Paul van der Heijden: romanticus


Paul van der Heijden: 'Ik ben iemand die van gezelschap houdt.'
Homo romanticus. In die omschrijving kan Paul van der Heijden zich goed vinden. Op de dies natalis heeft hij de ambtsketen overgenomen van Douwe Breimer. Een kennismaking met de nieuwe rector magnificus en bestuursvoorzitter.

 

Wie is Paul van der Heijden?
'Bij mijn aantreden als rector magnificus aan de Universiteit van Amsterdam, vijf jaar geleden, is een vriendenboekje, Onder Redacteuren, verschenen. Jan Trap, advocaat arbeidsrecht, tekent mij daarin als homo romanticus. Als tegenwicht voor mijn professionele activiteiten is dat zeker een kant van mij. Het lezen van literatuur en poëzie, daar geef ik veel om. Vooral romantici als J.J. Slauerhoff en J.C. Bloem.'

Ter illustratie geeft Trap een favoriet citaat van Van der Heijden uit het werk van Bloem (overigens een vertaling uit het Engels*):           

Kom, vul de glazen en denk langer niet

Eraan hoe snel de onhoudbare tijd ontvliedt.

Gistren is dood, morgen nog niet geboren -

Wat zou 't, als ons vandaag genieten liet?

'Als ik dit bestuurlijke werk niet meer zou doen', vervolgt Van der Heijden, 'en over ruime financiële middelen zou beschikken, zou ik het antiquariaat van Schumacher bij de Waag in Amsterdam overnemen. Dat wordt gedreven door een broer en zus die in de tachtig zijn. Ze hebben een enorm depot met veel eerste drukken van schrijvers en dichters uit de negentiende en begin twintigste eeuw. Of ik zou een verzameling schilderijen van negentiende-eeuwse schilders kopen met als thema cafés en terrassen. Ja, ik ben iemand die van gezelschap houdt.'

Waarom nu Leiden?
'De bodem van mijn belangstelling voor Leiden is gelegd in de tijd dat ik er werkte en promoveerde. Als jong broekje heb ik veel geleerd van mijn wetenschappelijke vader Max Rood. Het was een inspirerende tijd met Hans Daalder, Peter Kooijmans, die toen decaan was, en Herman van Gunsteren. We voerden werkelijke discussies op basis van argumenten, in een spirituele, vrije geest.'

Hoe verhouden de UvA en Leiden zich tot elkaar?
'Leiden is van oudsher de universiteit van het open, liberale en academische debat. Het verschil met de Universiteit van Amsterdam? De UvA is wat politieker, heeft een politieke universiteitscultuur. Leiden een academische. Leiden is kleiner. Daarom kun je hier de academische cultuur makkelijker koesteren. Studenten zullen dat herkennen. Die gaan in Amsterdam studeren voor de stad. Iemand die voor Leiden kiest, doet dat voor de universiteit. Leiden wil terecht een researchuniversiteit zijn, waar onderwijs en onderzoek voor eeuwig met elkaar verbonden zijn. Dat is anders dan in Amsterdam waar de UvA en de Hogeschool van Amsterdam een heel grote instelling voor hoger onderwijs zijn. Daarbij proberen ze studenten van het ene naar het andere systeem te begeleiden. Leiden werkt bewust niet intensief samen met een hogeschool maar kiest voor studenten die zich aangetrokken voelen door het hoge niveau van wetenschap dat we ambiëren.'

Wat is je belangrijkste taak?
'De Leidse universiteit heeft nadrukkelijk voor talent gekozen. Wat in het instellingsplan Kiezen voor Talent staat, gaan we doen. We gaan ook selecteren als het kan. Ik beschouw selectie aan de poort als een mooi profileringspunt. Nu maken we even een pas op de plaats maar we stoppen er zeker niet mee. Heel belangrijk is het contact tussen docent en student. Een inspirerende docent die de vonk van het plezier in zijn of haar vak doet overslaan naar de student.'

In zijn eerste toespraak na de rectoraatsoverdracht in de Pieterskerk citeerde Van der Heijden een student uit het Verenigd Koninkrijk: 'Tell me and I will forget, teach me and I will learn, involve me and I will remember.'

Van der Heijden: 'Dat is de spijker op de kop. De student inspirerend betrekken bij onderwijs en onderzoek aan de academie. Daar gaat het om. En als rector vind ik ook de contacten met studenten en hun verenigingen belangrijk.'

In de relatie van de universiteit met de samenleving is nog veel te verbeteren?
'Er is sprake van een merkwaardige paradox. Wetenschapsmensen krijgen veel aandacht. Van hun kennis wordt veel gebruik gemaakt in adviescommissies, in consultatieve organen en in de media. Maar als het om de universiteit gaat, begint iedereen vies te kijken. Er is veel vraag naar en waardering voor wetenschap en mensen die dat onderwerp belichamen, maar dat je voor doeltreffende wetenschapsbeoefening een universiteit nodig hebt, voorzien van voldoende morele en financiële steun wordt niet altijd erkend. We hebben er allemaal baat bij als we die paradox kunnen verkleinen.'


Paul van der Heijden (1949), sinds vorige week de opvolger van Douwe Breimer als rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, was sinds januari 2002 rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarvoor was hij, sinds 1990, hij hoogleraar arbeidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA. Zijn wetenschappelijke publicaties richten zich op arbeidsverhoudingen, grondslagen van het arbeidsrecht, grondrechten, corporate governance en openbaar bestuur. Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde aan de Universiteit Leiden in 1984 op het proefschrift A fair trial in social law? Voor zijn aanstelling aan de UvA werkte hij onder meer aan de universiteiten in Leiden (1978 tot 1985) en Groningen (1987 tot 1990) en was hij rechter bij de Amsterdamse rechtbank (1985 tot 1989).

Buiten de universiteit vervulde en vervult Van der Heijden diverse bestuursfuncties bij nationale en internationale organisaties en bedrijven.Tijdens zijn rectoraat en voorzitterschap in Leiden blijft hij kroonlid van de SER en voorzitter van de ILO Governing Body Committee on Freedom of Association, een onderdeel van de Verenigde Naties in Genève.

Dit gedicht is een vertaling van Omar Khayyams gedicht in de Engelse vertaling van Edward Fitzgerald 'Ah, fill the Cup.' In het Naschrift bij de bundel Afscheid schrijft Bloem: 'Het kwatrijn van Omar Khayyam-Fitzgerald komt alleen voor in de eerste uitgave van de Rubayat (nr 37).'

Ah, fill the Cup: - what boots it to repeat
How Time is slipping underneath our Feet
Unborn To-morrow, and dead Yesterday,
Why fret about them if To-day be sweet!


(13 februari 2007/WvA)