'Ze nestelen het liefst op daken met grind'
|
|
Vanmiddag gaat Vollmer weer het dak op om te kijken hoe het ervoor staat met de meeuwennesten waar ze onderzoek naar doet. Ze wil zien of de nepeieren die ze in de nesten heeft gelegd, geaccepteerd zijn door de meeuwen en of ze er misschien nog eieren bij gelegd hebben. Dat kan ze alleen maar vaststellen dankzij de hulp van de Leidse brandweer, die een auto met ladder beschikbaar stelt om het dak op te kunnen. 'Hoogtevrees heb ik gelukkig niet', lacht Vollmer, 'anders zou ik dit werk niet kunnen doen.'
Aanslag op nachtrust
De overlast die inwoners van de stad Leiden ondervinden door meeuwen lijkt steeds erger te worden. Het gaat vooral om geluidsoverlast. Stadsmeeuwen nestelen bij voorkeur op daken. En jonge meeuwen kunnen hard en veel krijsen. Als je dan net onder zo'n meeuwennest je slaapkamer hebt, dan betekent zo'n nest een aanslag
|
|
Remedie nog niet gevonden
Het is in Nederland verboden om vogels, en dus ook meeuwen, letsel toe te brengen. Wat wel mag is de meeuwen verhinderen om op je dak te nestelen. Maar meestal wordt pas duidelijk dat er een probleem is, als het nestelen al heeft plaatsgevonden. De burger kan dan dus niets anders meer doen dan de gemeente bellen. Maar de gemeente heeft eigenlijk geen echte oplossing. In november 2006 is er een symposium geweest over de meeuwenoverlast. Behalve tal van specialisten op het gebied van vogelgedrag, onder wie gedragsbioloog prof.dr. Carel ten Cate, waren daar ook vertegenwoordigers van een aantal Nederlandse kustgemeenten die last van meeuwen hebben. Behalve Leiden zijn dat ook Den Haag, Haarlem en Alkmaar. Conclusie van het symposium: er is nog veel te weinig bekend over het gedrag van stadsmeeuwen. Om in de toekomst een remedie tegen de meeuwenoverlast te kunnen ontwikkelen, is onderzoek nodig.
Pilot
De gemeente Leiden en de Universiteit Leiden werken sinds kort samen bij de bestrijding van de meeuwenoverlast. Gedragsbioloog prof.dr. Carel ten Cate vroeg oud-student Anne Vollmer of zij wilde meewerken aan een pilot om het broedgedrag van meeuwen te bestuderen. De pilot wordt gefinancierd door de gemeente Leiden. Als de pilot slaagt en er financiering gevonden wordt, kan het onderzoek worden uitgevoerd. Vollmer zou er graag een promotieproject van maken, met Ten Cate en dr. Hans Slabbekoorn als begeleiders. (Slabbekoorn deed onderzoek naar de invloed van stadsgeluiden op koolmezenpopulaties: http://www.nieuws.leidenuniv.nl/http://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/1336.html)).
Proefgebied Boerhaavekwartier
De grootste overlast wordt veroorzaakt door het lawaai dat de jonge meeuwen in het nest veroorzaken. Het idee is nu om echte meeuweneieren te vervangen door nepeieren, die dus niet uitkomen. Dat is een bekende methode. Maar onbekend is wat de lange-termijn-effecten daarvan zijn. Wat gaan de meeuwen wier eieren verwisseld zijn het daarop volgende jaar doen? Daar willen de onderzoekers achter komen door in het proefgebied Boerhaavekwartier te proberen álle meeuweneieren te vervangen. Het Gorlaeus-gebied dient als controlegebied. Hier wordt niets gedaan met de meeuweneieren, zodat er volgend jaar een vergelijking gemaakt kan worden. Ook hopen ze in de toekomst meeuwen te merken om zo hun verplaatsingen en ander gedrag te kunnen volgen.
Hoe reageren de meeuwen?
De maanden april en mei waren drukke maanden voor Vollmer. De meeuwen broeden in mei en ze is druk in de weer geweest om in het Boerhaavekwartier meeuweneieren te vervangen door nepeieren. Elders in Leiden gebeurde dat door de ongediertebestrijding van de gemeente, wanneer klachten van inwoners daar aanleiding toe gaven. Vollmer heeft inmiddels tussen de 300 á 400 Leidse meeuwennesten gelokaliseerd. De komende tijd is het afwachten om te kijken wat er nu gebeurt. Wat gaan de meeuwen doen? Zullen ze de nepeieren accepteren of gooien ze ze het nest uit? En, als ze geaccepteerd worden, hoe lang blijven de meeuwen dan broeden als ze merken dat de eieren niet uitkomen? Proberen ze dan nog nieuwe eieren te leggen? En komen ze dan het jaar daarop nog terug? Om antwoord op deze laatste vraag te krijgen, gaat Vollmer de meeuwen ringen. Zo kan ze zien of die meeuwen wier eieren vervangen zijn het toch een jaar later op dezelfde plek opnieuw gaan proberen. Ook besteedt Vollmer aandacht aan gedragsverschillen tussen de twee meeuwensoorten die in de stad broeden: de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw. Zo lijkt de zilvermeeuw sterker aangetrokken te worden tot vuilniszakken dan de mantelmeeuw.
Voorkeur voor grind
Wat Vollmer ook wil weten is op welk type daken de meeuwen graag nestelen. Ze blijken een duidelijke voorkeur hebben voor daken met grind. Liefst dicht bij een of ander obstakel, zoals een dakrand of een schoorsteen. Maar ze zitten ook wel op mastiek gedekte daken. Maar doen ze dat nu bij gebrek aan een alternatief van grind, of vinden ze mastiek ook wel lekker, vraagt Vollmer zich af. Als precies duidelijk is op welke daken ze het liefst een nest bouwen, dan zouden die daken van tevoren kunnen worden afgeschermd.
(5 juni 2007/DH)


