Het alledaags maken van wetenschap


Bas  Haring: 'Ik wil een lans breken voor autonome wetenschap.'

Niemand kan wetenschap beter aan het grote publiek uitleggen dan de wetenschapper zelf, vindt Bas Haring. Ze kunnen het lang niet allemaal, maar er loopt zeker onontdekt talent rond. Vrijdag 30 maart houdt de hoogleraar 'Publiek begrip van wetenschap' zijn oratie.

Prof.dr. Bas Haring zelf kan het erg goed, wetenschap uitleggen aan het grote publiek. Dat hij over dat talent beschikt, ontdekte hij bijna bij toeval, toen hij op vakantie eens zo toegankelijk mogelijk probeerde op te schrijven hoe evolutie precies werkt. Die aantekeningen resulteerden in het meermaals bekroonde boek Kaas en de Evolutietheorie (2001). Haring laat daarin zien hoe je met de evolutietheorie van Darwin alledaagse vragen kunt beantwoorden, zoals 'waarom krijgen we kinderen?' of 'hoe is kaas uitgevonden?'. Haring: 'Ik kwam er op vakantie achter dat ik best goed was in begrijpelijk schrijven over wetenschap. Tijdens mijn studie en bij mijn werk aan de universiteit heb ik dat nooit hoeven doen. Het zou dus heel goed kunnen dat er veel meer wetenschappers zijn die het kunnen, maar dat van zichzelf niet weten, omdat ze het nog nooit geprobeerd hebben.'

Illustratie uit Kaas en de Evolutietheorie

 Ingrediënt één van de evolutietheorie: alle dieren
(en planten) zijn een beetje verschillend

Ingrediënt twee: het leven is hard. Er is een zware concurrentie in de
natuur - er is weinig eten, weinig ruimte enzovoorts.

Nummer drie is overerving: kinderen erven eigenschappen over van hun vader en hun moeder (in dit plaatje het postuur van moeder en de vlekken van pa)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Talent losmaken
Haring wil wetenschappers gaan trainen in het toegankelijk maken van wetenschap. Hoe gaat hij dat doen? Haring: 'Mensen ertoe aanzetten het eens te proberen zou al één manier kunnen zijn om dat talent een beetje los te maken. Maar ik wil ook echt gaan uitzoeken wat werkt in het begrijpelijk maken van wetenschap. Ik ga daar een collegeserie over maken. Daarin wil ik met studenten gaan kijken hoe goede verhalen over wetenschap in elkaar zitten. Wat maakt nu dat de lezer bij sommige verhalen het gevoel krijgt dat hij het echt begrijpt? Hoe doen mensen als de fysicus Richard Feynman en de bioloog Richard Dawkins dat precies? Wat maakt zo'n kinderboek als Met Sterre op reis door ruimte en tijd* zo goed? Dat boek is geschreven door de astronoom Russell Stannard. Het is niet alleen inhoudelijk heel goed, maar ook zó vormgegeven dat het voor kinderen heel goed te begrijpen is.'

Wetenschap van binnenuit
Wat vindt Haring van Bill Bryson, de veelgeprezen auteur van A Short History of Nearly Everything? 'Dat is een heel leuk boek, maar je merkt toch dat Bryson zelf geen wetenschapper is. Hij begrijpt wel veel, maar hij draait toch ook een beetje om de hete brij heen, omdat hij het net niet helemaal begrijpt. Ik ben ervan overtuigd dat wetenschappers zelf het het beste kunnen, omdat zij het wel van binnenuit begrijpen. Er zijn er niet veel die het kunnen, maar als ze het kunnen, zijn ze er wel het beste in.'

Memen
'Het hoogst haalbare vind ik als iemand erin slaagt een verhaal te vertellen dat zowel voor iedereen begrijpelijk is als ook wetenschappelijk een grote impact heeft. Een fraai voorbeeld daarvan is Richard Dawkins' idee van de 'memen'. Hij heeft het in de jaren zeventig bedacht en opgeschreven in een volkomen helder verhaal. Dat idee van de memen heeft geleid tot een nieuwe wetenschap: de memetica, de studie van de evolutie van cultuur en ideeën. Het idee 'deze boodschap is waar en laat anderen er ook van genieten' verspreidt zichzelf gemakkelijker dan het idee 'ach, dit is heus wel waar, maar twijfel maar flink en hou het geheim'. Maar geen van beide ideeën is meer of minder waar dan de ander.
Sommige memen zijn beter in het zichzelf vermenigvuldigen dan andere en die komen bovendrijven in de loop van de tijd. Maar dat zegt niets over de kwaliteit van de gedachten.'

Pauwenstaart
Waar moet het ideale verhaal over wetenschap nu aan voldoen om door iedereen begrepen te worden? Haring: 'Dat weet ik niet, daarom wil ik het juist bestuderen. Er is nog geen theorievorming hierover. Ik weet wel dat ik zelf bij het schrijven over wetenschap zoveel mogelijk gebruik maak van de gewone, intuïtieve kennis van mensen, kennis waar je niet voor gestudeerd hoeft te hebben.' Hoe hij daarbij precies te werk gaat, legt hij uit aan de hand van het tweede boek van Charles Darwin. Daarin behandelt Darwin een moeilijk wetenschappelijk onderwerp: het proces van seksuele selectie. De centrale vraag die Darwin hier stelt is waarom één bepaald beest aantrekkelijker wordt gevonden om mee te paren dan zijn of haar soortgenoten. Ofwel: waarom kiest een vrouwtjespauw voor het mannetje met de langste staart? Haring: 'Seksuele selectie is een zeer complex mechanisme dat je begrijpelijk kunt maken door te vertellen wat er met de pauw in de loop van de tijd gebeurd is. In zulke verhalen verwijs ik graag naar dingen die iedereen kent, huis-, tuin- en keukendingen of reclames bijvoorbeeld. Dat doe ik liever dan te verwijzen naar boeken of tijdschriften die niet iedereen kent.'

Autonome wetenschap
Het gaat Haring niet alleen om de manier waarop je iets uitlegt. Minstens zo relevant en interessant vindt hij de keuze van de vragen die de wetenschap stelt. 'Ik wil graag een lans breken voor autonome wetenschap. Wetenschappers zouden vaker de kans moeten krijgen, of nemen, om de vragen te stellen die ze zelf heel erg intrigerend vinden. En dan moeten ze bedenken hoe je die vragen zou kunnen oplossen. De meeste wetenschappelijke vragen ontstaan in de context van wat we al weten. Af en toe zou je je eens moeten afvragen welke vragen je nu eigenlijk beantwoord zou willen zien. Als je die vragen probeert te beantwoorden, kun je nieuwe paden opgaan en dat is heel boeiend. Dat zijn natuurlijk wel vaak onsuccesvolle paden, maar dat is niet erg. Soms is het namelijk wél een heel succesvol pad. Voor die manier van wetenschap bedrijven zou ik de komende tijd wel wat willen optuigen.'

* Russell Stannard, Met Sterre op reis door ruimte en tijd. (Oorspronkelijke titel The Time and Space of Uncle Albert). Vanaf 11 jaar,  Houten 2002, ISBN 9026995792.

Links

(27 maart 2006/DH)