met de bescherming van namen en afbeeldingen die een grote symbolische waarde hebben voor mensen? Caspar van Woensel schreef een boek over de manier waarop het recht omgaat, en om zou móeten gaan, met symbolen. Op 19 juni promoveert hij op Merk, God en Verbod.

Symbolen
Onder symbolen verstaat Van Woensel namen en afbeeldingen die belangrijke immateriële waarden voor mensen hebben. Voorbeelden van symbolen van nationale, religieuze en cultureel-historische aard zijn: het Monument op de Dam, de Davidster en De Nachtwacht. Omdat een deel van de identiteit van mensen verankerd is in symbolen, ontlenen zij er aanspraken, belangen en soms zelfs rechten aan. 'In mijn boek laat ik zien dat het huidige Nederlandse recht daar onvoldoende op berekend is', aldus Van Woensel.

Museumwinkel
Aanzet voor de studie van Van Woensel was een bezoek aan een museumwinkel. 'Het viel mij op dat er merkbescherming rustte op sommige souvenirs. Dat deed bij mij de vraag rijzen in hoeverre cultureel erfgoed exclusief geëxploiteerd kan worden. Kun je als ondernemer een cultureel symbool, zoals De Nachtwacht, monopoliseren als een wettelijk exclusief merk? Stelt het recht daar beperkingen aan, en zo ja, zijn die toereikend?'


Wijn met afbeeldingen van Nazi-symbolen: voor velen aanstootgevend, maar getuige de grote afzet erg populair in bepaalde kringen. Heeft het recht een antwoord?

Publiek symbolengebruik
Voordat Van Woensel zich in zijn boek buigt over deze monopoliseringsvraag, laat hij de lezer eerst kennismaken met de juridische kaders die niet-exclusief symboolgebruik omgeven. Daarbij valt te denken aan het gebruik van symbolen in de media, bijvoorbeeld in een reclame of in een spotprent. Ook hier geen gebrek aan controverses. 'Gebruik van symbolen in het publieke domein kan op weerstand stuiten van burgers of groeperingen die zich gekwetst voelen in hun identiteit,' vertelt Van Woensel. 'Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke tumult rond de bespotting van de profeet Mohammed in Deense dagbladcartoons. Ik heb onderzocht of het recht een antwoord heeft op dergelijke situaties.'

Van geval tot geval
Van Woensel nam zowel het strafrecht als het burgerlijk recht onder de loep. Vooral het burgerlijk recht had daarbij zijn aandacht, want steeds vaker groeperen burgers zich om bij de burgerlijk rechter protest aan te tekenen tegen het gebruik van symbolen. Zo procedeerden Nederlandse hindoes onlangs tegen het gebruik van de naam van hun god Shiva op dvd's met erotisch materiaal. Van Woensels conclusie? 'Het is niet mogelijk om in algemene juridische termen af te bakenen hoe ver je kunt gaan in het publieke gebruik van symbolen. Dat is niet een zwakte van het recht. Elke situatie is immers anders. De rechter zal daarom van geval tot geval moeten beoordelen in hoeverre een bepaalde uiting onrechtmatig is of niet.'

Gemeenschappelijke aspecten
Toch hebben sommige zaken wel aspecten met elkaar gemeen die als houvast kunnen dienen voor de rechter. Van Woensel: 'Het is bijvoorbeeld van belang of de gebruiker van het symbool bekend is met de religieuze betekenis van het symbool en of het gebruik ervan op die religieuze betekenis is gericht of niet. In de Shiva-zaak was dat niet het geval en daarom zijn de dvd's niet verboden.'


Hoe ver kun je gaan met het gebruik van religieuze symbolen? De beoogde tentoonstelling van een gekruisigde Jezus-figuur zonder lendedoek, geheel gemaakt van chocolade, werd verboden door een Amerikaanse rechter. My sweet Lord, ook bekend als Sweet Jesus, is van de hand van de Italiaans-Canadese kunstenaar Cosimo Cavallaro. Cavallaro woont en werkt de Verenigde Staten.

Vrijheid van meningsuiting
'Een lastig probleem voor de rechter is dat het verwijt van misbruik of oneigenlijk gebruik van symbolen op gespannen voet staat met de vrijheid van meningsuiting', vervolgt Van Woensel. 'In mijn boek reik ik rechters daarom tien gezichtspunten aan die zij zouden kunnen benutten in hun afwegingen. Bijvoorbeeld: als een symbool gebruikt wordt in het kader van een publiek debat of als er sprake is van een satire, dan weegt de vrijheid van meningsuiting in mijn ogen zwaar. Als er daarentegen sprake is van zomaar een belediging, onwaar en zonder enig doel, dan zou een beroep op de vrijheid van meningsuiting minder gewicht in de schaal moeten leggen.'

Monopolisering
Op het gebied van monopolisering van symbolen blijkt het nog moeilijker om strakke wettelijke kaders te ontwaren. Van Woensel: 'Het huidige merkenrecht in Nederland en haar buurlanden legt weinig beperkingen op aan het deponeren van symbolen als exclusief merk. Het merkenbureau van de Benelux hield de registratie van Shiva als erotiekmerk bijvoorbeeld niet tegen, met hevige protesten uit de hindoe-gemeenschap tot gevolg. Er zijn maar een paar van zulke incidenten nodig om een negatief sentiment te creëren tegen de overheid en andere officiële instanties. Dat is onwenselijk.'

Debat
Van Woensel pleit dan ook voor strengere regelgeving ten aanzien van aanspraken op exclusiviteit. 'Op Europees niveau is er al een bepaling in het merkenrecht die officiële instanties en rechters de mogelijkheid biedt om onder andere religieuze symbolen uit te sluiten van merkregistratie. Die bepaling is echter facultatief en nooit overgenomen in het Nederlandse recht. Met mijn boek hoop ik een debat op gang te brengen over de rechtvaardigheid van aanspraken op exclusiviteit, zodat actuele problemen op dit gebied het hoofd geboden kunnen worden. Zeker nu de samenleving steeds meer een multicultureel karakter krijgt, is het belangrijk dat er duidelijke juridische kaders komen voor het gebruik van namen en afbeeldingen met een grote symbolische waarde.'

Kijk voor meer informatie over Caspar van Woensel en zijn boek op www.casparvanwoensel.nl.

(19 juni 2007/Tristan Lavender)