Marie Curieleerstoel voor Jacques van Alphen
![]() Prof.dr. Jacques van Alphen |
Prestigieuze leerstoel
De prestigieuze Marie Curieleerstoel is ingesteld om de internationale mobiliteit van onderzoekers binnen de EU te bevorderen. Jaarlijks ontvangen vijftien excellente wetenschappers een van deze leerstoelen. De onderzoeker dient samen met de beoogde onderzoeksinstelling in een van de lidstaten van de EU een voorstel in. Voorwaarde is dat de onderzoeker niet woonachtig is in of afkomstig uit het land van de gastinstelling.
Ecobio
Van Alphen zal meer in Frankrijk zijn dan in Nederland: hij gaat 70% van zijn tijd doorbrengen aan de Université de Rennes in het Ecobio laboratorium. Ecobio staat voor Ecosystèmes en Biodiversité. De keuze van Van Alphen voor de onderzoeksinstelling in Zuid-Frankrijk volgt uit de aard van zijn onderzoek. Hij bestudeert de invloed van klimaatverandering op de verhouding tussen sluipwespen en de bladluizen waarop dezen parasiteren.
Frankrijk speelt daar volgens Van Alphen internationaal een centrale rol in.
Parasitoïde
De verandering van het klimaat kan het evenwicht tussen insecten en hun natuurlijke vijanden danig in de war schoppen. Zo is de processierups van Spanje naar Nederland getrokken waar het nu warmer is dan vroeger, maar zijn belangrijkste natuurlijke vijand, de sluipwesp, is hem niet gevolgd. De sluipwesp is een zogenoemde parasitoïde, een parasiet die zijn gastheer/slachtoffer doodt. De sluipwesp, tevens de natuurlijke vijand van de bladluis, legt zijn eitjes in de eitjes, larven of poppen van zijn slachtoffers. Deze worden dan door de larven van de sluipwesp van binnenuit opgegeten.
![]() Een sluipwesp, Aphidium ervi, waaraan Van Alphen onderzoek verricht. |
Klimaatverandering
Van Alphen gaat onderzoek doen met Joan van Baaren, 'maitre de conférence' bij Ecobio. Van Baaren, die hem naar Frankrijk haalde: 'Van Alphen is een van de beste Europese gedragsecologen die er zijn.' Ze gaan onderzoeken hoe de sluipwespen, onder invloed van klimaatveranderingen, omgaan met hun energievoorraden, de lipiden, uit de eitjes of de larven van hun gastheren. Dat heeft niemand nog onderzocht. Als de temperatuur stijgt, gaat de parasiterende larve deze energievoorraden sneller verbranden. Dat zorgt voor meer generaties per seizoen, maar ook voor een kortere levensduur. 'Wegen deze ontwikkelingen tegen elkaar op?', vragen de onderzoekers zich af.
Verspreiding
Ook willen de onderzoekers kijken naar de verspreiding van de gastheerpopulatie. Als bijvoorbeeld bladluizen meer verspreid raken, moeten hun natuurlijke vijanden, de sluipwespen, meer moeite doen om hen te bereiken. Door de interacties tussen gastheer en parasiet in kaart te brengen, kunnen ook eventuele plagen van gastheerpopulaties worden voorspeld.
Daarnaast is Van Alphen zeer geïnteresseerd in de evolutionaire ontwikkeling van insecten onder invloed van klimaatveranderingen, wetend dat insecten zich heel snel kunnen aanpassen.
Pesticiden
Ook voor de landbouw is kennis over het veranderende gedrag van natuurlijke vijanden van insecten is essentieel, omdat ze een alternatief vormen voor pesticiden.
(28 november 2006/SH&HP)


