Strips als onderzoeksobject
|
|
Politiek instrument
Geheel oncontroversieel is het niet, strips te gebruiken in het onderwijs op de universiteit. 'Maar het is niet zo mesjogge als het in eerste instantie klinkt', zegt Goto-Jones. 'In Europa en de VS spelen film en literatuur in de mainstream filosofie ook al een belangrijke rol. En dan is de stap naar anime en manga nog maar klein.' Er zijn echter nog andere motivaties waarom Goto-Jones deze media wil gebruiken in het onderwijs. Ze kunnen worden gebruikt als een politiek instrument om mensen te manipuleren. Sinds halverwege de jaren negentig is het medium van de manga uitgegroeid tot een podium waar commentaar wordt geleverd op de situatie in Japan. Bovendien is het een medium dat een miljoenenpubliek bereikt. Een publiek zelfs dat anders nooit bereikt zou worden.
Revisionistische visie
Het is vooral het grote verschil met de media in het Westen dat Goto-Jones is opgevallen: 'De Nederlandse traditie van cartoons komt er nog het dichtste bij, maar is toch nauwelijks met de manga te vergelijken. Rond 1995 is er een soort keerpunt. Manga-artiesten als Yoshinori Kobayashi zijn zelfbewust en doelbewust bezig met een eigen revisionistische visie op de (Japanse) geschiedenis te geven. Hij schildert het Japan van vandaag af als een land dat verslagen, beledigd en gehersenspoeld is. Hij wijt deze hersenspoeling die het ware Japannerschap in de weg staat, aan de VS tijdens de naoorlogse bezetting. Vervolgens laat hij zien wat het ware Japannerschap dan wel is. Dat doet hij onder andere door de Tweede Wereldoorlog te herschrijven.'
|
|
Verzet
Van de manga van Kobayashi zijn miljoenen exemplaren verkocht. Goto-Jones: 'Er is natuurlijk ook verzet tegen, maar Japan is tamelijk conservatief en dat betekent dat er ook sympathie is voor de extreme, rechtse standpunten. Er zijn universiteiten in Japan die Sensōron 'Over de oorlog' van Kobayashi gebruiken in hun cursus geschiedenis, als deel van het undergraduate programma. De redenen daarvoor kunnen verschillen, maar het is zeker iets om aandacht aan te besteden. Als die universiteiten zo'n boek serieus genoeg nemen voor hun programma, dan is het dat voor ons zeker ook.'
Ontkenning
Japan lijkt in vergelijking met Duitsland, zijn oorlogsverleden nog niet verwerkt te hebben. Goto-Jones: 'In Japan is de ontkenning haast een nationale ziekte. Men heeft het dan al gauw over schuld- en schaamteculturen. Zo'n beeld kan handig zijn als algemeen kader, maar het is zeker niet zo dat alle Japanners ontkennen.' Hij ziet drie verschillende redenen voor deze houding van ontkenning: politiek, historisch en retorisch. 'Politiek geldt de vraag waarom de Japanse verontschuldigingen niet als zodanig herkend worden, want Japan heeft dat ruimschoots gedaan. Het enige woord dat nog niet gevallen is, is zange dat zoveel betekent als 'berouw' of 'boete'. Dan volgt de kwestie van acceptatie. Waarom accepteren China en Korea de Japanse verontschuldigingen niet? Het is eigenlijk wel gunstig voor China en Korea om niet te accepteren. Historisch gezien is er sprake van responsibility dwarfing. Het feit dat Japan de oorlog verloren heeft en lange tijd bezet is geweest, verkleint de historische verantwoordelijkheid. En retorisch gezien werpt zich de vraag op waarvoor Japan zich moet verontschuldigen. Voor de oorlog, wordt wel gezegd, maar dat verschilt sterk met Duitsland, waar de verontschuldiging vooral het specifieke geval van de Holocaust betreft. Het is dus veel diffuser waar ze zich schuldig over moeten voelen.'
|
|
Atoombommen
'En dan zijn er nog de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki', vertelt Goto-Jones. 'Voor velen transformeert dit Japan van een agressor in een slachtoffer. En als ze een slachtoffer zijn, dan zouden ze verontschuldigingen moeten krijgen in plaats van geven.' Hij haalt de Japanse geleerde Norihiro Katō aan, die beweert dat Japan nog niet klaar is om zijn berouw uit te spreken, omdat het nog niet klaar is met zijn eigen verlies. 'Hij gelooft dat Japan en de VS samen de mogelijkheden van Japan vernietigd hebben om met zichzelf in het reine te komen. Dat heeft Japan verdeeld in een officieel deel dat zijn spijt betuigt en een officieus deel dat dat niet doet. Hij ziet dat als schizofreen. De bezoeken van de premiers aan de Yasukuni-tempel waar de gevallen soldaten geëerd worden, zijn een soort therapie om dat te bereiken. Duitsland zou dat wel hebben bereikt door een pijnlijk proces van zelfinkeer. Geen van tweeën is waar', benadrukt Goto-Jones. 'Een deel van Japan en een deel van Duitsland is in het reine gekomen met zijn verleden.'
Synthese
Het project over manga en anime waarmee Goto-Jones juist is begonnen, is een goed voorbeeld van zijn aanpak. Hij is in Oxford in Engeland als politiek filosoof 'disciplinair' geschoold. Hij streeft er steeds naar om onderwerpen niet alleen vanuit een disciplinair of een regionaal gezichtspunt te benaderen, maar om tot een synthese tussen beide te komen. Goto-Jones: 'Ik kijk naar welke nuttige gezichtspunten de regio oplevert voor de discipline en hoe je de discipline kunt inzetten om de regio te onderzoeken. Als je de regio uit het oog verliest en je concentreert op de discipline loop je het risico etnocentristisch te worden en als je de discipline vergeet word je oppervlakkig en lees je alleen nog maar over Japan.'
Vrijdag 15 juni om 16.15 uur houdt prof.dr. Chris Goto-Jones zijn oratie in de Lokhorstkerk.
Titel van de oratie is: What is Modern Japan Studies? Towards a Constructive Critique of Epistemic Violence.
(12 juni 2007/SH)



