Helderheid in de Europese financiële wereld


Meehea Park: 'Verzekeraars en banken krijgen te maken met verschillende toezichthouders wanneer ze zaken doen in meerdere Europese landen, en dat zorgt voor verwarring.'
De lidstaten van de Europese Unie hebben ieder hun eigen nationale toezichthouders voor de financiële markt. Zou samenwerking kunnen zorgen voor een eerlijker en inzichtelijker systeem? Op deze vraag hoopt Mozaïekwinnares Meehea Park een antwoord te vinden.

Als je een verzekering afsluit of een spaarrekening opent, wil je erop kunnen vertrouwen dat de bank of verzekeraar waarmee je in zee gaat op een eerlijke en nette manier werkt en dat deze zijn zaken goed op orde heeft. Een bank moet bijvoorbeeld niet zomaar failliet kunnen gaan, zodat je al je spaargeld verliest. En van je pensioenverzekeraar verwacht je dat deze zich niet mengt in dubieuze zaken, zoals aandelenhandel met voorkennis. Om consumenten - maar ook overheden en bedrijven die gebruik maken van financiële diensten - te beschermen, zijn er allerlei regels en normen waaraan financiële dienstverleners zich moeten houden. Speciale toezichthouders controleren of deze regels ook daadwerkelijk worden nageleefd.

Veelheid aan regels
De financiële toezichthouders in Nederland zijn de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandse Bank (DNB). De AFM controleert of ondernemingen die actief zijn op de markt van sparen, lenen, beleggen en verzekeren correct omgaan met hun klanten. Ze ziet er bijvoorbeeld op toe dat financiële dienstverleners consumenten op een juiste manier voorlichten over hun producten. De Nederlandse Bank houdt toezicht op de zogeheten prudentiële regels, kort gezegd op de bedrijfsvoering. Ze houdt in de gaten of financiële ondernemingen zelf financieel gezond zijn en of ze hun zaken netjes op orde hebben.

Net als Nederland hebben ook andere landen van de Europese Unie hun eigen toezichthouders. Ondanks het bestaan van Europeesrechtelijke regels, is de handhaving van deze regels op nationaal niveau geregeld. Een goed overzicht van de verschillen in de procedurele regels ontbreekt op dit moment. Meehea Park wil in de eerste plaats een inventarisatie maken. Ze wil met andere woorden uitzoeken of financiële dienstverleners in Frankrijk met andere regels te maken krijgen dan hun collega's in Duitsland. 'Ik verwacht dat de verschillen niet enorm groot zullen zijn', zegt ze, 'maar het zou goed zijn om dit een keer zorgvuldig uit te zoeken.'

Ne bis in idem
Wat Meehea Park vooral hoopt te bereiken is dat de toezichthouders binnen Europa beter gaan samenwerken. Ze verwacht dat het controlesysteem hierdoor inzichtelijker en rechtvaardiger wordt. 'Op dit moment hebben financiële bedrijven zoals verzekeraars en banken te maken met verschillende toezichthouders als ze zaken doen in meerdere Europese landen en dat zorgt voor verwarring', vertelt de onderzoekster. 'Het moet duidelijk zijn aan welke administratiefrechtelijke verplichtingen je moet voldoen.'

Daarnaast is niet altijd duidelijk welke toezichthouder een bedrijf aanpakt als het over de schreef gaat. Meehea Park: 'Wat we moeten voorkomen is dat een onderneming voor één overtreding door meerdere toezichthouders in verschillende landen gestraft wordt. We noemen dat het ne bis in idem-beginsel, het beginsel dat iemand niet tweemaal wordt veroordeeld of vervolgd voor hetzelfde misdrijf. In de praktijk hebben de verschillende toezichthouders hier al afspraken over, maar er zijn onvoldoende garanties voor een gestroomlijnde en daardoor rechtvaardige afhandeling.'

Helemaal ingewikkeld wordt het wanneer een financiële dienstverlener gecombineerde producten levert, zoals een hypotheek met daaraan gekoppeld een levensverzekering. In zo'n geval zijn er niet alleen verschillende toezichthouders uit verschillende landen, maar soms ook nog verschillende toezichthouders uit verschillende sectoren. Ook dit aspect neemt Meehea Park mee in haar onderzoek.

De Verenigde Staten hebben een systeem met een overkoepelende toezichthouder: de Securities and exchange Commission (SEC). Zou dit Amerikaanse systeem ook voor Europa kunnen werken, is een andere vraag die de onderzoekster hoopt te beantwoorden.

Fanatisme
Meehea Park start begin volgend jaar haar promotieonderzoek bij de faculteit Rechten van de Universiteit Leiden. Vier jaar krijgt ze de tijd, maar is dat wel voldoende voor een zo groot en complex onderwerp? 'Ik geef toe dat het een enorm ingewikkeld en omvangrijk onderzoek wordt, maar ik ben bereid er keihard voor te werken. Ik heb bewust gekozen voor een veeleisende promotor: de hoogleraar Europees Recht prof.mr. P.J. Slot. Het zit in mijn karakter om de uitdaging te zoeken. Voor mij geldt: hoe hoger de ambitie, des te groter mijn drive.'

De 27-jarige onderzoekster denkt dat dit karaktertrekje te maken heeft met haar Zuid-Koreaanse achtergrond. 'Koreaanse mensen zijn ontzettend ambitieus en fanatiek, zeker als het op leren aankomt. Kinderen in Zuid-Korea krijgen van jongs af aan al bijlessen en ouders doen er alles aan om ze op de beste universiteiten te laten studeren. Mijn Zuid-Koreaanse ouders, die al voor mijn geboorte naar Nederland verhuisden, hebben me een Nederlandse opvoeding gegeven. Dat wil zeggen: ze hebben me nooit onder druk gezet en me altijd mijn eigen keuzes laten maken. Ik ben heel relaxed en zonder enorme ambities aan de studie rechten begonnen, maar hoe verder ik kwam, hoe meer ik wilde.' Meehea Park heeft een tweelingzus die ook rechten studeert aan de Universiteit Leiden, maar die meer voelt voor de praktische kant van het vak, dan voor de wetenschap. 'Het is een geweldige meid met flink wat haar op de tanden. Ze wordt vast en zeker een fantastische advocaat.'

(19 december 2006 - Ilse Ariëns, freelance journaliste)