Snouck Hurgronje: de islam als mensenwerk
![]() Christiaan Snouck Hurgronje, Leiden 1922 |
|
Workshop Scholarship in Action Vrijdag 16 februari 10.00 - 15.30 uur Sprekers: Prof.dr. Willem Otterspeer (Universiteit Leiden): Dr. Michael F. Laffan ( Prof.dr. Léon Buskens (Universiteit Leiden en Utrecht): Prof.dr. Jan Just Witkam (Universiteit Leiden): Plaats: Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1 te Leiden
|
Onorthodox
Christiaan Snouck Hurgronje was die dag toevallig ook jarig. Op 8 februari 1857 was hij geboren. Dat is nu 150 jaar geleden, en Snouck Hurgronje wordt dit voorjaar dan ook uitgebreid herdacht. Met aanstaande vrijdag een symposium over zijn leven als vernieuwend wetenschapper en man van de koloniale praktijk en een publiekslezing over moderne architectuur in Mekka, met de heruitgave en/of vertaling van een aantal van zijn boeken, en met tentoonstellingen in de Universiteitsbibliotheek en het Museum voor Volkenkunde. Snouck Hurgronje was in zijn denken en methodologie modern en onorthodox. Nooit zag hij de islam als een monolithisch geheel, maar altijd als product van historische omstandigheden en mensenwerk. Zijn invloed op de opleiding van Arabisten, Indologen en Indonesische studenten is groot geweest. Zijn invloed op de Arabistiek, de islamologie, en bovenal de bestudering van het islamitisch recht, is niet te overschatten.
Het recht centraal
'Snouck Hurgronje was de grondlegger van de wetenschappelijke bestudering van het islamitisch recht', vertelt professor Jan Just Witkam, hoogleraar Islamitische handschriftenkunde en motor achter de Snouck-activiteiten. 'Hij deed oriëntalisten beseffen dat in de islam, wezenlijk anders dan in het christendom, niet de theologie het primaat heeft, maar de wet. De islam is vooral een systeem van regels. Hoe heb je gehandeld tegenover het Opperwezen en je medemens? Dat is de kernvraag die je aan het eind van je leven gesteld wordt. Tegenwoordig is dat een van de eerste dingen die een student over de islam leert, maar toen was dat allerminst natuurlijk. Snouck zag het omdat hij geen studeerkamergeleerde was, maar het leven van moslims kende.'
Het 'Islamprobleem'
Zoals zijn diesrede laat zien, schuwde Snouck Hurgronje de belangrijke maatschappelijke 'quaesties' niet. In zijn boek Nederland en de Islam uit 1915 behandelde hij 'het Islāmprobleem voor Nederland'. Snouck was in 1880 in Leiden gepromoveerd, maar had er, voordat hij terugkwam als hoogleraar, zeventien jaar dienst op zitten als adviseur van de gouverneur-generaal in Indië. Hij was een sterk voorstander van de ethische politiek, en zag grote potenties in de Indische bevolking. De laatste jaren van zijn Indische tijd werkte hij samen met Van Heutsz, met wie hij de oorlog in Atjeh met harde hand beëindigde. Zijn adviezen, die in de jaren negentig allemaal in het Indonesisch zijn vertaald, en een rijke historische bron van koloniale geschiedenis vormen, waren gebaseerd op wat hij in de praktijk zag. Zijn kennis van het informele islamitische circuit was groot. Snouck vond dat de islam in de privésfeer met rust moest worden gelaten, maar was een fel tegenstander van de politieke variant van de islam, het pan-islamisme, tegenwoordig fundamentalisme genoemd. Hij hoopte en vertrouwde op een gestaag proces van secularisatie. Door zijn grote kennis van de islam zag hij ook dat de ware vijand van het koloniale bewind niet de Atjehse Sultan en aristocratie waren, maar de 'islamitische dominees'. 'Vóór hem hadden de militairen geen idee wie de werkelijke tegenstander was', aldus Witkam. Snouck was een ethisch politicus, maar ook een Realpolitiker.
Abraham
De voorgangers van Snouck in Leiden waren studeerkamergeleerden geweest. Snouck Hurgronje had al vanaf zijn promotieonderzoek andere ideeën over hoe hij wetenschap wilde bedrijven. Wetenschap was voor hem meer dan filologie. Zijn proefschrift, getiteld Het Mekkaansche feest ging over de oorsprong van de Hadj, het pelgrimsritueel, en was revolutionair omdat hij zich niet baseerde op het verhaal van de islamitische traditie, maar aspecten van ritueel en mythe op een nieuwe, godsdienstwetenschappelijke manier, verklaarde. Zo was het, volgens Snouck, een slimme strategische zet van Mohammed, om Abraham te bestempelen tot oerprofeet van zijn eigen prille religie. Abraham had namelijk geen eigen boek in de joodse Bijbel. De joden van Medina konden Mohammed en diens volgelingen dus niet met Bijbelteksten om de oren slaan om het ongelijk van de nieuwlichters aan te tonen. Een dergelijke aanpak van islamonderzoek was nieuw.
| Vrijdag 16 februari, 16.00 uur
How can Mekka be saved? Derde Snouck Hurgronje lezing,door de Saudi-Arabische architect Dr. Sami Angawi, georganiseerd door de Stichting Oosters Instituut, Leiden Plaats: Kamerlingh Onnes Gebouw, Lorentzzaal |
Mekka: levensgevaarlijk avontuur
In 1884 besloot Snouck Hurgronje zelf naar Mekka te reizen, om daar het leven van de moslims en de Hadj te bestuderen. Naast godsdiensthistoricus werd hij zo ook een etnograaf, die bovendien gebruik maakte van de modernste middelen, zoals de fotografie. Zijn reis naar Mekka, waar het boek Mekka (met platenatlas) het blijvend resultaat van is, was een 'levensgevaarlijk avontuur', aldus Witkam. Voor niet-moslims was de heilige stad streng verboden terrein. Snouck bekeerde zich tot de islam en leefde, met een islamitische vrouw, als moslim onder de moslims. In 1885 was het avontuur plotseling voorbij, toen de Turkse gouverneur hem beval Mekka en Arabië onmiddellijk te verlaten. De vrouw met wie hij in Mekka geleefd had liet hij achter.
Polemiek
Snouck Hurgronje was tijdens zijn leven al een legende. Witkam: 'In Indië gingen onder de gewone bevolking verhalen rond over deze legendarische mufti of hadji. Maar ook later in Leiden was hij regelmatig het onderwerp van nieuwsartikelen in de locale pers.' De geschiedenis heeft soms hard over hem geoordeeld. In het moderne Indonesië wordt zijn instelling van 'je regeert het land of je regeert het niet, en half werk is onmogelijk' afgekeurd. Ook in Nederland werd hij in linkse kringen verguisd vanwege zijn houding tegenover Atjeh. De felste polemiek onder islamologen is gevoerd in het begin van de jaren tachtig. De inzet was: Was Snouck Hurgronje oprecht in zijn bekering tot de islam of niet. 'Het ging hard tegen hard', zegt Witkam. 'Dat is te begrijpen als je bedenkt dat voor moslims huichelaars in het geloof de ergste vijanden van de islam zijn. Het is niet te verteren dat iemand zich bekeert, het vertrouwen wint, en je achteraf bedriegt. De verdedigers van Snoucks oprechtheid waren veelal de laatst overgeblevenen van zijn adepten. Zij vereerden de meester. Maar de kwestie is natuurlijk niet op te lossen. Zelfs de Spaanse Inquisitie is het nooit gelukt om erachter te komen of bekeerlingen wel of niet oprecht waren.' In het huidige islamdebat is Snouck juist weer een lichtend en verfrissend voorbeeld voor degenen die onderscheid willen maken tussen een politieke en niet-politieke islam.
|
Bron, Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) Oriëntalist. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek |
Pamfletjes
Zelf is Witkam het meest beïnvloed door Snouck Hurgronje in de tijd dat hij de Oosterse collecties beheerde in de Universiteitsbibliotheek, en de talloze onooglijke boekjes en pamfletten tegenkwam die Snouck had verzameld: 'Hij had de visie om in te zien dat dat belangrijke onderzoeksbronnen zouden kunnen zijn. Door hem heb ik me gerealiseerd: "zo moet je dus verzamelen", en ik ben het zelf ook gaan doen.' Daarnaast heeft Snouck Hurgronje duizenden oosterse handschriften en 10.000 gedrukte werken aan de Universiteitsbibliotheek geschonken en nagelaten. Witkam: 'Soms zitten zijn eigen bladwijzers er nog in. Die collecties zijn echt iets bijzonders. Als we die eenmaal goed beschreven hebben komen we een heel eind verder met het leven en werk van Snouck Hurgronje.' Want een biografie van deze geleerde is er nog niet.
Slachtofferprofiel
Snouck was een complexe persoonlijkheid. Ook dat is volgens Witkam een reden waarom er nog geen biografie van hem is verschenen. 'Aardig' was in ieder geval het woord niet. Witkam: 'Hij kon zijn collega's genadeloos neersabelen. Het profiel van zijn potentiële slachtoffer had vier elementen: 1. Het zit je maatschappelijk mee, 2. Je hebt een goed salaris, 3. Ook door je huwelijk ben je aardig in bonis, en 4. Toch ben je een slordige wetenschapper.' Maar Witkam kwam bij de bestudering van het leven van Snouck ook in de privésfeer dingen tegen waarvan hij dacht: 'wat naar'. In de 130 pagina's lange inleiding op de Nederlandse vertaling van Mekka, die in maart bij uitgeverij Atlas uitkomt, laat hij daar voorbeelden van zien.
Alle activiteiten en uitgaven rond '150 jaar Snouck Hurgronje' staan op de website www.oostersinstituut.nl
*De Islām en het rassenprobleem. Rede uitgesproken op den 347sten verjaardag der Leidsche Hoogeschool 8 februari 1922
Door den Rector Magnificus C. Snouck Hurgronje
(met dank aan prof. dr. Willem Otterspeer)
(13 februari 2007/HP)


