De uitvinding van de Nederlander
|
|
Maar nationale identiteiten zijn niet vanzelfsprekend. Iedere nationale identiteit is ooit onder bepaalde historische omstandigheden uitgevonden, en vaak zelfs doelbewust van bovenaf gecommuniceerd. Historici bestuderen deze processen al een jaar of dertig. Maar wanneer en hoe is de Nederlandse nationale identiteit ontstaan? De Leidse historici dr. Robert Stein (middeleeuwen) en dr. Judith Pollmann (16e en 17e eeuw) organiseren van 29-31 maart een internationaal colloquium over deze vraag, ter afsluiting van een onderzoeksproject naar de mechanismen van identiteitsvorming in de Lage Landen in de middeleeuwen en de vroeg moderne tijd.
Vreemde overheerser
Pollmann doet onderzoek naar de late zestiende en de zeventiende eeuw, dus ook naar de Opstand tegen de Habsburgers onder Willem van Oranje. Pollmann: 'Het is natuurlijk niet zo'n gekke gedachte dat de Nederlandse identiteit iets te maken heeft gehad met die Opstand. Historici hebben hem daar ook altijd wel mee in verband gebracht. Heel lang is gedacht dat de Nederlanden in opstand kwamen, omdat ze geen vreemde overheerser meer wilden. Maar de laatste decennia is het idee ontstaan dat het ontstaan van 'Nederlanderschap' eerder het gevolg is geweest van die Opstand dan de oorzaak ervan. En daar vinden we steeds meer aan
Propaganda

de Lage Landen onder de Bourgondische vorsten, ca. 1450.
De westelijke gewesten, zogenoemde kerngewesten zijn rood, de andere Bourgondische gewesten grijs
De uitvinding van een Nederlandse identiteit was het resultaat van een geslaagde propagandacampagne van Willem van Oranje en zijn aanhang, vertelt Pollmann: 'Willem van Oranje heeft actief gepropageerd dat er zoiets was als het Nederlandse vaderland. Het "lieve vaderland" moest worden verdedigd tegen vreemde overheersers. Het territoriale gebied waar hij het over had was nog maar net verenigd door de Habsburgers zelf. En het was niet eens duidelijk waar het precies ophield.'
Godsdienstoorlog
Een van de belangrijkste motieven van Willem van Oranje om deze vaderlandsliefde in het leven te roepen was dat hij de indruk wilde vermijden dat de Opstand een godsdienstoorlog was. Pollmann: 'Het was een retorische truc, passend in de mediaoorlog die in de zestiende eeuw werd gevoerd. Willem van Oranje wilde niet zeggen: dit is een oorlog tussen protestanten en katholieken. Dan zou hij de Calvinisten wel meekrijgen, maar niet de katholieke meerderheid. Het was veel effectiever om het conflict te presenteren als een vrijheidsoorlog tegen een vreemde overheerser. De truc was deels geleend uit Frankrijk. In de Franse godsdienstoorlogen gebeurde precies hetzelfde. "We doen dit voor Frankrijk, niet voor de religie", zeiden de Franse protestanten. Maar ook in Duitsland beweerden de Lutherse prinsen dat ze de Duitse vrijheid verdedigden tegen een vreemde, Spaanse keizer.'
'Goede Nederlanders'
Het 'lieve vaderland' had echter nog maar net in de harten postgevat, of het viel alweer uit elkaar, in de Noordelijke Nederlanden en de Habsburgse gebieden in het Zuiden. Pollmann: 'Beide partijen bleven nog vasthouden aan het idee: we horen eigenlijk bij elkaar. Maar anderzijds zat de vijand ook onder het eigen volk. Ik ben erg geïnteresseerd in het vergelijken van ideeën over Nederlanderschap in het Zuiden en in het Noorden. In het Zuiden duidde men de vijand aan als "Hollanders" en Geuzen. Daarmee werden andere Noorderlingen dus vrijgepleit. En in het Noorden leefde de gedachte dat de "goede Nederlanders"in het Zuiden op hun bevrijding zaten te wachten. Wie die bevrijding niet wilde die was geen Nederlander maar "verspaanst". Zowel in Noord als Zuid werd de fantasie levend gehouden dat de andere kant wachtte op bevrijding en hereniging.'
Euro
Mediëvist Robert Stein: 'Die scheidslijn tussen Noord en Zuid, die we nu eigenlijk nog steeds als heel bepalend zien, was vóór de Opstand helemaal niet zo prominent aanwezig. Je kunt de Lage Landen dan veel beter indelen in Oost en West. Sleutel is dan de vereniging van de "kerngewesten" Vlaanderen, Brabant, Holland, Zeeland en Henegouwen door de Bourgondische hertogen in de jaren 1425-1433. In de veertiende en vijftiende eeuw ontstond in de westelijke landen een soort gemeenschappelijke cultuur en economie. Hoe meer je gaat kijken, hoe meer aan
Mozaïek
Stein heeft het moeilijker dan Pollmann in zijn zoektocht naar een Laaglandse identiteit in de Middeleeuwen. In de eerste plaats moet hij zich altijd verdedigen tegen historici van de 19e en 20e eeuw die menen dat je voor 1800 überhaupt nooit over een nationale identiteit kunt spreken. Maar bovendien bestonden de Nederlanden in de vijftiende eeuw simpelweg nog niet. In 1450 waren de Lage Landen een personele unie, een mozaïek van gewesten, graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden, verenigd onder een vorst met een heleboel titels. Er was niet eens een algemeen geaccepteerde naam voor het gebied. Pas vanaf het midden van de 16e eeuw kwam de aanduiding 'Zeventien Provinciën' of 'Zeventien Nederlanden' in zwang.
Communicatiebeleid
Is het dan geen zelfkwelling, vijf jaar lang zoeken naar een overkoepelende identiteit in dat zootje ongeregeld? Stein: 'Van modernistische historici mag het absoluut niet. Maar hoe meer je gaat kijken in die Middeleeuwen, hoe meer je ziet dat identiteiten toch wel erg belangrijk waren. Je ziet ook dat heersers een bewust communicatiebeleid voerden om een territoriale loyaliteit en identiteit wakker te maken. Al was het alleen maar om hun onderdanen een reden te geven om mee te betalen aan oorlogen. De Bourgondiërs waren daar heel actief in.'
|
Centraal het vorstelijke wapen en Brabant. Dan met de klok mee, van links boven af: Vlaanderen, Holland, Zeeland, Antwerpen, Luxemburg, Namen, Groningen, Utrecht, Overijssel, Limburg, Mechelen, Zutphen, Friesland, Gelre, Henegouwen, Artesië. |
Centraal: Brabant. Dan van linksboven met de klok mee: Luxemburg, Gelre, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Artesië, Namen, Henegouwen, Overijssel, Friesland, Valenciennes, Utrecht, Mechelen, Doornik (stad), Doornik (gewest), Rijsel |
Terugprojecteren
'Je moet natuurlijk oppassen voor teleologisch denken', haast Stein zich erbij te vertellen. 'Er is een belangrijk verschil tussen Frans en Engels onderzoek. Franse historici hebben de neiging sterk teleologisch te denken, en de wortels van "ons Frankrijk" zo diep mogelijk terug te projecteren, tot in de 13e eeuw. De Engelsen doen het heel anders. Die kijken meer naar processen, die kijken hoe mechanismen werkten in de territoriale eenheden die tóen bestonden. Dat is ook de manier waarop
Netwerken
Op het niveau van de vorstendommen was dus al in de dertiende eeuw sprake van een nationale identiteit avant la lettre, en Bourgondische vorsten deden in de vijftiende eeuw erg hun best om een overkoepelende Bourgondische identiteit in te prenten. Maar in lezingen over de ontluikende gemeenschappelijke cultuur van de westelijke gewesten vermijdt Stein het 'i-woord' meestal zorgvuldig: 'Het was een Culture-area, met bovengewestelijke netwerken. Je ziet Rederijkersfeesten, je ziet de neiging tot één munt, je ziet de Beeldenstorm zich razend snel verspreiden, ter
Herkenbaarheid
Een culturele en economische verbondenheid brengt dus niet automatisch een gemeenschappelijke identiteit met zich mee. Maar het is wel degelijk de moeite waard de late Middeleeuwen te bestuderen met het woord 'identiteit' in het achterhoofd, vindt ook Pollmann: 'Er was iets gaande in die vijftiende en zestiende eeuw. De Britse historicus Alastair Duke laat zien dat men probeert de landen onder een gezamenlijke noemer te brengen. Er ontstaan termen voor het gebied die wat stabieler worden, er ontstaat een soort herkenbaarheid.'
Zeventien
De aanduiding 'Zeventien Provinciën', die in de loop van de zestiende eeuw opgang deed, past in die ontwikkeling. 'Met dat getal 17 is trouwens iets geks aan de hand', zegt Stein. 'Het was een symbolisch getal. Huizinga is de eerste die dat heeft gezien. Er waren geen 17 provinciën. Nationalistische historici uit de negentiende en twintigste eeuw hebben zitten tellen en tellen, maar konden slechts met allerlei kunstgrepen aan dat aantal komen. Maar ook uit de zestiende eeuw zelf zijn wel acht verschillende interpretaties bekend van wat die 17 provincies dan waren. Pas rond 1580 kreeg één daarvan de overhand. Het getal 17 als symbolisch getal bestond al langer. Al in de vijftiende eeuw werd het gebruikt voor de bezittingen van de Bourgondische hertogen, en ook toen al waren er verschillende interpretaties in omloop. En al in de negende eeuw werd gesproken over Friesland, dat ingedeeld zou zijn in zeventien gebieden. Ik ga verder dan Huizinga, die 17 vooral zag als aanduiding van een niet al te groot, niet nader omschreven aantal. Maar zeventien, als som van 10 en 7, was niet zomaar een getal. Het had al in het vroege christendom belangrijke positieve connotaties: de eenheid van het christendom, de eenheid tussen het Oude en het Nieuwe Testament, de samenhang tussen wet en genade. Naar die connotaties in verband met de Nederlandse Republiek moet veel meer onderzoek gedaan worden.'
Links
- Colloquium Dynamics of Identity
- Pas verschenen:
- Judith Pollmann en Andrew Spicer (eds), Public Opinion and Changing Identities in the Early Modern Netherlands. Essays in Honour of Alastair Duke, Brill 2007
- The Ideology of Burgundy. The Promotion of National Consciousness, 1364-1565, edited by D'Arcy Jonathan Dacre Boulton and Jan R. Veenstra. Brill 2006.
Hierin het artikel van Robert Stein over het getal 17: ' Seventeen. The multiplicity of a unity in the low countries'.
(20 maart 2007/HP)


