Oorlogskinderen blijvend getraumatiseerd
![]() Elisheva van der Hal: 'Vroege traumatisatie kan levenslange gevolgen hebben'. |
'Jonge overlevenden van de holocaust hebben vaak vanaf hun kindertijd te horen gekregen dat zij de oorlog "goed zijn doorgekomen" en zich "gelukkig niets kunnen herinneren van die verschrikkelijke tijd". Zij leggen zelf dan ook bijna nooit een verband tussen problemen die ze op dit moment hebben, nu ze de 60 gepasseerd zijn, en vroegtijdige traumatisatie.' Terwijl dat verband er wel degelijk is, zo heeft Elisheva Van der Hal-Van Raalte aangetoond. Op 16 mei hoopt zij te promoveren op een empirisch onderzoek naar de gevolgen van oorlogstrauma's in de vroege kinderjaren op het huidige welzijn van holocaust-overlevenden. 'Vroege traumatisatie kan levenslange gevolgen hebben'.
Van praktijk naar onderzoek
Van der Hal, zelf een oorlogskind, werkte 20 jaar lang als psychotherapeute met overlevenden van de holocaust. Daarbij zag ze vaak een relatie tussen het huidige welzijn van haar cliënten en de oorlogservaringen uit hun kindertijd. 'Met mijn promotieonderzoek wilde ik empirische ondersteuning vinden voor mijn klinische
![]() Een groep gedeporteerde joden arriveert in concentratiekampt Birkenau (1944). Gezinnen werden uiteengereten, de overlevenden blijvend getraumatiseerd. |
Ontwricht
Wat blijkt? 'Vooral de jongste overlevenden, geboren tussen 1941 en 1944, ondervinden op latere leeftijd de nadelige gevolgen van hun jeugdontberingen. Deze groep heeft de veilige en beschermende vooroorlogse omgeving gemist. Kinderen kwamen ter wereld in gezinnen die totaal ontwricht waren door de terreur van het nazi-regime. Zij ervoeren tijdens de eerste levensjaren niet de veiligheid en de geborgenheid die zo belangrijk zijn voor een gezonde ontwikkeling.'
Naoorlogse zorg

Van der Hal: 'Mijn onderzoek laat zien hoe je bij hedendaagse genociden kunt trachten te voorkomen dat trauma's op jonge leeftijd permanente psychische schade achterlaten'.
Voor veel holocaust-overlevenden hielden de trauma's niet op bij het eindigen van de oorlog. Vaak liet de naoorlogse zorg sterk te wensen over. Ook dit bleef niet zonder gevolgen voor de oorlogskinderen, wijst het onderzoek van Van der Hal uit. 'Overlevenden die de na-oorlogse zorg als slecht of onvoldoende ervoeren, hebben nu meer fysieke, psychosociale en emotionele klachten. Mijn onderzoek laat dus zien hoe belangrijk het is dat jonge oorlogsslachtoffers goed worden opgevangen.'
Ouders
Bij de nazorg van oorlogskinderen is het niet voldoende om alleen de kinderen zelf bij te staan. Van der Hal benadrukt dat ook de ouders of verzorgers in het hulpplan moeten worden betrokken. 'Na de Tweede Wereldoorlog waren ouders, net als hun kinderen, vaak zwaar getroffen door de gevolgen van de oorlog. Daardoor waren ze niet altijd emotioneel beschikbaar voor hun eveneens getraumatiseerde kinderen. Het is na een ramp of een genocide dus van belang dat ook ouders hulp krijgen, zodat ze adequate zorg aan hun kinderen kunnen bieden.'
Positieve levensoriëntatie
Getraumatiseerden zijn gebaat bij hulp van buitenaf, maar kunnen ook zichzelf beschermen tegen psychische klachten. Van der Hal: 'In mijn onderzoek ben ik uitgegaan van het salutogene model van de Amerikaans-Israëlische Aaron Antonovsky. Dat stelt de vraag 'waarom blijft je gezond', in tegenstelling tot het pathogene model dat uitgaat van de vraag 'waarom word je ziek'. Een positieve levensoriëntatie blijkt holocaust-overlevenden te beschermen tegen posttraumatische stressklachten, ondanks de verschrikkingen die ze hebben meegemaakt.' Deze bevinding kan volgens Van der Hal vertaald worden in richtlijnen voor de psychotherapeutische behandeling van getraumatiseerden. 'Help hen een positievere levensoriëntatie te ontwikkelen, gericht op een gezonde omgang met stressklachten.'
Preventie
Als beperking van haar onderzoek noemt Van der Hal onder meer de selectiviteit van haar steekproef. 'Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op de latere gevolgen van vroege oorlogstraumatisering bij joodse overlevenden die buiten Israël wonen, bij de jongste overlevenden van de Japanse bezetting, en bij kinderen van verzetsstrijders'. Ze eindigt met een positieve en hoopvolle noot: 'Mijn onderzoek heeft geleid tot meer inzicht in hoe jonge kinderen blijvend getraumatiseerd kunnen raken. Maar wat nog belangrijker is: de resultaten laten ook zien hoe je dit bij hedendaagse genociden kunt trachten te voorkomen.'
E. Van der Hal-Van Raalte. Early childhood holocaust survival and the influence on well-being in later life.
Promotor: prof.dr. M.H. van IJzendoorn.
Co-promotoren: dr. M.J. Bakermans-Kranenburg, dr. D. Brom.


