De januskop van Mineke Schipper
|
|
Geen pseudoniem
Gemengde gevoelens tegenover literatuurwetenschappers die ook romans schrijven zijn typisch Nederlands. Schipper: ‘Ze bestaan overigens niet alleen bij critici, maar ook in de academische wereld: je hoort romans niet op je lijst van universitaire publicaties zetten, terwijl dat in Amerika heel gewoon is. In het buitenland heeft men met die twee gezichten wat minder moeite.’ Zou ze dan niet beter voor een pseudoniem hebben kunnen kiezen voor haar niet-wetenschappelijke werk? ‘Toen mijn eerste roman uitkwam, zei Ton Anbeek die in Leiden hoogleraar functie van de Nederlandse literaire kritiek is, meteen dat dat het stomste was wat ik had kunnen doen: geen pseudoniem nemen’, vertelt ze. ‘Hij had zelf ook onder zijn eigen naam romans gepubliceerd en had daar de wrange vruchten van geplukt. In mijn geval wordt in romanrecensies steeds weer met nadruk ingegaan op het feit dat ik literatuurwetenschapper ben.’ Dat deed Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis, in 1994 bij de bespreking van haar eerste roman Conrads rivier in NRC Handelsblad en vorige week Christiaan Weijts, zelf ook een literatuurwetenschapper die fictie schrijft, in Mare in zijn recensie van Vogel valt vogel vliegt. Maar in beide gevallen heeft dat een positieve beoordeling niet in de weg gestaan.
Twee kanten
Hoe verschillend is het schrijven van fictie en non-fictie? ‘Het zijn twee kanten van mijn leven’, zegt Schipper. ‘Terwijl je onderzoek doet, roepen allerlei zaken je nieuwsgierigheid op, maar er zijn altijd vragen die je laat liggen omdat ze buiten het kader van je onderzoek vallen, hoewel ze je intrigeren. Soms daagt een bepaalde vraag uit tot verkenning, zonder dat de wetenschap daarvoor het juiste kader biedt. In mijn nieuwste roman was dat de vraag hoe mensen met trauma en verlies omgaan. Om een antwoord op die vraag te zoeken bleek voor mij de roman een ideale vorm.’
Stijl en procedés
In hoeverre speelt voor Schipper haar wetenschappelijke kant – bijvoorbeeld bij het gebruik van stijl en procedés – een rol bij het schrijven van fictie? ‘Stijl is heel persoonlijk. En literaire procedés: tja, je kunt ze goed bestuderen, maar dat garandeert net zo min een geweldig resultaat als het uit je hoofd leren van een recept uit een kookboek. Wanneer ik fictie schrijf, zit ik midden in het verhaal van personages die met hun angsten en dilemma’s worstelen. Vroeger dacht ik dat schrijvers zich aanstelden als ze beweerden van te voren niet te weten waar ze met hun roman zouden uitkomen, maar bij mij blijkt het net zo te werken.’ Haar wetenschappelijke instelling blijft bij
Na de dood van haar grote liefde, de beroemde fotograaf Robert Vogel, blijft Laura Hulswit ontredderd achter in hun Amsterdamse grachtenhuis. Roberts laatste wens was dat zijn as zou worden uitgestrooid over de Mekongrivier. Ontroostbaar begint ze, met de urn in haar rugzak, aan haar reis naar Azië.

Vogel valt vogel vliegt, uitgeverij Prometheus,
255 pag., € 19.95
In Hongkong ontmoet ze de Amerikaan Daniel Goldstone, met wie ze bevriend raakt. Als Vietnamveteraan heeft hij heel andere redenen om naar Azië te vliegen. Hij hoopt daar de nachtmerries kwijt te raken die hem al meer dan dertig jaar kwellen.
Zonder elkaars geheime agenda te kennen reizen ze samen verder. Terwijl hun vriendschap voorzichtig groeit, nemen Laura's eenzame gesprekken met de urn geleidelijk af. In Vietnam komen de oorlogen van toen en nu dramatisch bij elkaar als Daniel te horen krijgt dat zijn zoon in Bagdad ontvoerd is. Twee levens, één verhaal - over liefde en verlies, trauma en toekomst, loslaten en opnieuw beginnen.
Het verschijnsel oorlog
Schippers nieuwsgierige beginvraag in Vogel valt vogel vliegt (zie kader voor een korte beschrijving
|
|
De vrouwelijk hoofdpersoon, Laura Hulswit, is een Leidse hoogleraar. Ze is weliswaar geen literatuurwetenschapper maar mythologe maar toch dringt de vraag zich op of deze roman misschien (gedeeltelijk) autobiografisch is. Schipper lacht: ‘Nee hoor, dat is niet zo. Gelukkig niet, wil ik eigenlijk zeggen, want de mythologe uit mijn boek heeft haar geliefde verloren, en ik godzijdank niet. Bij het schrijven van een roman maak je onontkoombaar gebruik van eigen kennis en ervaringen, maar het is prachtig om de wereld ook te verkennen aan de hand van je eigen verbeelding. En dan blijkt er opeens een leven zonder voetnoten mogelijk.‘
Trouw nooit een vrouw met grote voeten

Trouw nooit een vrouw met grote voeten, wereldwijsheid over vrouwen, uitgeverij Spectrum/Lannoo, 576 pag., € 27,95
In 2004 verscheen van Mineke Schipper een vergelijkende studie over het vrouwbeeld in spreekwoorden van de wereld. Ze heeft tien jaar aan dat onderzoek gewerkt. ‘Dat was een erg ingewikkeld onderzoek’, vertelt ze. ‘Maar onze universiteit telt binnen haar muren tal van specialisten op het gebied van uiteenlopende culturen en voor vragen waar ik niet uit kwam kon ik altijd bij aardige collega’s terecht. In mijn voorwoord heb ik dan ook de loftrompet
Het boek verscheen oorspronkelijk in het Engels bij Yale University Press en is intussen vertaald – of verschijnt binnenkort – in een groot aantal talen: Spaans, Engels, Duits, Hongaars, Turks, Arabisch, Koreaans, Russisch, Portugees en Chinees. Een zeldzame erkenning voor een wetenschappelijk boek.
De uitgeefster
Overeenkomsten en verschillen
Schipper: ‘Zowel in wetenschappelijk werk als bij het schrijven van fictie is er een beginvraag waarop je antwoord zoekt. In mijn spreekwoordenonderzoek (zie kader) zocht ik eerst vooral naar verschillen tussen culturen, omdat daar in het verleden vaak nadruk op gelegd is. Maar zoals zo vaak bleek in dit onderzoek dat nieuw inzicht ontstaat door dwars tegen vanzelfsprekendheden in te gaan. Er bleken frappante overeenkomsten te bestaan in de wereldwijde wijsheden over vrouwen. Heel verklaarbaar achteraf; we hebben allemaal een menselijk lichaam en, op grond daarvan, vergelijkbare basale emoties en ervaringen. Bij onderzoek weet je inderdaad evenmin waar je uitkomt als bij het schrijven van romans. Wat beide terreinen in mijn leven verbindt, is dat het altijd gaat over de samenleving in een mondiale context.’
(15 mei 2007/SH)


