Academische en religieuze vrijheid


De Faculteit der Godgeleerdheid van de Universiteit Leiden organiseert op 27 en 28 februari een conferentie over academische vrijheid, religieuze vrijheid, en de spanningen daartussen in een universitaire setting.


Averroes: er is maar één waarheid.
Averroes (Ibn Rushd) was een Spaans-Arabische arts, filosoof en jurist. Hij is beroemd geworden door zijn vertalingen en interpretaties van Aristoteles, die hij in het Westen heeft geïntroduceerd. Averroes meende dat er één waarheid was, die zowel door filosofie als religie bereikt kon worden.
Een keur aan internationale sprekers zal optreden, variërend van Berkeley-historicus professor Beshara Doumani, auteur van het boek Academic Freedom after 9/11, tot dr. Mustafa Ceric, de Groot-Mufti van Bosnië-Herzegovina, die zal spreken over de opleiding van imams in zijn land. Ook Tim Jensen, de Deense islamwetenschapper die vorig jaar tot zijn schrik hoofdrolspeler werd in de publiciteitsgolf van de Deense cartoonoorlog, geeft een lezing, evenals de Amerikaanse professor Ernan McMullin, autoriteit op het gebied van Galileo Galilei. McMullin was adviseur van paus Johannes Paulus II, en heeft een rol gespeeld bij de theologische rehabilitatie van Galilei.

Thema's
In vier thema's wordt het spanningsveld blootgelegd tussen academische en religieuze vrijheid:

  • Het wetenschappelijk onderzoek naar Heilige Boeken
  • Universitaire opleidingen van islamitische geestelijken in Europa
  • Het spanningsveld tussen natuurwetenschap en religie
  • Drie recente brandende kwesties, te weten de Deense cartooncrisis, islamstudies en moslimactivisten in Indonesië, en academische vrijheid in de VS na '9/11'.

Conference Academic Freedom and Religious Freedom

Tensions and compromises in the coexistence of two fundamental rights
27 en 28 februari 2007, Museum Naturalis

Programma, abstracts en sprekers

Opleiding Islamitische theologie


Prof.dr. Willem Drees spreekt over 'Evolution and Intelligent Design: Academic Freedom for Both Sides'.


Prof.dr. Sjoerd van Koningsveld spreekt over 'European Initiatives towards the Training of Imams: A Historical Perspective with Special Emphasis on the Mullah Courses of the Third Reich'.

Organisatoren van de conferentie zijn prof.dr. W.B. Drees en prof.dr. P. S. van Koningsveld. Van Koningsveld is binnen de Faculteit der Godgeleerdheid verantwoordelijk voor de opleiding islamitische theologie, die dit studiejaar gestart is. Drees is decaan van de faculteit en houdt zich als hoogleraar godsdienstwijsbegeerte onder meer bezig met het debat over Intelligent Design.

De directe aanleiding voor de conferentie, zo vertellen ze, vormden niet de recente mondiale drama's zoals 9/11 of de Deense cartooncrisis, maar de start, dit studiejaar, van de opleiding Islamitische theologie aan de Universiteit Leiden.
Een sessie van de conferentie zal dan ook gaan over het opzetten van imamopleidingen in Europa, en vooral over de rol van de overheid daarin. Case studies zijn Nederland, Bosnië-Herzegovina en Italië.

Experimenten
Van Koningsveld: 'In heel Europa wordt op het ogenblik geëxperimenteerd met academische opleidingen van een islamitisch religieus kader. De variatie is groot, vaak onder invloed van historische omstandigheden. De oorsprong van de imamopleiding in Sarajevo ligt bijvoorbeeld al in 1870, toen Bosnië onderdeel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie werd. In ieder Europees land is de opleiding van imams anders geregeld. Van groot belang daarbij is de rol van de overheid, en het stempel dat de overheid op de inhoud van de opleiding kan drukken. Zelfs binnen één land zie je al verschillen. In Frankrijk, waar de scheiding tussen kerk en staat bijna absoluut is, vindt de opleiding tot imam plaats in speciale instituten voor hoger onderwijs. Een uitzondering echter is Elzas-Lotharingen, waar het oude Duitse systeem voor het opleiden van protestantse geestelijken is blijven bestaan. Daarom is er in Frankrijk voor gepleit, onder anderen door de islamoloog van de Sorbonne, Mohamed Arkoun, om juist in Straatsburg een opleiding islamitische theologie te starten, waar toekomstige imams met een moderne,


Prof.dr. Nasr Hamid Abu Zayd spreekt over 'Inquisition in Egypt: the Dilemma of Qur'anic Study'. 
 

godsdienstwetenschappelijke studie van de islam en een liberale variant van de islamitische leer zouden kennismaken. Deze plannen zijn echter tot op de dag van vandaag niet uitgevoerd.'

Godsdiensthervormer
'Aan de ene kant', legt Van Koningsveld uit, 'valt het recht op het opleiden van een religieus kader onder het recht op religieuze vrijheid, zoals dat is opgenomen in wetten, verdragen en jurisprudentie. Aan de andere kant hebben overheden ook hun belangen. In Nederland is de overheid erop gebrand dat er academisch opgeleide imams komen. Bijvoorbeeld met het oog op het benoemen van geestelijke verzorgers in gevangenissen of psychiatrische inrichtingen.' Dit resulteerde in de nieuwe opleiding islamitische theologie in Leiden, maar ook in een opleiding aan de VU, en een op hbo-niveau aan Hogeschool INHOLLAND. Minister van der Hoeven, die deze nieuwe opleidingen mogelijk heeft gemaakt, heeft ook bij diverse


Prof.dr. Beshara Doumani in zijn abstract: 'In the aftermath of September 11, 2000, government agencies, private advocacy groups, and funding foundations have been subjecting institutions of higher learning to a sophisticated infrastructure of surveillance, intervention, and control'. 

gelegenheden in binnen- en buitenland gesproken over academische vrijheid in verband met religie. Dat was mede de inspiratie voor deze door het ministerie van OC&W gesubsidieerde conferentie, die overigens door de relatief snelle kabinetsformatie pas na het aftreden van Van der Hoeven plaats heeft.

Duplex ordo
De nieuwe Leidse opleiding islamitische theologie is geen imamopleiding, maar een theologische opleiding analoog aan de 'ouderwetse' universitaire theologieopleiding. Na die universitaire theologieopleiding zijn de kerken aan zet met een tweede fase opleiding tot dominee. De bedoeling is dat islamitische organisaties hetzelfde gaan doen, binnen het uit 1876 daterende systeem van de duplex ordo: academie en kerk hebben beide hun eigen domein en verantwoordelijkheid, waardoor zowel academische als religieuze vrijheid zijn gewaarborgd, zolang beide partijen hun eigen terrein bewaken en daar bovendien niet buiten treden.

Nieuw spanningsveld
Niet iedereen was het in 1876 eens met deze arbeidsverdeling tussen academie en kerk. De liberalen wilden aanvankelijk helemaal geen theologische opleiding aan de universiteiten - 'Laat ze die dominees maar ergens op het platteland opleiden' -


Professor Muhammad Machasin spreekt over 'Academic freedom of Islamic Studies and Surveillance of Muslim Activists in Indonesia'.  

maar zwichtten voor het argument dat academisch opgeleide predikanten een aanwinst voor het land waren. En protestants leidsman Abraham Kuyper stichtte de VU, omdat hij geen enkele overheidsbemoeienis wilde met de domineesopleiding.

Nu veel Europese landen op zoek zijn naar vormen om een islamitisch religieus kader op te leiden, bezinnen universiteiten, doelgroepen en overheden zich opnieuw op dit spanningsveld tussen religieuze en academische vrijheid: hoe garanderen we dat we ongemoeid historisch-kritisch onderzoek kunnen blijven doen naar bijvoorbeeld heilige boeken? Maar ook: hoe zorgen we dat we ons doel niet voorbij schieten, en dat de doelgroep deze strikt academische opleiding inderdaad ziet als een goede vooropleiding voor een religieuze tweede fase?

Intelligent Design
Medeorganisator Drees: 'De overheid kan in ieder geval nooit van een universiteit verlangen dat die zich met een opleiding islamitische theologie opwerpt als godsdiensthervormer, en zich ten doel gaat stellen een liberale islam groot te brengen. Wetenschappers en universiteiten beroepen zich terecht op de onafhankelijkheid van onderwijs en onderzoek, ook als de methoden en resultaten


Prof.dr. Henk Jan de Jonge in zijn abstract: 'In present-day Western academic tradition, the study and interpretation of the Bible is a scholarly discipline, free from Church control or any denominational influence.'  

gevoelig liggen voor mensen uit een bepaalde religieuze traditie. Maar op haar beurt moet de universiteit zich ook tot haar eigen terrein beperken, en niet pretenderen een morele boodschap te bepalen. Een andere vraag die in de conferentie aan de orde komt is: hoever moeten we de academische vrijheid, als bijzondere exponent van vrijheid van meningsuiting, uitstrekken? Moeten religieus geïnspireerde theorieën over hoe de wereld in elkaar zit gedoceerd worden als gelijkwaardige alternatieven voor wetenschappelijke theorieën? Die vraag dringt zich bijvoorbeeld op in het debat over Intelligent Design. Als biologen de theorie van Intelligent Design niet serieus nemen als wetenschappelijk alternatief, moet die theorie dan wel behandeld worden binnen het biologieonderwijs op scholen? Moeten aanhangers ervan met een beroep op de academische vrijheid gastvrijheid krijgen in het onderwijs, anders dan in het godsdienstonderwijs? Dit zijn lastige vragen op het snijvlak van religieuze en academische vrijheid.'

(20 februari 2007/HP)