Kap Academiegebouw toch oorspronkelijk


De kapconstructie van de grote zolder van het Academiegebouw. Foto Dröge, Bureau voor Bouwhistorie

Op 11 november 1616 vloog het Academiegebouw in brand. De brand onstond in de ruimte waar turf lag opgeslagen, vermoedelijk het huidige zweetkamertje. In een verslag beschreven de curatoren (bestuurders) van de universiteit hoe erg het was: van het Academiegebouw was niets blijven staan, behalve 't staende muyrwerck [de staande muren], ende het auditorium philosophicum [de huidige gewelfkamer]. Het dak was kennelijk geheel verwoest, zo heeft men altijd aangenomen. Ten onrechte, naar nu blijkt. Nu het Academiegebouw gerenoveerd wordt, kregen bouwhistorici de kans om het gebouw te onderzoeken. Een van hun opmerkelijkste conclusies luidt dat de oorspronkelijke eikenhouten kapconstructie uit 1507 nog grotendeels intact is.


De renovatie van het Academiegebouw ging in augustus 2006 van start. De aanleiding voor deze kostbare operatie was de bonte knaagkever die zich in de dakconstructie genesteld had en daar grote schade had aangericht. De afdeling Vastgoed leidt de renovatie en heeft Bureau voor Bouwhistorie Dröge gevraagd het bouwhistorisch onderzoek te verrichten.

Renovatie
Bouwhistorici hebben zich er altijd over verbaasd dat de kapconstructie zo ouderwets aandoet en niet overeenkomt met andere constructies uit de eerste decennia van de zeventiende eeuw, vertelt John Veerman van Bureau Dröge. Dat wordt begrijpelijk nu uit Veermans onderzoek blijkt dat de kap niet opnieuw geconstrueerd is in 1616, maar met het bestaande materiaal gereconstrueerd. Het was een renovatie, geen nieuwbouw. De universiteit koos bij het herstel van het dak voor de goedkoopste oplossing.


Het Academiegebouw rond 1600

 

 

 







Drie pijlers
Veermans overtuiging stoelt op drie pijlers:


Voorbeeld van gehaald telmerk. Tekening Dröge, Bureau voor Bouwhistorie

Uniek gebouw
Het Academiegebouw is in bouwhistorisch opzicht tamelijk uniek, omdat er niet veel vergelijkbare gebouwen meer over zijn in Nederland. Het Academiegebouw is in 1507 gebouwd als kloosterkerk voor de Dominicanessen. In Leiden zijn geen stadskloosters meer en ook in andere Hollandse steden zijn ze uiterst zeldzaam geworden.

Kloosterkapel
Tussen 1425 en 1450 werd op de plaats van het huidige Academiegbouw een klooster voor Dominicanessen of witte nonnen gesticht. Ruim een eeuw lang woonden hier 20 à 30 nonnen. Bij het klooster


Het Academiegebouw voor de renovatie

hoorde een kapel, waar weinig over bekend is. In 1507 werd deze kloosterkapel vervangen door een kerk: het huidige Academiegebouw. De kerk heeft twee beuken: een brede aan de Rapenburgzijde en evenwijdig daaraan een smalle. In 1581 nam de universiteit het pand in gebruik. De grote hoge ruimte van de voormalige kapel werd zowel horizontaal als verticaal opgedeeld en zo ontstonden onder meer het Groot en het Klein Auditorium. De overige gebouwen van het kloostercomplex werden in de loop der tijd afgebroken.

(20 maart 2007/Philip Broos/DH)