Universiteit mag hoger collegegeld vragen


Deeltijders bij rechten van 30 jaar en ouder: zij betalen het hoge collegegeld.

Universiteiten mogen studenten van dertig jaar en ouder een hoger collegegeld vragen. Volgens het hoogste rechtscollege in onderwijszaken maken de universiteiten zich hiermee niet schuldig aan leeftijdsdiscriminatie.

De rechtsvraag of een universiteit onderscheid mag maken naar leeftijd bij het vaststellen van het collegegeld, werd aan het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs voorgelegd door een Leidse student.

In het hoger onderwijs zijn er twee soorten collegegeld: het wettelijke collegegeld en het instellingscollegegeld. Studenten betalen het wettelijke collegegeld als zij:

  • ingeschreven staan voor een voltijd opleiding aan een universiteit of hogeschool; 
  • EU-burger zijn en 
  • op 1 september jonger dan 30 jaar zijn.

Dit collegegeld bedraagt voor het lopende studiejaar 1.519 euro.

Deeltijdstudenten, duale studenten, niet-EU-studenten, en voltijdstudenten van 30 jaar en ouder betalen instellingscollegegeld. De hoogte van dit bedrag wordt door de instelling zelf bepaald, maar is wel aan een wettelijk minimum gebonden.

Gelijke Behandeling
In de zomer van 2005 ontstond enige beroering onder studenten toen de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) in drie zaken oordeelde dat door verschillende universiteiten verboden onderscheid op grond van leeftijd wordt gemaakt. Deze universiteiten vragen een hoger collegegeld aan studenten van 30 jaar en ouder. De oordelen van de Commissie zijn niet bindend maar te zien als adviezen aan de betrokken instellingen.

Collegegelden voor 2007/2008

 

Voltijders, jonger dan 30 jaar*

€1538

Deeltijders, jonger dan 30 jaar*

€1538

Voltijders, 30 jaar* of ouder

€ 2080

Deeltijders, 30 jaar* of ouder

€ 2080

* op 1 september 2007.

 

Voor deeltijders geldt komend jaar een overgangsregeling 

Onderscheid maken naar leeftijd mag in dit geval.

Instellingstarief
De Universiteit Leiden brengt voor studenten van 30 jaar en ouder het instellingstarief in rekening. Dat bedraagt in het lopende academisch jaar 2.035 euro. Na de aandacht in de media voor de oordelen van de CGB, hebben ook diverse Leidse studenten bezwaar gemaakt tegen het hogere tarief instellingscollegegeld. Deze bezwaren zijn door het College van Bestuur afgewezen.

Een student heeft vervolgens de zaak voorgelegd aan het hoogste rechtscollege in onderwijszaken (het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs). Dit College heeft de bevoegdheid in laatste instantie te beslissen over voorgelegde zaken. De uitspraak is bindend.

Uitspraak College van Beroep
Het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs heeft zich inmiddels uitgesproken over de kwestie van het onderscheid naar leeftijd. Het College oordeelt in de zaak van de Leidse student dat sprake is van een gerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd.

Links

(8 mei 2007/WvA)