Biobouw bedreigt kievit


Milieubioloog Steven Kragten: 'De manier waarop biologische boeren hun land bewerken brengt veel risico's met zich mee voor kievitsnesten.'

De biologische landbouw rukt op. Goed voor milieu en landschap. Maar of akkervogels er ook zo blij mee zijn? Milieubioloog Steven Kragten, werkzaam bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), vergeleek het nestsucces van kieviten op biologische en gangbare akkerbouwbedrijven. En wat blijkt: op biologische bedrijven gaan relatief veel kievitseieren verloren. De resultaten van het onderzoek zijn vorige maand gepubliceerd in het vooraanstaande vogeltijdschrift Ibis.

Groter gevaar
'De manier waarop biologische boeren hun land bewerken brengt veel risico's met zich mee voor kievitsnesten,' vertelt Kragten. 'Omdat biologische boeren onkruid niet met herbiciden bestrijden maar met mechanische methoden, lopen de nesten op hun akkers groter gevaar. Nesten kunnen gemakkelijk verloren gaan door de grote schoffel- en egmachines die over de akkers trekken. Bij het vergelijken van biologische en gangbare landbouwgrond is het daarom niet voldoende om te kijken naar dichtheden aan vogels, zoals veel in eerder onderzoek is gebeurd. Het is belangrijker om na te gaan hoeveel nesten er uitkomen.' Dat is precies wat Kragten heeft gedaan.


De kievit staat op een rode lijst van vogels waarvan het voortbestaan in Nederland wordt bedreigd.

Paarsgewijze vergelijking
Kragten voerde zijn onderzoek uit bij 20 paar akkerbouwbedrijven in Oostelijk Flevoland en de Noordoostpolder. Ieder paar bestond uit een biologisch en een gangbaar bedrijf, waarbij het omliggende landschap zo veel mogelijk gelijk werd gehouden. In de jaren 2005 en 2006 brachten Kragten en zijn collega's eenmaal per week een bezoek aan elk bedrijf. De onderzoekers speurden naar kievitsnesten en noteerden tijdens elk bezoek of de nesten bebroed, verloren of uitgekomen waren.

Lager nestsucces
De resultaten van het onderzoek laten in 2005 een groot verschil zien in nestsucces: bijna 50% van de nesten op gangbare bedrijven kwam uit, tegenover slechts 25% van de nesten op biologische bedrijven. Dit terwijl het absolute aantal nesten per hectare op biologische bedrijven groter was. In 2006 was er geen significant verschil in nestsucces, maar volgens Kragten gaven de atypische weersomstandigheden dat jaar een vertekend beeld. Het weer in 2005 was representatiever voor het huidige Nederlandse klimaat. Het onderzoek laat volgens Kragten dan ook duidelijk zien dat biologische bedrijven meer kieviten aantrekken, maar dat er negatieve effecten van biologische landbouw op het nestsucces kunnen zijn.

Nadelen
Moet biologische landbouw uit het oogpunt van natuurbehoud een halt toe worden geroepen? Die conclusie is Kragten te generaliserend en te rigoureus. Maar dat biologische landbouw in de huidige vorm naast voordelen ook nadelen heeft, staat voor hem wel vast. 'Ook van andere akkervogels, zoals de veldleeuwerik, is inmiddels bekend dat relatief veel nesten verloren gaan op biologische landbouwgrond. Biologische boeren zullen dus een stapje extra moeten zetten om de populatie van akkervogels in stand te houden.'


Kragten: 'Markering van nesten door vrijwilligers is in potentie een goede methode om de kievit te beschermen.'

Nestbescherming
Welke maatregelen kan de biologische boer treffen om akkervogels te beschermen? Kragten hoopt dat de bestaande nestbescherming door vrijwilligers verder uitgebreid en verbeterd wordt. Vrijwilligers gaan daarbij het veld in om nesten te markeren, zodat de boer ze kan sparen tijdens landbewerkingen. 'In potentie een goede methode, maar de effectiviteit laat vaak nog te wensen over. De hoge bamboestokken die ter markering worden gebruikt kunnen roofdieren aantrekken, waardoor de nesten alsnog verloren gaan. Om de vogels goed te beschermen zouden de markeerstokken bijvoorbeeld verder van de nesten geplaatst kunnen worden. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen hoe effectief dergelijke oplossingen zijn in het beschermen van de nesten.'

Voedselaanbod
Er is echter meer voor nodig om de akkervogelpopulatie op peil te houden dan alleen nestbescherming, zo blijkt uit berekeningen van Kragten. 'Het voedselaanbod voor de jonge vogels moet toereikend zijn om hen een goede overlevingskans te bieden, anders blijft het effect van nestbescherming beperkt,' zegt hij. 'De aanwezigheid van grasland heeft mogelijk een positief effect op de overleving van jonge kieviten, dus inpassing van grasland in akkerbouwgebieden zou wellicht uitkomst kunnen bieden.'

Positieve reacties
Gelet op de kosten en de landbouwkundige consequenties betwijfelt Kragten of boeren tot het uitvoeren van dergelijke maatregelen bereid zijn. Maar uit de reacties van de biologische boeren die deelnamen aan zijn onderzoek, blijkt wel dat de roep om bescherming van akkervogels niet aan dovemansoren is gericht. 'Boeren staan in ieder geval positief tegenover nestbescherming door vrijwilligers.'

Kragten, S., & De Snoo, G.R. (2007). Nest success of Lapwings Vanellus vanellus on organic and conventional arable farms in the Netherlands. Ibis, doi: 10.1111/j.1474-919x.2007.00702.x.

(5 juni 2007/Tristan Lavender)