Risee van de journalistiek
![]() |
Een schaterlach van de verzamelde journalisten viel advocaat Hans Mentink (1934) ten deel toen hij in het Haagse perscentrum 'Nieuwspoort' de Raad voor de Journalistiek (Raad) noemde als de instantie waar hij zijn recht dacht te halen. Het was bij een van zijn laatste zaken: de bonnetjesaffaire van Bram Peper, oud-burgemeester van Rotterdam.
Groot ontzag
'Op de vraag van de journalisten wat ik aan de kranten die verkeerde feiten hadden gepubliceerd, zou gaan doen, antwoordde ik argeloos dat ik overwoog naar de Raad te gaan', vertelt Mentink. 'Als advocaat heb ik een groot ontzag voor instituten die de beroepsethiek garanderen en handhaven.' Met verbazing vroeg hij zich af hoe journalisten zo konden lachen over een instituut dat ze zelf in het leven hadden geroepen. Uit nieuwsgierigheid onderzocht Mentink de rol van de Raad en schreef er een boek over waar hij woensdag 8 november op hoopt te promoveren. 'Risee' is niet de term die Mentink zelf hanteert ten aanzien van de Raad, maar het is wel het beeld dat de lachende journalisten oproepen.
Bemiddeling
Mentink doet tien aanbevelingen voor verbetering van de Raad. Verandert er niets, dan kan de raad beter worden opgeheven, vindt hij. 'Er zijn een aantal punten waarvan ik vind dat een burger die klaagt over journalistieke gedragingen, door de Raad teleurgesteld wordt. Een van de belangrijkste is dat er van de bemiddelende rol die heel nadrukkelijk in de statuten vermeld wordt, niets terecht komt. De Raad is er trots op dat hij zoveel klachten behandelt, wel honderd per jaar.' Geen reden tot borstklopperij vindt Mentink. 'Iedere klacht, hoe futiel ook, wordt door een college van vijf mensen behandeld. Een klager komt daar één keer en wordt opeens met een heel volleybalteam geconfronteerd: vijf leden en een secretaris. Zo iemand is dan geïntimideerd. Als je een laagdrempelig klachteninstituut wil zijn, moet je daar anders mee omgaan. In landen als Zweden, Duitsland, België is het beter georganiseerd, daar wordt het merendeel van dit soort klachten door bemiddeling opgelost.'
Onjuistheid aantonen
Een ander hoofdbezwaar voor Mentink is de opvatting van de Raad dat iemand die klaagt over onjuiste berichtgeving zelf de onjuistheid van het bericht moet aantonen. Dat staat haaks op het oordeel van de rechter in dergelijke gevallen. Bij de rechter moet de journalist aantonen dat zijn berichtgeving juist is. 'Heel vaak
![]() |
Persvrijheid
De Raad slaat over het algemeen de persvrijheid wat hoger aan dan het recht op privacy. Mentink: 'De Raad heeft daardoor de neiging de journalist een beetje te beschermen en bij een botsing tussen meningsuiting en privacy de kant van de journalist te kiezen. Anderzijds doet de Raad journalisten juist ook ontzettende te kort als het gaat om het aanpakken van bekende Nederlanders of politici, in vergelijking met uitspraken van het Europese Hof van de Rechten van de Mens.' Een voorbeeld waar de Raad volgens Mentink ten onrechte in het nadeel van de journalist oordeelde, was de zaak van mr. L. van Heijningen, advocaat van de oorlogsmisdadiger Pieter Menten, contra het Algemeen Dagblad. Hans Knoops die het proces tegen Menten goed gevolgd had, beweerde tegenover een journalist van het AD dat Menten met een betere advocaat zou zijn vrijgesproken. Van de Raad mocht de krant dat niet schrijven, omdat daarmee de reputatie van Van Heijningen aangetast zou worden.
Oude jongens krentenbrood
De Raad wordt voorgezeten door een vooraanstaande rechter en bestaat verder uit twee journalisten en twee vertegenwoordigers van het publiek, meestal oud-politici. 'Die samenstelling heeft een zekere sfeer van oude jongens krentenbrood', stelt Mentink. 'Er zijn wel voorstellen gedaan om die sfeer weg te nemen. Ik stel voor om de consumentenbond de niet-journalisten te laten aanwijzen. Van Hulten, voorzitter van de PvdA, heeft eens in een interview beweerd dat er een incestueuze verhouding bestaat tussen politici en journalisten. Ik ben dat met hem eens.'
Op dit moment zijn er ten minste drie media die de Raad boycotten: Elsevier, HP/De Tijd en RTL Nieuws. Een aantal media reageert niet schriftelijk op klachten en een nog grotere groep komt niet naar zittingen. Mentink: 'Dat is natuurlijk extra frustrerend. Dan zit je als klager tegenover dat intimiderende vijfkoppige college en dan blijft de stoel naast je, van de degene over wie je klaagt, gewoon leeg.'
Gekke dingen
Toch is de houding van bijvoorbeeld RTL Nieuws wel te begrijpen, vindt Mentink. 'De Raad heeft ook wel gekke dingen gedaan. Toen Mink K. terecht stond wilde hij op een gegeven moment dat de deuren dicht gingen. Hij wilde onthullen dat hij ook politie-informant was geweest. De pers moest naar perskamer en daar was gewoon te volgen wat hij vertelde, omdat ze vergeten waren de microfoon af te zetten. RTL zond dat uit. De Raad oordeelde dat RTL dat niet had mogen doen en zich had moeten houden aan het verbod van de rechter. Dat staat haaks op de gedachte dat een rechter niet vooraf hoort te zeggen wat er al of niet wordt gepubliceerd, dat is censuur. RTL is toen ontzettend boos geworden en wil sindsdien niets meer met de Raad te maken hebben.'
Tien aanbevelingen
Mentink heeft zijn tien aanbevelingen voorgelegd aan mr. A. Herstel, voorzitter van de Raad, met verzoek om commentaar. Dat heeft hij gegeven, maar hij is niet bereid veel te veranderen. Van de tien voorstellen neemt hij er tweeënhalf over. Herstel zegt in zijn reactie: '(.) Mentink [noemt] als positief argument voor het voortbestaan van de Raad voor de Journalistiek dat er duidelijk behoefte bestaat aan een laagdrempelig, kosteloos instituut voor klachten over journalistieke gedragingen. Welnu, hij wordt op maat bediend: dat instituut bestaat: de Raad voor de Journalistiek.'
De promotie is op woensdag 8 november om 15.00 uur.
J. Mentink, Veel raad, weinig baat - Een onderzoek naar nut en noodzaak van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek, Ad. Donker, Rotterdam, ISBN-10: 90 6100 603 1, ISBN-13: 978 90 6100 603 9.
Link
Raad voor de Journalistiek
(7 november 2006/SH)


