Illegale handel aan banden


Veni-winnaar Larissa van den Herik: 'Illegale handel in wapens en grondstoffen is een groot probleem, omdat het conflicten in stand kan houden of zelfs kan aanwakkeren.'

Veni-winnaar Larissa van den Herik: 'Illegale handel in wapens en grondstoffen is een groot probleem, omdat het conflicten in stand kan houden of zelfs kan aanwakkeren.'

De Nederlandse zakenman Frans van Anraat verkocht in de jaren tachtig grondstoffen voor mosterdgas aan het Irak van Saddam Hoessein. Dat gas werd op 16 maart 1988 ingezet door het Iraakse regime in een aanval op het dorpje Halabja. Vijfduizend Koerden vonden daarbij de dood. Viel de Nederlander iets te verwijten? Van Anraat zelf vond van niet, maar de Haagse rechter oordeelde anders: Van Anraat werd veroordeeld tot vijftien jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden.

Deze casus illustreert dat het internationaal recht paal en perk stelt aan illegale handel ten tijde van gewapende conflicten. Maar gebeurt dat ook op een samenhangende manier? Zijn de wetten van het internationaal strafrecht bijvoorbeeld in overeenstemming met het sanctiebeleid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties? Of staan die regels op gespannen voet met elkaar? Dr. Larissa van den Herik heeft een Veni-subsidie gekregen om uit te zoeken of illegale handel tijdens oorlogssituaties op een consistente manier wordt aangepakt.

Drie rechtsgebieden
'Illegale handel is een groot probleem, omdat het conflicten in stand kan houden of zelfs kan aanwakkeren; immers, zonder wapens geen oorlog. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken over welke regels de internationale gemeenschap beschikt om dit probleem te bestrijden,' aldus Van den Herik. De Leidse onderzoekster, werkzaam bij het departement publiekrecht, onderscheidt drie relevante rechtsgebieden: het internationale strafrecht, het sanctiebeleid van de Veiligheidsraad, en "corporate social responsibility" (maatschappelijk verantwoord ondernemen), een semi-juridisch gebied van niet-bindende gedragscodes die bedrijven in onderling overleg opstellen. Van den Herik: 'Het is nog allerminst duidelijk of deze drie rechtsgebieden altijd tot een eensluidende conclusie leiden. Daarom ga ik elk van de drie gebieden eerst beter in kaart brengen, om ze vervolgens met elkaar te vergelijken'.

Internationaal strafrecht
Frans van Anraat werd veroordeeld op basis van het internationaal strafrecht. Dat is een vorm van recht die zich traditioneel vooral op individuele personen richt. Maar, stelt Van den Herik: 'Interessant is de vraag of op basis van het strafrecht niet alleen individuen, maar ook bedrijven verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de gevolgen van illegale handel in wapens of grondstoffen. Vaak is het niet een enkele manager die de fout in gaat, maar is het overtreden van wetten in de cultuur van het bedrijf geslopen. Wat doe je dan? Een bedrijf kun je immers niet als geheel naar de gevangenis sturen. Dus wat betekent het eigenlijk om een organisatie strafrechtelijk aansprakelijk te stellen? Dat is een vraag die ik ga onderzoeken.'


Sancties van de Veiligheidsraad zijn de laatste jaren veel doelgerichter dan voorheen. Het bestrijden van de illegale handel in grondstoffen en wapens heeft prioriteit.

Sancties
Naast het internationaal strafrecht neemt Van den Herik het sanctiebeleid van de Veiligheidsraad onder de loep. 'Handel die je volgens het strafrecht illegaal noemt, hoeft niet per se in strijd te zijn met de sancties van de Veiligheidsraad', vertelt ze. De Veiligheidsraad kent namelijk een eigen beleid. Ook hier is Van den Herik benieuwd hoe de regelgeving voor bedrijven eruit ziet. 'Sancties van de Veiligheidsraad zijn de laatste jaren veel doelgerichter dan voorheen. Werd het regime van Saddam Hoessein eerst nog aangepakt met een algemeen handelsembargo, later zag de Veiligheidsraad in dat zulke ongerichte embargo's vooral de burgerbevolking treffen. In reactie op de oorlogen in bijvoorbeeld Angola koos men daarom voor sancties met een veel nauwer en doeltreffender bereik. Met name de handel in grondstoffen, zoals diamanten, werd nu een halt toegeroepen.'

Gedragscodes
Naast de 'harde' regelgeving van het internationaal strafrecht en de Veiligheidsraad, benadrukt Van den Herik het belang van de gedragscodes die bedrijven samen met elkaar opstellen. Als voorbeeld noemt ze het zogenaamde 'Kimberley Process', een convenant waarin diamantbedrijven onderling hebben afgesproken dat ze alleen gecertificeerde diamanten verhandelen. Wederom is het de vraag of deze regels aansluiten bij de regelgeving op andere rechtsgebieden.


Maatschappelijk verantwoord ondernemen: diamantbedrijven spreken onderling af dat ze alleen gecertificeerde diamanten verhandelen (foto Paul Lowe).

Internationale rechtsorde
Waarom is onderzoek naar die coherentie tussen rechtsgebieden zo belangrijk? Van den Herik: 'Naast het concreet in kaart brengen van de bestaande regels en het onderzoeken in hoeverre deze regels goed op elkaar aansluiten of juist niet, beoogt dit onderzoek ook de bredere achterliggende vraag te beantwoorden wat de status is van de huidige internationale rechtsorde. Is er sprake van een onderontwikkelde en sterk gefragmenteerde rechtsorde, of is er toch geleidelijk ontwikkeling gaande naar meer onderlinge afstemming en een meer samenhangende rechtsorde?'

Duidelijkheid
Afgezien van dit wetenschappelijk belang is er ook een sterk maatschappelijk nut met het onderzoek gediend, betoogt Van den Herik. 'Momenteel leeft er binnen multinationals nog veel onduidelijkheid over wat wél mag, en wat niet. Er is lang niet altijd sprake van kwade wil, maar vaak wel van onwetendheid. Wat houdt een begrip als 'medeplichtigheid' nu precies in? Wanneer maak je je als handelsonderneming schuldig aan het instandhouden of versterken van een gewapend conflict? Bedrijven willen graag weten waar ze aan toe zijn. Daarom is het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de bestaande regelgeving, en de onderlinge samenhang daarin. Ik ben zeer benieuwd hoe ontwikkeld, of juist onderontwikkeld, het internationale recht is op dit gebied. Als er sprake is van een adequate en samenhangende internationale rechtsorde, dan kunnen ondernemers zoals Van Anraat niet langer hun handen in onschuld (proberen te) wassen.'

(15 mei 2007/Tristan Lavender)