De Europese grondwet herbezonnen

Hoe kan Europa weer uit het slop worden gehaald? Deze vraag is na het ‘nee’ tegen het Grondwettelijk Verdrag in Frankrijk en Nederland in 2006 alleen maar actueler geworden. Leidse wetenschappers zoeken naar wegen om uit de impasse te komen. De resultaten van hun zoektocht zijn gebundeld in Rethinking Europe’s Constitution, dat vandaag verscheen en is aangeboden aan mr. Ludolf van Hasselt, directeur Vertegenwoordiging Europese Commissie in Nederland.

Presentatie
Bij de presentatie werd gediscussieerd aan de hand van vier korte inleidingen door Jaap de Zwaan, directeur van het Instituut Clingendael en hoogleraar Recht van de Europese Unie van de Erasmus Universiteit, Laurens-Jan Brinkhorst, hoogleraar Internationaal en Europees recht, Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht en onderzoeksdirecteur van de rechtenfaculteit en Andreas Kinneging, hoogleraar Rechtsfilosofie en tevens de redacteur van de bundel.

Federalist Papers
Met de bundel beogen de auteurs bij te dragen aan de Nederlandse én Europese discussie over de toekomst van het Grondwettelijk Verdrag. In het boek belichten ze vanuit verschillende invalshoeken de verdere ontwikkeling van de Europese eenwording. Als denkexperiment hebben ze zich de taak gesteld de ontwikkeling van het constitutionele Europese recht te leggen langs de meetlat van de politiek-constitutionele theorieën van de Amerikaanse denkers Hamilton, Jay en Madison, zoals die worden ontvouwd in de Federalist Papers aan het einde van de 18e eeuw. Die Federalist Papers zijn krantenbijdragen die werden geschreven in de aanloop naar de stemming over de Amerikaanse federale grondwet.

Discussie
De auteurs stellen zich op het standpunt dat het in Nederland aan een brede discussie over de inhoud van de Europese Grondwet in 2002 eigenlijk heeft ontbroken. De bevolking werd geconfronteerd met het resultaat in 2006 en zei – op een moment dat er eigenlijk niet veel meer te kiezen was – nee. Het boek is een aanzet voor de discussie die het komende jaar gedurende de heronderhandelingen over het grondwettelijke verdrag gevoerd wordt. Wat voor soort verdrag willen we eigenlijk? Moeten daarin in een preambule – christelijke – waarden tot uitdrukking worden gebracht of moet de EU neutraal staan ten opzichte van geloofs- en levensovertuiging, vraagt Paul Cliteur zich af. Moet er een Europese federatie komen? Ja, zegt Andreas Kinneging. Welke rol komt pluralisme toe, vraagt Hans-Martien ten Napel. De bijdragen van Armin Cuyvers en Paul Nieuwenburg gaan over de vragen hoe het staat met de democratie in de EU en waar het heen zou moeten. Sophie van Bijsterveld en Wim Voermans bespreken volgens welke beginselen de verhouding tussen bestuur, wetgever en rechter wordt geregeerd en of die wel zou moeten worden geregeerd. John Sap vraagt zich af of er een Europese president moet komen. Carla Zoethout en Rick Lawson behandelen tenslotte welke mensenrechten de EU kent, welke ze zou moeten kennen en hoe de rechter ze dient toe te passen.

Lege bladzijde
‘Het boek sluit na de laatste bijdrage af met een lege bladzijde: geen epiloog of conclusie, maar een lege bladzijde als teken en plaats voor de nieuwe discussie over een nieuw verdrag, grondwet geheten of niet’, stelt Wim Voermans.

Rethinking Europe’s Constitution – A.A.M. Kinneging (redactie)
Uitgeverij Wolff Legal Publishers, ISBN 978-90-5850-261-2, 254 pag., € 35,-

(24 april 2007/SH)