Boeken

Hans Nieuwenhuis: Waartoe is het recht op aarde?

Boom Juridische Uitgevers, Den Haag 2006
ISBN 10 90-5454-750-2

In zijn boek opstellen 'Waartoe is het recht op aarde?' spitst prof.dr. Hans Nieuwenhuis zijn vraag toe op het burgerlijk recht en de drie kernen daarvan: eigendom, overeenkomst en onrechtmatig daad. In het boek gaat hij in op de grondslagen van het westerse recht en toont hij aan dat recht een levend organisme dat zich voortdurend aanpast aan de geest van de tijd. Nieuwenhuis lardeert zijn opstellen uitbundig met citaten uit de hele geschiedenis van de schrijvende mensheid: van Aristoteles tot Multatuli, van Justinianus tot Mulisch. Ook bevat zijn boek vele voorbeelden van cases die de krant haalden, wat zijn boek voor de geïnteresseerde leek en voor de aankomend jurist boeiend maakt.

Geen rol voor het geloof
Waartoe is het recht op aarde? is een parafrasering van de eerste vraag uit de catechismus, zoals die op scholen werd gebruikt om de christelijke leerstellingen erin te stampen. (Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.) Maar Nieuwenhuis maakt al snel korte metten met de relatie tussen geloof en recht: 'De vraag of de geboden van het recht uiteindelijk van hoger hand afkomstig zijn dan van de aardse wetgever, kan niet alleen maar moet ook onbeantwoord blijven. () Spreek vrijmoedig over God maar misbruik nooit Zijn naam als argument. () De armslag van het recht is beperkt tot ons bestaan op aarde.'

Levende aard
Met het aantonen van de levende aard van het recht, begint Nieuwenhuis al op pagina 1. Recht wordt gebruikt

  • voor wat te allen tijde billijk en goed is;
  • wat in iedere staat voor allen of voor de meerderheid nuttig is.

Maar, zo schrijft Nieuwenhuis, uit de Verenigde Staten klinkt 'een nieuwe catechismus', namelijk dat recht er vooral zou moeten zijn voor the well-being of individuals in society. Dat is heel andere koek.

Eigendom: een betrekkelijke begrip
Dichter bij huis toont Nieuwenhuis het organische van het recht aan, aan de hand van het begrip 'eigendom' in het Nederlandse burgerlijk recht. In de loop van de tijd is eigendom steeds betrekkelijker geworden. De eerste stap (in de 19e eeuw) was de wet met betrekking tot eigendom te veranderen om ruimte te maken voor juridische figuren als onderpand en vruchtgebruik. Daarna zijn steeds meer aanvallen op het eigendom wettelijk verankerd. Voor bedrijven, maar ook voor de burger. Zo is het belastingstelsel, dat raakt aan het eigendom van geld, oneindig veel breder dan in de tijd dat een boer een deel van zijn oogst moest afstaan. Nu roomt de wetgever het salaris, in aanleg 'eigendom', al zonder meer af voordat de burger het geld op zijn bankrekening heeft, en volgt een greep in de kas als hij geld erft. Daarnaast zijn in de wet met betrekking tot eigendom in het algemeen (dus niet alleen met betrekking tot geld) allerlei beperkingen opgenomen, bijvoorbeeld dat een eigenaar alleen van zijn eigendom gebruik mag maken als dit niet strijdig is met onder meer de rechten van anderen en met wettelijke voorschriften. En van deze laatste zijn er in de loop van de tijd een hoop bijgekomen.

Onteigening
Wat zegt dat nu voor de argeloze burger? Nieuwenhuis illustreert de ontwikkelingen onder meer aan de hand van onteigening (een in deze tijd vaak voorkomende figuur, waarbij de ondergetekende lezer meteen denkt aan grond). Feitelijk kan een eigenaar zich steeds minder verzetten tegen onteigening. De Grondwet van 1848 ging uit van bescherming van de eigenaar: er moest een wet aan te pas komen om duidelijk te maken dat onteigening nodig was voor het algemeen nut. Nu is een 'adequate schadevergoeding' van doorslaggevende betekenis. Rechtspreken is en blijft een kwestie van het zoeken naar een fair balance tussen partijen, aldus Nieuwenhuis.

Onstoffelijke rijkdom
Nieuwenhuis stelt ook vast dat eigendom ('rijkdom') steeds vaker betrekking heeft op onstoffelijke zaken, bijvoorbeeld mestvergunningen in de varkenshouderij. En hij begrijpt het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat als een politiek-juridische beslissing leidt tot de situatie waarin een boer op grond van aangescherpte milieuwetgeving op enig moment volgens zijn vergunning honderd varkens mag houden, en een dag later nog maar negentig. Zeker als jarenlang vanuit Brussel is geroepen dat hij zijn gemengd bedrijf moest opgeven ten gunste van specialisatie, bijvoorbeeld in varkens.

Verrassende vorm van eigendom
Het verraste juristen dat het begrip 'eigendom' door een rechter zelfs werd gebruikt in een zaak waarbij een vrouw door een fout van de NS onder de trein kwam en haar benen verloor. De rechter verwierp de gebruikelijke limitering van schadevergoeding. Hij vond dat de NS volledig moest bloeden omdat 'de vrouw recht had op ongestoord genot van eigendom, waaronder ook valt het recht op volledige (ongelimiteerde), schadevergoeding.' Dit is overigens een voorbeeld van een zaak waarin de rechter het begrip 'eigendom' flink oprekte door buiten het burgerlijk recht te gaan om recht voor de getroffen vrouw te halen. 'Het recht is er, doch moet gevonden worden', schreef  jurist P. Scholten in 1974, aldus Nieuwenhuis.

Grote beginselen
De kern van Nieuwenhuis' betoog zoals hij dat met zijn opstellen opbouwt, is dat 'de grote beginselen' als vertrouwen, rechtvaardigheid, de menselijke waardigheid en - meer en meer - de persoonlijke autonomie, in het westerse recht uiteindelijk richtinggevend zijn. Daardoor kan recht vooruitgang boeken (= zich aanpassen). Daarom is het niet erg dat het burgerlijk recht leentjebuur speelt bij het privaatrecht of andere juridische domeinen. Daarom is het implementeren van Europese juridische richtlijnen vaak minder een probleem dan wordt gevreesd. Daarom hoeft het recht geen waterdicht bouwwerk te zijn. En daarom is het juist goed dat het recht buiten-juridische 'vensters op de wereld' kent. Het kijken door vensters leert bijvoorbeeld dat de denkbeelden in de samenleving veranderen. Op een dag moet het recht daarin mee. Zo is bijvoorbeeld het onderscheid tussen wettige en onwettige kinderen uit de wet geschrapt vanwege de in de samenleving gegroeide noties van rechtvaardigheid en de gewijzigde status van het huwelijk.

Verschillende landschappen
De jurist die uit een venster wil kijken kan kiezen voor het landschap van bijvoorbeeld de ethiek, de economie of de psychologie. Nieuwenhuis beveelt aan om vooral uit véél verschillende vensters te kijken. Zelf vindt hij ook de literatuur een zeer helder venster, vooral in kwesties waarin moraliteit een rol speelt. Hij noemt zeven titels van boeken die juristen kunnen helpen bij het vormen van een oordeel. Daaronder zijn uiteenlopende werken als de Bijbel (Genesis, Job, Evangelie van Lucas), Koning Oedipus en Antigone van Sofakles, Max Havelaar van Multatuli en Misdaad en straf van Dostojevski. 'Het proces Sokrates' komt niet in het lijstje voor maar Nieuwenhuis vindt de beschrijving van dit proces, resulterend in de terdoodveroordeling van Sokrates, zo belangrijk dat hij het zelfs integraal als laatste hoofdstuk in zijn bundel heeft opgenomen.

Stellingen en one-liners
Nieuwenhuis hanteert in zijn boek een schrijfstijl die losgezongen is van het juridisch taalgebruik waar veel juristen nooit meer vanaf komen (waarschijnlijk zelfs niet eens als ze een brief aan hun geliefde schrijven). Aardig is ook dat het boek zoveel de stellingen en one-liners bevat, dat er moeiteloos een stellingenrubriek in de Nieuwsbrief mee is te vullen: Recht is welzijnswerk; Het recht kan niet zonder verbeelding; Het goede noch het kwade is enkelvoudig; Burgerlijk recht is als een rijdende trein waarvan het reisdoel weliswaar onbereikbaar maar niet onbekend is; Eenvoud is slechts zelden het kenmerk van het ware; Je niet houden aan een deel van je afspraken hoort tot de survival kit van ieder mens. Enzovoorts.

Intrigerende vragen en antwoorden
De bijeengebrachte opstellen bieden eenr rijkdom aan vragen en antwoorden. De meeste daarvan zijn in dit stuk onbesproken gebleven: Waarom is het heel goed mogelijk een handelscontract te sluiten met een partij uit een land waar een heel ander rechtsstelsel geldt, bijvoorbeeld een land met een islamitische of socialistische wetgeving?  Hoe was ook alweer de juridische context van de schadevergoeding in de zaak Kelly, waarin een vrouw door een medische fout zwanger raakte en een meervoudig gehandicapt kind baarde? Wat is rechtvaardigheid met betrekking tot de kosten van opvoeding als de man geen kinderen wil maar de vrouw moedwillig met de pil stopt en een kind baart? Hoe moet de rechterlijke uitspraak zijn als een kind wil weten wie haar vader is en de moeder zwijgt omdat de vader ook de grootvader van het kind is? Moeten gezinsleden elkaar überhaupt wel voor de rechter slepen? Welke afspraken hebben de status van een mondelinge overeenkomst en welke niet? Wat moet je wel, en wat hoef je niet te vertellen in het kader van de wettelijke mededelingsplicht, als je iets de verkoop hebt ? Wat is er tegen dwergwerpen?

'Waartoe is het recht op aarde?' is een aanstekelijk boek voor eenieder die iets meer wil weten over de juridische context van het dagelijks leven en over de juridische blik op kwesties die minder alledaags zijn. Nieuwenhuis kan met recht tevreden zijn over dit boek.

(7 november 2006/CH)