Prof.dr.ing. Robert Zwijnenberg is benoemd tot hoogleraar in de relatie tussen kunst en natuurwetenschap
|
|
Zwijnenberg (1954) studeerde in 1977 in Utrecht af in de Weg- en waterbouwkunde. Vervolgens begon hij aan de studie Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), die hij in 1987 afrondde. Van 1987 tot 1989 was Zwijnenberg docent Esthetica en Geschiedenis van de filosofie aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Uva. Deze functie zou hij ook van 1995 tot 1997 vervullen. In 1990 startte Zwijnenberg promotieonderzoek in de wijsbegeerte. Hij deed dat in de functie van NWO-projectmedewerker bij de vakgroep Systematische en historische wijsbegeerte van de UvA. Zijn onderzoek resulteerde in de dissertatie Denken op Papier - De manuscripten van Leonardo da Vinci, die hij in 1995 succesvol verdedigde.
In 1997 werd Zwijnenberg NWO-onderzoeksmedewerker bij de vakgroep Geschiedenis van de filosofie en metafysica van de Universiteit Groningen. In 1999 werd hij daarnaast bijzonder hoogleraar Kunstgeschiedenis in relatie tot de ontwikkeling van natuurwetenschap en techniek, en universitair hoofddocent bij de capaciteitsgroep Letteren en Kunst van de Universiteit Maastricht. Deze combinatie is de wijdste spagaat die in geografisch opzicht mogelijk is in de Nederlandse academische wereld. In 2001 bekeerde Zwijnenberg zich geheel tot Maastricht.
In 2004 werd Zwijnenberg aangesteld als universitair hoofddocent bij de opleiding Kunstgeschiedenis in Leiden; daarnaast bleef hij werkzaam in Maastricht.
Zwijnenberg beweegt zich al lange tijd op het snijvlak van kunst en wetenschap. Zijn aanpak versterkt de samenwerking tussen verschillende discipines. Voorbeelden zijn de NWO-onderzoeksprojecten The Mediated Body, New Represential Spaces en Imaging Genomics in Maastricht, die vooral een brug slaan tussen kunst en bio-medische wetenschappen. Hij is landelijk coördinator van het NWO-project C0-OPs waarin kunstenaars en wetenschappers samenwerken) en oprichter en directeur van The Arts and Genomics Centre (gevestigd in de Gorleaus Laboratoria) dat de samenwerking tussen kunstenaars en natuurwetenschappers stimuleert.
De benoeming van Zwijnenberg is de laatste stap in de vorming van een sterke onderwijs- en onderzoekskern waarin de relatie van kunstgeschiedenis tot andere disciplines centraal staat. Eerdere benoemingen in dit kader waren die van de professoren Falkenburg en Meadow.
Zwijnenberg heeft ervaring op het gebied van onderwijs, bestuur en management en weet externe financieringbronnen aan te boren. Momenteel begeleidt hij vijf promovendi.
Lees ook het interview met Rob Zwijnenberg in Forum der Letteren.
(15 mei 2007/CH)

