Reptielengif en taaldood
![]() |
Er is een verband tussen reptielengif en taaldood maar dat is zeker niet oorzakelijk. Beide onderwerpen zijn genomineerd voor de Academische jaarprijs. Leiden heeft als enige universiteit twee nominaties binnengehaald.
De nominaties
Het plan Reptielengif als dodelijk wapen. of als levensreddend medicijn? is van biologiestudent Freek Vonk en ontwikkelingsbioloog prof.dr. Michael Richardson. Het tweede voorstel Taaldiversiteit, taalbeschrijving en taaldood is ingediend door Maarten Mous, hoogleraar Afrikaanse taalkunde. Gerenommeerde Leidse taalwetenschappers maken deel uit van zijn team.
Wetenschappelijk onderzoek voor een groot publiek
De Academische jaarprijs is in 2005 ingesteld door NRC Handelsblad, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De prijs van honderd duizend euro wordt toegekend aan het beste plan om recent wetenschappelijk onderzoek te vertalen
Wildcard
Dit jaar heeft de jury de mogelijkheid gekregen om één wildcard uit te delen aan een extra onderzoek, wat een totaal van vijftien nominaties mogelijk maakte. De jury was echter van mening dat de kwaliteit van de in totaal 21 voorstellen in een aantal gevallen te wensen overliet. Ze adviseerde daarom om slechts zeven plannen te nomineren. Twee daarvan zijn Leidse voorstellen.
Inheemse talen
Het aantal talen in de wereld neemt in rap tempo af. Taalgemeenschappen verdwijnen door allerlei politieke, sociale of economische oorzaken. Iedere uitgestorven taal is een verlies voor de wetenschap. Juist de talen van 'inheemse' volkeren vormen een schat aan informatie over de structuur van taal.
Het doel van dit project is te tonen hoe talen in elkaar zitten, hoe ze verdwijnen en hoe ze beschermd kunnen worden. Maar ook: laten zien hoe dit tot nieuwe inzichten leidt over de eigenschappen van taal. Dit willen Mous en zijn team bereiken door een tentoonstelling in te richten. Die moet een sterk interactief
![]() Eithne Carlin, deelneemster van het taalkundeteam, tijdens veldwerk bij de Trio-indianen in het binnenland van Suriname. |
Al bestaand maar nog onbewerkt filmmateriaal over de Yaakustam uit Midden-Kenia, geschoten tijdens een expeditie van taalkundigen om de Yaakutaal te beschrijven, kan samen met dergelijk materiaal uit andere delen van de wereld (Suriname, Siberië en Indonesië) worden gemonteerd tot een documentaire over taalbeschrijving die onderdeel van de tentoonstelling zal worden. Verder wil het team een 'taalgenerator' - een computer waarmee dode talen tot leven gewekt kunnen worden - inzetten. Ook gaat het aandacht besteden aan de variatie in het Nederlands en aan de vraag in hoeverre het bestaan van het Nederlands bedreigd is in een expanderend Europa.
Reptielengif als medicijn
Captropil is een bekend medicijn tegen hoge bloeddruk en hartfalen. Het is gebaseerd op het gif van een Zuid-Amerikaanse Lanspuntslang. Maar er zijn veel meer voorbeelden van geneesmiddelen op basis van reptielengif. En de mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput, menen ontwikkelingsbioloog prof.dr. Michael Richardson en biologiestudent Freek Vonk, die onderzoek doen naar de genen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de gifklier bij reptielen.
In een serie documentaire films, tentoonstellingen en lespakketten willen ze laten zien hoe nuttig reptielen zijn voor de mens, hoe belangrijk het is om ze te beschermen, en wat er allemaal bij komt kijken aan onderzoek en avontuur voordat er pillen op basis van reptielengif bij de apotheek kunnen liggen.
Vonk is naast wetenschapper ook een reptielenliefhebber die als geen ander met slangen om kan gaan en, zoals in de films te zien zal zijn, de wereld rond reist om ze te vangen en te 'melken'.
![]() Freek Vonk met een kraaghagedis Chlamydosaurus kingi in het West-Australische Kunnunura park. |
Het doel van de onderzoekers is om meer jonge mensen voor de biomedische wetenschappen te interesseren. 'We stimuleren niet het houden van giftige slangen als huisdier', zo benadrukt het voorstel.
Vorig jaar publiceerden Vonk en Richardson een artikel in Nature over de oorsprong van de gifklieren in hagedissen en slangen. Uit hun DNA-onderzoek bleek dat er veel meer giftige hagedissenfamilies moeten zijn dan nu wordt gedacht. Bovendien lieten ze zien dat alle reptielen met gifklieren, zowel de slangen als de hagedissen, 200 miljoen jaar geleden uit één gemeenschappelijke voorouder zijn ontstaan.
(23 januari 2007/HP/SH)




