Rechtenonderwijs sterk verbeterd
|
|
|
|
Het hoger onderwijs wordt vaak vergeleken met een mammoettanker waarvan de koers maar moeilijk verlegd kan worden. Toch lukte het de Leidse rechtenfaculteit om de kwaliteit van het onderwijs in korte tijd aanmerkelijk te verbeteren, zo blijkt uit het vorige week verschenen rapport van de Visitatiecommissie Juridische Opleidingen Leiden van QANU (Quality Assurance Netherlands Universities). De faculteit blijkt alle vorige onvoldoendes te hebben weggewerkt en scoort op belangrijke onderdelen goed en excellent.
Voldoende, goed, excellent
In de afgelopen drie jaar is de faculteit erin geslaagd alle vijf de onvoldoendes en drie keer 'matig' weg te werken. De visitatie van 2007 rapporteert zeventien voldoendes (= adequaat), drie keer 'goed' en één keer 'excellent'. Overigens zijn exacte vergelijkingen niet goed mogelijk, omdat protocollen en criteria tussentijds gewijzigd zijn, maar de teneur is duidelijk: in korte tijd is er een enorme kwaliteitsslag gemaakt. De beoordeling 'excellent' geldt het nieuwe Kamerlingh Onnesgebouw (fotoverslag), dat de faculteit in 2004 betrokken heeft. Decaan prof.mr. Carel Stolker: 'Het was nooit gelukt als we niet met zijn allen in één gemeenschappelijk gebouw hadden gezeten. Voorheen was de faculteit gehuisvest in tien verschillende locaties. Dat lijkt misschien van ondergeschikt belang in deze tijd van e-mail en internet, maar dat is het helemaal niet. Zo'n restaurant bijvoorbeeld, of de hal, is ongelofelijk belangrijk. Je komt elkaar tegen en spreekt elkaar. Daar kan geen netwerkverbinding tegenop.'
Erop of eronder
'Dit positieve visitatierapport is enorm belangrijk voor onze faculteit', vertelt Stolker. 'Het was erop of eronder. Als we in dit rapport niet goed gevisiteerd zouden zijn, dan zouden we geen accreditatie (zie kader, red.) krijgen en dat had het einde van het rechtenonderwijs in Leiden kunnen zijn. Dan hadden we de faculteit kunnen sluiten, want van onderzoek alleen kunnen we niet leven. Het vorige visitatierapport, dat gepubliceerd is in 2003, maar betrekking had op de periode tussen 1996 en 2001, zou zeker niet tot accreditatie hebben geleid. Het was dus voor iedereen in de faculteit zonder meer duidelijk dat er werk aan de winkel was.'
Studentenenquêtes steeds positiever
Stolker is wel blij, maar niet echt verbaasd over de goede scores. 'Eigenlijk zit ons onderwijs al een paar jaar in de lift. Dat blijkt ook uit de jaarlijkse enquêtes in het themanummer 'Studeren' van Elsevier, waarin studenten hun opleidingen beoordelen. In 2004 nam Leiden de achtste plaats in van de negen Nederlandse rechtenopleidingen. In 2005 stegen we naar de vijfde plaats, en in 2006 stonden we op nummer drie. We zijn het aan onze stand verplicht om blijvend tot de beste rechtenopleidingen van Nederland te behoren en daar zullen we ook keihard voor blijven werken.'
Twee fasen
In 2000 heeft de faculteit een grote financiële en organisatorische reorganisatie in gang gezet, die geleid heeft tot het vertrek van 65 mensen. Stolker: 'Een buitengewoon moeilijke en pijnlijke fase, die noodzakelijk was om inhoudelijk en vooral financieel de zaak weer op orde te kunnen brengen.' In 2003 startte de faculteit met de inhoudelijke onderwijsreorganisatie. Onderwijsdirecteur prof.dr.mr.
Cleveringaprojecten
Muller: 'Ik was net een paar weken onderwijsdirecteur toen het visitatierapport 2003 uitkwam. Dat was enorm schrikken natuurlijk, maar het was ook een geweldige kans. Dat rapport maakte dat iedereen in één klap doordrongen was van de noodzaak tot verandering. Toen zijn we gestart met een groot reorganisatieproject waarin we alle elementen van het onderwijs met de hele faculteit grondig hebben bekeken. We hebben een groslijst gemaakt met 25 aandachts- en verbeterpunten, die we uiteindelijk in elf projecten hebben ondergebracht: de Cleveringaprojecten. Die projecten varieerden van 'maak een handboek onderwijs, waarin alle regelingen staan' tot 'maak een beleidsplan voor de mogelijkheden voor excellente studenten'. We hebben toen een half jaar uitgetrokken om die projecten in verschillende commissies en werkgroepen grondig te bespreken. Daardoor werd het iets van de faculteit zelf en ontstond echt enthousiasme om de gewenste veranderingen in gang te zetten.'
Strakke sturing
Was het zo eenvoudig, een gebouw als aanjager van een succesvolle reorganisatie? Stolker: 'Het gebouw heeft er erg aan bijgedragen, maar het was niet het enige. Minstens zo belangrijk als aanjager was het slechte visitatierapport uit 2003 dat heeft gezorgd voor de nodige 'sense of urgency'.
Toen heeft het faculteitsbestuur de touwtjes heel strak in handen genomen. Dat was men niet zo gewend in de faculteit. Stolker: 'Tot voor een paar jaar was de rechtenfaculteit een superplatte organisatie waarin iedereen zo'n beetje deed wat hij of zij zelf verstandig vond. We hebben dus gekozen voor een model van centrale sturing, maar we zoeken wel steeds draagvlak voor de veranderingen. Misschien wel de grootste verdienste van
Fine-tuning
De Leidse rechtenfaculteit scoort in het visitatierapport het best op drie punten: kwaliteit en samenhang van het onderwijsprogramma, kwaliteit van de docenten en excellente voorzieningen. Muller: 'Het is allemaal goed en nu gaan we verfijnen. De stap van onvoldoende naar voldoende of goed is een grote stap, die we relatief snel hebben kunnen maken. Nu worden de stapjes kleiner. De stap van goed naar heel goed is een veel kleinere stap, die moeilijker te maken is. We gaan ons nu bezighouden met de fine-tuning. We gaan werken aan de achten en de negens.'
Accreditatie
De NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie) verleent keurmerken aan academische opleidingen. Een accreditatie van het NVAO geeft aan dat de opleiding aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet en dat vormt een formele erkenning van de opleiding. Alleen geaccrediteerde opleidingen mogen door de overheid erkende bachelor- en masterdiploma's uitreiken en kunnen op overheidsfinanciering (bekostiging) rekenen. Ook het recht van studenten op studiefinanciering/studiebeurs hangt af van het studeren aan een geaccrediteerde opleiding.
(13 maart 2007/DH)


