Hendrik Lenstra Akademiehoogleraar
![]() |
Geen bestuur
Akademiehoogleraren worden door de KNAW in de gelegenheid gesteld om zich vijf jaar lang geheel naar eigen inzicht bezig te houden met innovatief onderzoek en onderwijs, zonder de bestuurlijke verplichtingen die normaal gesproken bij een hoogleraarschap horen. Dit jaar worden vijf Akademiehoogleraren benoemd. Voor iedere Akademiehoogleraar trekt de KNAW een miljoen euro uit.
Weer onderzoek doen
'Ik ga een tweede jeugd beginnen', zegt Lenstra verheugd. 'Als je wat ouder wordt raak je snel verzeild in papierschuiverij. Toen ik promoveerde zat ik 24 uur per dag in de bibliotheek. Zo zal het niet meer worden, maar ik ga me wel weer richten op de dingen waar ik beter in ben dan andere mensen: onderzoek doen, promovendi begeleiden en college geven.' Lenstra staat bekend als een begenadigd docent, die veel talent aantrekt.
Priemgetal
Lang nadenken over onderwerpen hoeft hij niet. Zijn computer en bureauladen zitten vol met snel opgeschreven ideeën die de laatste jaren opkwamen, maar waar geen tijd voor was.
Zo is er het klassieke probleem waar hij met een Amerikaanse collega aan werkt: Als je een heel groot getal opschrijft, hoe weet je dan snel of het een priemgetal is? Hier zijn al veel goede methoden voor voorgesteld, maar Lenstra en zijn collega denken een nog betere oplossing te hebben gevonden.
|
Sinds 2003 heeft de KNAW 25 Akademiehoogleraren benoemd. De Leidse KNAW-hoogleraren zijn:
|
Berkeley
Lenstra: 'Toen ik mijn Spinozapremie kreeg vroeg ook iedereen wat ik met het geld ging doen. Ik zat toen nog voor de helft van de tijd in Berkeley. Daar liepen evenveel collega's op mijn afdeling rond als hier in heel Nederland. Dat wilde ik hier ook. Ik wilde ook een groep opbouwen. Daar ben ik aan gaan werken, en dat is goed gelukt.'
Jong iemand
Lenstra is dan ook blij met de voorwaarde die aan het Akademiehoogleraarschap verbonden is: de betrokken universiteit moet ter vervanging van de Akademiehoogleraar een jonge veelbelovende onderzoeksleider aantrekken, die een eigen onderzoekslijn mag uitzetten. 'Zo krijg je weer een jong iemand binnen, een tenure-tracker met een extra lang leven.'
LLL-algoritme
|
Hendrik Lenstra (1949) studeerde in 1973 in Amsterdam af in de wiskunde. Hij promoveerde in 1977, en werd in 1978 hoogleraar aan de UvA. Van januari 1987 tot juli 2003 was Lenstra hoogleraar aan de Universiteit van Californië in Berkeley. In 1998 werd hij daarnaast hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij bekleedde verschillende gasthoogleraarschappen in Europa en de VS, en won belangrijke prijzen zoals de Fulkersonprijs van de American Mathematical Society en de Mathematical Programming Society (1985). Het academisch jaar 1990-91 bracht hij door op het Institute for Advanced Study in Princeton. In 1999 kreeg Hendrik Lenstra de Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke prijs in Nederland. Deze maand werd hij benoemd tot Chair of the Program Committee van het International Congress of Mathematicians 2010, een prestigieus vierjaarlijks internationaal congres voor wiskundigen |
Escher Uit het juryrapport
In 2002 werd Lenstra, die behoort tot de wiskundige wereldtop, ook bij het brede publiek wereldberoemd omdat hij de wiskundige structuur achter Eschers bekende litho Prentententoonstelling ontrafelde. In die litho zit een wit gat, dat veel mensen heeft geïntrigeerd. De opgevulde prent, en vele animaties zijn te zien op de website van het project Escher en het droste-effect.
'Professor Hendrik Lenstra is benoemd tot Akademiehoogleraar vanwege zijn bijdragen op het snijvlak van de zuivere en toegepaste wiskunde. Hij ontwierp effectieve algoritmen die op grote schaal worden gebruikt in de gegevensbeveiliging en de cryptografie. Zijn eerste grote doorbraak kwam in 1982, toen hij samen met zijn broer Arjen Lenstra en Laszlo Lovasz een baanbrekend werk publiceerde over de roosterbasisreductiemethode, die later algemeen bekend werd als het "LLL-algoritme". Deze methode vond brede toepassing en heeft een spectaculaire doorbraak teweeggebracht. Ook uniek is Lenstra's werk uit 1985 over het ontbinden van willekeurig grote getallen in factoren aan de hand van elliptische krommen over eindige lichamen. Zijn idee om geavanceerde algebraïsche meetkunde te gebruiken over eindige lichamen verwierf snel grote invloed. Tegelijkertijd gebruikte Lenstra zijn grote algebraïsche en algoritmische inzicht om nieuwe getaltheoretische verschijnselen te ontdekken. Men denke bijvoorbeeld aan de bekende en uitdagende "Cohen-Lenstra-heuristiek" over het gedrag van klassegetallen van imaginaire kwadratische lichamen. Lenstra heeft in vele wiskundige toptijdschriften gepubliceerd. Hij trekt begaafde studenten aan, omdat hij bekend staat als enthousiaste docent die zijn studenten op een degelijke en boeiende manier begeleidt. Daarnaast vindt Lenstra het zeer belangrijk om naar buiten te treden en een breder publiek over wiskunde te informeren. Zijn vakgenoten hebben hoge verwachtingen van zijn toekomstige werk. De voortdurende omzetting van fundamentele wiskunde in toepassingen, met name in de informatieverwerking, vormt de essentie van Lenstra's visie op de toekomst van zijn vakgebied.' (bron: KNAW)
Links
(20 maart 2007/HP)

