Aantal promoties verder gestegen

Het aantal promoties aan de Universiteit Leiden is dit jaar opnieuw gestegen. Vanmiddag bracht Judith Bosnak de teller op 303. Vorig jaar promoveerden er 289 en in 2004  waren er 240 jonge doctores.

Met het aantal van 303 wordt het record van 1997 net niet geëvenaard. Dat blijft staan op 305. Nadat het aantal promoties in de jaren rond de eeuwwisseling was teruggevallen, is sinds vorig jaar weer een duidelijke stijging zichtbaar. Die trend heeft zich dit jaar doorgezet.

Opvallend is dat verreweg de meeste promoties werden voorbereid in LUMC/geneeskunde, namelijk 117. Dat waren er 24 meer dan in 2005. Ook in de faculteiten der Letteren, Godgeleerdheid en Archeologie en bij het ICLON werd meer gepromoveerd dan in 2005. De faculteiten Wiskunde en Natuurwetenschappen en Rechten kenden een terugval.

Koploper
Bij de 303 promoties in Leiden waren 207 promotores betrokken. Koploper is prof.dr.ir. A.M. Havekes (LUMC) met zeven promoties. Hij wordt gevolgd door prof.dr. J.A. Romijn (LUMC). Hij begeleidde zes promovendi succesvol.

Louis Havekes: 'Voor zoveel promoties heb je natuurlijk een grote onderzoeksgroep nodig. Om die te behouden moet je veel energie stoppen in het binnenhalen van subsidies. Want zonder subsidies ook geen groep. De begeleiding van promovendi moet je goed inbedden. Daarvoor is de opbouw van de groep van groot belang want je kunt niet alles zelf doen. Je hebt goede postdocs nodig. Ook is samenwerking met andere groepen heel belangrijk, niet vrijblijvend maar projectmatig. Dat doen we met cardiologie, endocrinologie en humane en klinische genetica.'

Prof.dr. Louis Havekes
Prof.dr. Louis Havekes: 'Zonder subsidies heb je ook geen onderzoeksgroep.'

Metaboolsyndroom
Kernwoord in het onderzoek van Havekes en zijn promovendi is het metaboolsyndroom: de combinatie van een hoge bloedsuikerspiegel, verhoogd cholesterol, hoge bloeddruk en overgewicht. Havekes werkt veel samen met endocrinoloog Hans Romijn, de nummer twee. Romijn: 'Ik ben in 1999 in Leiden gekomen. De eerste jaren heb ik geïnvesteerd. Nu is de oogsttijd aangebroken. De truc is om de promovendi met meer mensen te begeleiden en om tijdslimieten strak te hanteren. Dan blijft de schwung in het project.'

Met vijf promoties staan prof.dr. F.C. Breedveld, prof.dr. M.H. Breuning, prof.dr. F.R. Rosendaal en prof.dr. J.M. Wit (allen LUMC) ex aequo op de derde plaats. Daarna volgen met vier promoties:

  • prof.dr. W.J.J. Assendelft (LUMC)
  • prof.dr. G.J.N. Bruinsma (Rechtsgeleerdheid)
  • prof.dr. G.W. Canters (Wiskunde en Natuurwetenschappen)
  • prof.dr. V.J.J.P. van Heuven (Letteren)
  • prof.dr. T.W.J. Huizinga (LUMC)
  • prof.dr. H.H.H. Kanhai (LUMC)
  • prof.dr. J. Neefjes (LUMC)
  • prof.dr. J. Reedijk (Wiskunde en Natuurwetenschappen)
  • prof.dr. M.J. Schalij (LUMC)
  • prof.dr. Ph. Spinhoven (Sociale Wetenschappen)
  • prof.dr. van der Wall (LUMC)

(19 december 2006/WvA)