Plichtsgevoel en onbehagen
Publieke diensten in vroegmoderne steden
|
19 januari 15.00 uur Publieke diensten in vroegmoderne steden |
Onze vuilnisbakken worden wekelijks geleegd, als we willen trouwen gaan we naar het stadhuis, en als de buurman ons een loer draait kunnen we hem zonodig voor het gerecht slepen. Deze publieke diensten worden verzorgd door de overheid, die daarvoor ambtenaren in dienst heeft die een salaris krijgen, betaald uit de belastinggelden.
Stedelijke elites
Zo heeft het niet altijd gewerkt. Pas sinds de Franse Revolutie kennen we in Nederland het systeem dat publieke taken volledig onder verantwoordelijkheid van de overheid vallen, en uitgevoerd worden door gesalarieerde ambtenaren. Sociaal historicus Manon van der Heijden: 'Vanaf de late middeleeuwen tot 1800 waren de publieke taken heel erg verdeeld. Niet alleen de overheid hield zich ermee bezig, maar ook de kerk, gilden, stedelijke elites. Soms wrong dat, en ontstonden er conflicten tussen die partijen. Bovendien liepen die ook nog eens sterk in elkaar over. Leden van stedelijke elites hadden bijvoorbeeld invloed in het stadsbestuur, maar ook in de kerk.'

Dr. Manon van der Heijden: 'De kern van het burgerschap in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was dat je allerlei publieke taken op je nam.'
Publieke diensten
Van der Heijden leidt een Vidi-onderzoek naar het systeem van publieke diensten in de steden van de Lage Landen in de periode 1500-1800. Ze begon ermee aan de VU, maar verhuisde september 2006 met project en bijbehorende postdocs naar Leiden om hier universitair docent te worden, aangetrokken door de 'actieve en dynamische afdeling sociale geschiedenis'. Vrijdag 19 januari presenteert ze haar project in een lezing in het Huizingagebouw.
Publiek en privaat
'Het systeem functioneerde in de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd heel anders dan nu', vertelt de onderzoekster. 'Het was gebaseerd op persoonlijke contacten, op patronageverhoudingen en netwerken. Een scheiding tussen publiek en privaat kende men niet. Aan de ene kant werkte dat corruptie in de hand, maar aan de andere kant hield het de samenleving wel draaiende. De kern van het burgerschap in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was dat je allerlei publieke taken op je nam. Dat was goed voor je stad en voor je eigen status. Publieke diensten waren toen nog vrijwel volledig het domein van de stad. De hele staatsinrichting was gebaseerd op de steden. Heel veel taken zijn pas centrale overheidstaken geworden in de negentiende eeuw. Toen werden bijvoorbeeld de schutterijen afgeschaft.'
Schaalvergroting
Dat het anders geregeld was dan nu wil echter niet zeggen dat er in de eeuwen tussen de late Middeleeuwen en de negentiende eeuw niets is veranderd. Van der Heijden: 'De vroegmoderne tijd was een periode van groei en urbanisatie, waarin de behoefte aan publieke diensten steeds groter werd. Vooral in Holland groeiden de steden. Wij onderzoeken niet alleen de verhoudingen tussen overheid, kerk en gilden op het terrein van de publieke diensten, maar we willen ook weten of die schaalvergroting heeft geleid tot een andere aard van die taken. Werd de onduidelijke scheiding tussen publiek en privaat duidelijker? Kwamen er ambtenaren met een echt salaris? Vond er, in de woorden van Max Weber, een proces van bureaucratisering plaats?'
![]() Uitdeling van brood aan armen door de diaconie in Utrecht, ca. 1880, Aquarel J. Hoevenaar Wz. |
Salaris
Een verandering in de organisatie van publieke diensten was er wel degelijk, leert het onderzoek van Van der Heijden. 'In sommige steden werd de armenzorg bijvoorbeeld geconcentreerd. Het aantal armen groeide zodanig dat die zorg niet meer opgevangen kon worden op de oude versnipperde manier. En in sommige functies zag je veranderingen. Vanaf 1660 kreeg de burgemeester van Rotterdam een salaris, zodat hij van zijn ambt kon leven. De private en publieke financiën werden uit elkaar getrokken. Dat zie je ook bij de baljuwen, de officieren van justitie, die tot dusver moesten leven van de boetes die ze oplegden en financiële regelingen die ze troffen met overtreders. Als ze geld nodig hadden vielen ze een bordeel binnen, en hielden alle gehuwden die ze daar aantroffen aan. Dat probleem werd al eerder onderkend, en er werden wetten tegen uitgevaardigd. Maar die hadden tot gevolg dat de baljuwen helemaal niet meer vervolgden.'
Drie stappen terug
De modernisering van de publieke diensten vond echter lang niet overal plaats: 'De verkoop van ambten bleef bijvoorbeeld heel lang bestaan. En het proces was niet lineair, zoals het bureaucratiseringmodel van Max Weber wil. In Antwerpen werd het oude systeem juist herbevestigd. Waarom dat is gebeurd, daar zijn we nog niet uit. Ook in sommige Hollandse steden ging men soms een stap vooruit en dan weer drie stappen terug.'
Jan van Hout
Soms was er binnen een stad geen eensgezindheid over de noodzaak van hervormingen. Jan van Hout, de zestiende-eeuwse Leidse stadssecretaris, vond dat het hoog tijd was voor verandering in de organisatie van de publieke zaak. Van der Heijden: 'Hij was zich bewust van de schaalvergroting, en vond: daar moeten wij als stad in meegaan. Hij pleitte voor financiële steun voor goede ambtenaren die hem als stadssecretaris in zijn taken zouden ondersteunen, en voor een meer professionele organisatie van de armenzorg, die gecentraliseerd zou moeten worden. Als voorbeeld keek hij naar de humanist Vives die een belangrijk boek over armenzorg in de Zuidelijke Nederlanden had geschreven. Maar toen Van Hout zijn voorstellen aan het stadsbestuur kenbaar maakte was de reactie dat het zijn onderneming was, en dat hij zelf maar moest uitzoeken hoe hij die moest financieren. De overheid voelde zich daar nog niet verantwoordelijk voor. Je ziet hier een frictie tussen twee wereldbeelden.'
![]() Het beroemde schilderij 'burgemeester van Delft en zijn dochter' van Jan Steen uit 1655. Eind vorig jaar werd aangetoond dat het schilderij niet een burgemeester afbeeldt, maar korenhandelaar Adolf Croeser en zijn dochter. |
Humanisten
Heel lang heeft het idee bestaan dat de Franse Revolutie een strikte cesuur is geweest tussen de vroegmoderne en de moderne tijd, toen alles "rationeel" werd. Maar die strikte scheidslijn was er niet, aldus Van der Heijden. 'Men signaleerde lang daarvoor problemen, worstelde daarmee, en probeerde ze op te lossen. Je ziet ook dat belangrijke humanisten zoals Erasmus zich er op theoretisch niveau mee bezig houden. Wel was de Franse Revolutie een enorme katalysator. Na 1795 is men onmiddellijk aan de slag gegaan met die ambten.'
Huwelijken
De Reformatie heeft eveneens als een stroomversneller gefunctioneerd. 'Het proces van veranderingen begon in de Zuidelijke Nederlanden, waar de bevolkingsgroei al in de vijftiende eeuw begon. Toen het oversloeg naar het Noorden werd het extra aangewakkerd door de Reformatie. Gereformeerden hadden een andere kijk op armenzorg. Ze zagen niets in particuliere aalmoezen waarmee rijke mensen goede sier konden maken. En eind zestiende, begin zeventiende eeuw nam de seculiere overheid taken op het gebied van de wetgeving over die eerst bij de katholieke kerk lagen. Bestrijding van belangrijke vergrijpen als overspel, bigamie en prostitutie kwam na
|
Manon van der Heijden promoveerde in 1998 aan de Erasmus Universiteit op de studie Huwelijk in Holland. Stedelijke rechtspraak en kerkelijke tucht 1550-1700. Vervolgens was ze werkzaam aan de VU, waar ze in 2004 van NWO een Vidi-subsidie voor excellente onderzoekers toegekend kreeg voor het onderzoeksproject Civil services and Urban Communities. The Netherlands 1500-1800. Haar meest recente boek is Geldschieters van de stad. Financiële relaties tussen burgers, stad en overheden 1550-1650 (2005). |
Balkenende
De corporatieve samenleving van de vroegmoderne tijd is sinds de negentiende eeuw definitief geschiedenis. Toch bestaat er nog wel eens heimwee naar. Van der Heijden: 'Het is lang not done geweest om die corporatieve samenleving positief te beoordelen. Dat had een fascistische bijklank. Maar sinds de jaren '90 kan het weer. Nu verschijnen er steeds meer boeken over hoe geweldig het was dat mensen dat soort publieke taken op zich namen; het gaf hun sociaal kapitaal, en zou de bakermat zijn van de civil society en de democratie. Ook als Balkenende pleit voor het idee van de verantwoordelijke burger, wil hij eigenlijk terug naar een oud systeem. Maar de samenleving is ingrijpend veranderd. Mensen hebben banen, waarvoor ze betaald worden. Je kunt mensen niet dwingen om plotseling dat plichtsgevoel te krijgen als daar niets tegenover staat.'
|
Behalve onderzoeksleider dr. Manon van der Heijden werken in deze fase twee postdocs mee aan het project Civil Services and Urban Communities. The Netherlands 1500-1800.
Manon van der Heijden zelf gaat een synthese schrijven, waarin ze ook veranderende ideeën over publieke diensten zal verwerken. Daartoe onderzoekt ze het werk van denkers als Hugo de Groot, maar ook kronieken, werken van theologen en verslagen van vergaderingen van stadsbesturen. Lees meer: http://www.let.leidenuniv.nl/history/csuc/ |
16 januari 2007 - HP



