Het Nationaal Museum, inmiddels gerestaureerd, en een plan voor nieuwbouw.

In opleiding voor Afghanistan

Qudsia Zohab en Khairzada denken niet dat de Taliban het nog eens voor het zeggen krijgen in Kabul. De beide jonge Afghanen zijn op uitnodiging van de Leidse Universiteit, en met financiële steun van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, te gast bij de onderzoekschool CNWS.

Meteen aan de slag
Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geld beschikbaar gesteld om twee Afghaanse young professionals op het gebied van cultuur gedurende een jaar op te leiden in Leiden. Op 10 april zijn Qudsia Zohab en Khair Mohammed Khairzada gearriveerd. Het CNWS, de Onderzoekschool voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische Studies, treedt op als gastheer; degene die de rol van begeleider en tutor heeft, is Afghanistan-kenner dr. Willem Vogelsang (uitvoerend secretaris bij het CNWS en conservator voor Zuidwest- en Centraal-

Afghanistan: schatkamer voor archeologen
Afghanistan is een schatkamer voor archeologen. Het land als zodanig bestaat nog maar enkele eeuwen, namelijk sinds 1747, maar het gebied kent een lange, roerige geschiedenis waarin vele culturen zich hebben doen gelden.
 Lees verder

Azië bij het Volkenkunde Museum). Het is volgens Vogelsang de bedoeling dat over een jaar nog meer  Afghanen naar Leiden komen. 'Het gaat erom kennis en vaardigheden naar Afghanistan te brengen die  daar hard nodig zijn, in dit geval op het gebied van de museologie en de archoleogie. De mensen die teruggaan moeten meteen aan de slag kunnen met wat ze hebben geleerd. Daarom is gekozen voor jonge mensen die een baan hebben waar ze na hun jaar hier weer in terug kunnen keren.' Vogelsang is blij met de enthousiaste medewerking van het College van Bestuur, het International Office en de faculteiten letteren en archeologie.

Vlucht naar Pakistan


Khair Mohammed Khairzada: 'Wat mij helpt, helpt mijn familie.'

Khair Mohammed Khairzada (30) is als archeoloog in dienst van het Afghaanse ministerie van Informatie en Cultuur. Hij studeerde algemene archeologie aan de Universiteit van Kabul toen de Taliban in 1996  de macht overnamen. Deze tak van fundamentalistische moslims wilde alle jongemannen in hun gelederen opnemen en Khairzada vluchtte naar Pakistan. In 2003  keerde hij terug naar Kabul om zijn opleiding af te maken. De Taliban hadden inmiddels flink huisgehouden in Afghanistan (zie ook het kader).

Opgravingstechnieken
Khairzada kon na zijn studie aan het werk als archeoloog. Wat er de laatste jaren aan archeologisch onderzoek plaats vindt, vaak onder moeilijke omstandigheden, gebeurt met steun uit Duitsland, Japan en Frankrijk. Voor Khaizada resulteerde dit in twee eerdere buitenlandse reizen: een naar Duitsland en een naar Japan. 'Ik werd uitgenodigd door de archeologen uit die landen om hun cultuur te leren kennen en praktische kennis op te doen', vertelt hij. 'Ik heb  diverse musea bezocht en heb veel met andere archeologen kunnen praten. Het waren dus  leerzame reizen.'

Khairzada leert in Leiden computerprogramma's en Engels. Verder krijgt hij verdiepend onderwijs in archeologische opgravingstechnieken en in de oude geschiedenis van Afghanistan. In augustus gaat hij met een groep archeologiestudenten op studiereis naar Griekenland en in september start hij met het volgen van colleges bij Archeologie.

Documenteren en rondleiden
Zohab (24) heeft een baan in het Nationaal Museum van Afghanistan in Kabul. Ze heeft na de middelbare school geen verder onderwijs meer kunnen genieten en zich al doende bekwaamd. Haar werk in Kabul bestaat uit twee componenten. Ze gaat aan de slag met de resultaten van het archeologisch onderzoek dat in Afghanistan wordt gedaan. Ze documenteert elk voorwerp en draagt zo bij aan de catalogus van het museum. Zohab vertelt dat de collectie niet alleen voorwerpen van klei en steen bevat, maar ook van brons, goud, zilver, hout, ivoor, glas en textiel. Het was vóór de acties van de Taliban een van de belangrijkste musea ter wereld geweest, met een schitterende, kostbare en gevarieerde collectie (zie kader). Haar tweede taak is het verzorgen van rondleidingen door het museum; door haar werk kent ze de collectie uitstekend.

Conserveren van textiel en kleding
Zohab loopt mee in het Museum Volkenkunde. Verder volgt ze college op het gebied van Aziatische materiële cultuur, en krijgt ze Engelse lessen. Ook leert ze omgaan met de computer en krijgt ze bij Vogelsangs echtgenote, Gillian Eastwood, honorair conservator Textiel en kleding bij Museum Volkenkunde en directeur van het Textile Research Centre, een opleiding in het conserveren van textiel en kleding. In september begint ze met het volgen van colleges.

Leren van elkaar


Vogelsang is adviseur voor Nederlandse VN-afvaardiging in Afghanistan
(zie voor zijn visie op Afghanistan het artikel in de Nieuwsbrief van 12 december 2006)

De beide Afghanen worden twee  keer per week apart  door Vogelsang bijgepraat over Afghanistan en het Midden-Oosten. Is het niet gek om zo ver van huis te leren over je eigen land? 'Dr. Vogelsang leert ook van ons', zegt Zohab. 'Hij weet enorm veel van de cultuur en de geografie van Afghanisatan maar wij weten dingen die hij niet weet, bijvoorbeeld over de  kledingstijlen in de verschillende provincies.' Khairzada: 'Afghanistan is enorm groot, en door de oorlog en het gebrek aan financiële middelen hebben we zelf lang niet alles van het land gezien.'

Vastberaden


Een slagerij in Pul-i Khumri

De beide Afghanen wonen tot augustus aan de Kaarsenmakersstraat, in een woongebouw voor buitenlandse studenten. Zohab heeft een oom in Vlaardingen waar ze naar toe kan. Toch heeft ze last van heimwee. Khairzada niet, zegt hij. Zijn gezicht krijgt een vastberaden uitdrukking. 'Natuurlijk mis ik mijn gezin en mijn familie', zegt hij, 'maar ik heb natuurlijk 'ja' gezegd op de vraag of ik naar Nederland wilde. Wat mij helpt, helpt mijn familie.'

Geweldige kans
Geen van beiden geloven ze dat de Taliban in en rond Kabul nog vaste grond onder de voeten krijgen. In het zuiden is het anders. Daar blijven de Taliban terreur uitoefenen. Khairzada: 'Ze rijden rond in moderne auto's, plegen overvallen en kidnappen mensen. Maar hen verdrijven is bijna onmogelijk.'

Aan het eind van het gesprek zegt Zohad: 'We willen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de universiteit graag bedanken voor de geweldige kans die ze ons geven. Schrijft u dat op?'

Link
Artikel over Afghanistan in de Nieuwsbrief van 12 december 2006

(15 mei 2007/CH)