Lokale belangen remmen milieuwetgeving uit Beijing

Milieubescherming is lastig in China, Beijing wil wel, maar het lukt niet. Sinds de jaren negentig scherpte het centrale gezag in Beijing de milieuwetten aan en om ze uit te voeren organiseerde het een reeks handhavingscampagnes. Benjamin van Rooij, jurist en sinoloog, deed twee jaar veldwerk in Zuidwest-China, waar hij door zijn kennis van de taal en cultuur in nauw contact kwam met de lokale bevolking en autoriteiten. Donderdag 14 december hoopt hij te promoveren op zijn onderzoek.


Benjamin van Rooij: 'Lokale overheden weigeren om hun eigen industrie zo hard aan te pakken als Beijing wel zou willen.'

Milieunormen
De campagnes leken in het begin verstrekkende gevolgen te hebben. In 1996 werden binnen drie maanden 60.000 kleine, sterk vervuilende fabrieken gesloten en eind 2000 werd bericht dat meer dan 95% van de grotere fabrieken aan de milieunormen voldeed. Maar vlak na de campagnes bleek dat de behaalde resultaten niet blijvend waren. Veel vervuilende industrie kwam terug en schone fabrieken gingen weer vervuilen.

Kunstmestfabriek
Van Rooij geeft het voorbeeld van het dorp Baocun in het Zuidwesten van China. 'In Baocun zijn de straten wit en is de rijst rood door de vervuiling', vertelt hij. 'Boven het dorpje torent een grote kunstmestfabriek.' Als gevolg van de vervuiling hebben de lokale boeren hun oogst, karbouwen, vissen, fruit, en wellicht hun gezondheid verloren. Van Rooij: 'Toch deden ze niets.' Niemand stapte naar het milieubureau, de rechter, de politie of de lokale of hogere overheden. Zelfs niet toen de grote fabriek 's nachts illegaal ging lozen en duidelijk de strengere milieunormen overtrad. 'Straks sluiten ze de fabriek en wat moeten we dan?' vraagt Yang, een lokale boer. Van Rooij: 'Hier heeft hij een punt.'


Boer Yang: 'Straks sluiten ze de fabriek en wat moeten we dan?'

Werkgelegenheid
De fabriek betaalt het dorp compensatie voor de schade, voor de aanleg van wegen, en voor de bouw van een school. De fabriek biedt werkgelegenheid, direct aan boeren, en indirect door de kleinere, ook sterk vervuilende, bedrijfjes die hij heeft aangetrokken. En misschien wel het meest cynisch, de fabriek is de enige die de slechte maar nog wel eetbare oogst wil afnemen.

Illegale nachtelijke lozingen
Ook de bevoegde autoriteiten in de stad Kunming, zo'n anderhalf uur per auto van Baocun verwijderd, doen niet veel. Van Rooij: 'De fabriek ligt afgelegen en is moeilijk te bereiken, zeker 's nachts over de slecht begaanbare wegen. De fabriek heeft een goede naam en niemand in de stad weet van de illegale nachtelijke lozingen. Bij een extra inspectie tijdens de nationale milieuhandhavingscampagne hebben de milieubureaus de illegale vervuilingspraktijken ontdekt. De fabriek kwam er echter met een kleine boete vanaf. Lokale overheden weigeren om hun eigen industrie zo hard aan te pakken als Beijing wel zou willen.'


De rijst is rood door de vervuiling van de kunstmestfabriek

Alternatieve inkomsten
Het voorbeeld van Baocun is een van de cases in het onderzoek naar de lokale implementatie van milieuwetgeving in China, dat Van Rooij verrichtte in het kader van het Law, Governance and Development onderzoeks-programma van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Van Rooij: 'Het illustreert de spanning tussen milieubescherming en lokale inkomsten. Het laat ook zien hoe moeilijk handhaving is als het gaat om afgelegen bedrijven waar de bevolking vervuiling tolereert uit angst voor verlies van inkomsten. Het illustreert ook hoe weinig vat Beijing heeft op de lokale overheden, die sinds hervormingen uit de jaren tachtig sterk autonoom zijn geworden. De campagnes hebben deze lokale tegenwerking tijdelijk kunnen doorbreken, maar zonder blijvend effect, net als in Baocun, omdat geen structurele oplossing is gevonden voor het gebrek aan alternatieve inkomsten en de lokale autonomie.'

Lokaal perspectief
Van Rooij concentreert zich in zijn onderzoek op de problemen bij de lokale implementatie van wetgeving om milieuvervuiling tegen te gaan en landbouwgrond te beschermen. Het onderzoek biedt een blik vanuit lokaal perspectief op twee zeer actuele thema's: vervuiling en grondconflicten. Hij plaatst de lokale studies binnen het kader van de transitie waarin China zich bevindt, van plan naar markt, van arm naar rijk, van nivellering naar ongelijkheid, van centralisme naar decentralisatie, en van dictatuur naar rechtsstaat.

(12 december 2006/SH)