Wat hebben we tegen de Roma?

De Servische juriste Vanja Montenegro-Ljujic noemt zichzelf een 'ouderwetse idealist'. Als voorvechter van de mensenrechten demonstreerde ze tegen het bewind van Milosevic, en sloot ze zich aan bij de Servische vredesbeweging. De Universiteit Leiden gaf haar onlangs subsidie voor een onderzoek naar de discriminatie van Roma.

Vanja Montenegro-Ljujic
Vanja Montenegro-Ljujic: 'Discriminatie kun je niet simpelweg bestrijden via wetten en regels.'

De Roma, in de volksmond samen met de Sinti 'zigeuners' genoemd, worden in vrijwel alle landen van Europa achtergesteld. Ze leven vooral op de Balkan en in de Karpaten en daarom valt de discriminatie daar het meest op. Maar ook in Nederland, waar enkele duizenden Roma wonen, worden ze gediscrimineerd, weet de Anne Frank Stichting: 'Hun achterstanden in deelname aan het onderwijs en de arbeidsmarkt overstijgen die van andere etnische minderheidsgroepen.' *

Vanja Montenegro-Ljujic was in haar geboorteland getuige van de discriminatie: 'Ik heb gezien hoe mensen onverschillig voorbij liepen aan een Roma kind van een jaar of twee dat in de vrieskou op straat zat', vertelt ze. 'Ik wist dat als het een Servisch kind geweest was, iedereen in rep en roer zou zijn. Mensen hadden eten gebracht of op een andere manier geprobeerd te helpen.'

Romafobie
De gedachte dat mensen zelfs bij een kind van twee al onderscheid maken, riep bij Vanja Montenegro-Ljujic boosheid, maar ook vragen op. Waar kon deze Romafobie vandaan komen en wat zouden we ertegen kunnen doen? In de wetenschap zocht ze naar een antwoord. Nadat ze in Belgrado haar bachelor had gehaald, kwam ze in 2000 naar Nederland voor een masters Internationaal Recht in Utrecht. De titel van haar eindscriptie was Gypsies Rights are Human Rights. 'Maar gaandeweg raakte ik doordrongen van het besef dat je discriminatie niet simpelweg kunt bestrijden via wetten en regels', vertelt Vanja Montenegro-Ljujic. 'Aan de basis van discriminatie ligt een negatieve houding ten opzichte van een bevolkingsgroep. De eerste stap is te begrijpen waar die vandaan komt.' Ze besloot in Leiden politieke psychologie te gaan studeren en hoopte op een onderzoeksplaats.


Romakind
Foto Danilo Krstanovic
Vanja Montenegro-Ljujic miste op een haar na de Mozaïekprijs, een subsidie van het NWO voor jonge getalenteerde allochtone wetenschappers. Vanaf januari 2006 was ze daarvoor in de race, maar de concurrentie in de hoek van de sociale wetenschappen was groot en het budget beperkt. Tegelijk met de afwijzing verstuurde NWO echter een aanbeveling naar de Universiteit Leiden, waarop deze besloot om haar zelf een onderzoeksplaats te geven. Niet bij Rechten overigens, maar bij de faculteit Sociale Wetenschappen. Daar mag ze onder supervisie van prof. dr. Paul Vedder, buitengewoon hoogleraar Leren en ontwikkeling in de multiculturele samenleving en politicoloog prof. dr. Henk Dekker vier jaar onderzoek gaan doen.

Submenselijk
Vanja Montenegro-Ljujic vindt juist de Roma zo interessant, omdat dit volk geen eigen land heeft, maar over heel Europa is verspreid. En waar ze ook wonen, nergens worden ze als gelijke gezien. 'Het lijkt alsof anderen ze beschouwen als een submenselijke soort. Een voorbeeld daarvan is de misvatting dat Roma geen kou voelen en dat ze afval kunnen eten zonder ziek te worden. Veel Roma leven immers op straat. Waar ze niet bij stilstaan, is dat Roma in veel Europese landen gemiddeld niet ouder worden dan 42 jaar.'

500 scholieren
Er is al redelijk wat studie verricht naar de achterstelling van Roma, maar wat dit nieuwe onderzoek zo bijzonder maakt, zijn de internationale aanpak en de multidisciplinaire benadering. Vanja Montenegro-Ljujic wil in kaart brengen hoe mensen in Servië, Nederland en Hongarije tegen hen aankijken. In elk land wil ze 500 scholieren en hun ouders ondervragen.


In 2004 organiseerde Montenegro-Ljujic een tentoonstelling over Roma in Servische scholen, als onderdeel van een groot project in vredeseducatie. Ljujic: 'Hier houd ik een verhaal voor middelbare scholieren over de geschiedenis en cultuur van de Roma, en over de Roma als object van vooroordelen en discriminatie .'

Socialisatie en acculturatie
Haar hypothese luidt dat de verschillen in de houding van die mensen tegenover de Roma op een aantal factoren terug te voeren zijn: het democratische gehalte van het land waarin ze wonen, de etnische samenstelling van de bevolking, hun eigen sociaal-economische positie en positieve of negatieve identiteit, de nationale houding tegenover anderen, hun directe contact met Roma en de socialisatie (sociale opvoeding) van de Roma zelf. De nadruk zal Montenegro-Ljujic echter leggen op de socialisatie en de acculturatie (de verandering van de eigen cultuur door contact met andere culturen) van de mensen in het betreffende land.

Drie theorieën
De Servische zal theorieën uit verschillende wetenschappen gebruiken bij het analyseren van de gegevens. Het meest boeit haar de socialization theory, waarbij ze kijkt in welke mate kinderen van jongs af aan al worden opgevoed met het idee dat Roma een minder soort mensen zijn dan zijzelf. Dat is ook de reden dat ze scholieren bij haar onderzoek betrekt. Daarnaast gebruikt ze de authoritarian theory, die agressie en negatieve gevoelens ten opzichte van zwakkeren verklaart vanuit conflicten met de ouders in de vroege kinderjaren. De group conflict theory ten slotte leert dat discriminatie toeneemt naarmate het economisch slechter gaat met een land. Bij schaarste is de competitie tussen mensen heviger en dat werkt intolerantie in de hand.

Idealisme
De 32-jarige Vanja Montenegro-Ljujic heeft een verleden in de Servische vredesbeweging. 'Ik ben nog zo'n ouderwetse idealist', lacht ze. Ze hoorde bij de grote groep studenten die demonstreerden tegen president Milosevic. Nadat deze in oktober 2000 werd afgezet, sloeg de blijdschap al snel om in teleurstelling. 'Servië werd niet het ideale land zoals wij dat voor ogen hadden. Het is doordrenkt met het gif van intolerantie en discriminatie. Toch hebben mijn vrienden uit de vredesbeweging en ik niet opgegeven. We zijn allemaal iets gaan doen wat te maken heeft met mensenrechten.' Vanja Montenegro-Ljujic zelf werkte vier jaar in het Anne Frank Huis, waar ze lezingen gaf voor scholieren en studenten uit allerlei landen. Voor het Verzetsmuseum deed ze onderzoek naar geweldloos verzet.

(9 januari 2007 - Ilse Ariëns, freelance journaliste)

*De achterstelling van Roma en Sinti in Nederland is door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden in kaart gebracht in het Cahier Roma en Sinti (2004) (pdf)

Het Dossier Roma & Sinti van de Anne Frank Stichting bevat nieuws, achtergrondinformatie, rechtspraak, bronnen en verwijzingen over deze bevolkingsgroepen in Nederland.