Ama's hebben behoefte aan laagdrempelige zorg
![]() Tammy Bean pleit voor laagdrempelige zorg en een stabiele leefomgeving met volwassenen die de rol van de ouders kunnen overnemen |
Meer dan de helft van de alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) die in Nederland verblijven, lijdt aan posttraumatische-stressklachten. De helft van deze groep heeft daarbij ook nog last van depressies, angsten of gedragsproblemen. Een derde van de ama's heeft echter weinig psychische klachten. De zorg voor ama's met psychische problemen is niet toereikend. Er is vooral behoefte aan laagdrempelige zorg en een stabiele leefomgeving.
Dit stelt Tammy Bean in haar proefschrift over psychische problemen en zorgbehoefte van alleenstaande minderjarige asielzoekers in Nederland.
Psychische problemen
Alleenstaande minderjarige asielzoekers vormen een van de meest kwetsbare groepen kinderen en jongeren. Ze zijn hier moederziel alleen, en hebben vaak verschrikkelijke dingen meegemaakt. Niemand zal verbaasd opkijken als gesteld wordt dat een groot deel van de ama's ernstige psychische problemen heeft. Maar hoe groot en van welke aard die problemen zijn, welk percentage er last van krijgt, waar ze door veroorzaakt worden, en of de kinderen er adequate hulp voor krijgen, was nog nooit goed onderzocht. Het is ook een lastige kwestie om te onderzoeken. Biologische, psychologische, sociale en culturele factoren spelen een rol bij psychische gezondheid en ziekte, en haal die maar eens uit elkaar. Zeker als het gaat om een groep die cultureel zo divers is en ook nog eens een kwetsbare leeftijd heeft.
Stijging
Na 1995 steeg het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers in Nederland enorm, met een piek van 15.000 in 2001. Psychologe Tammy Bean deed tussen 2002 en 2004 vanuit Stichting Centrum '45 een kwantitatief onderzoek onder 920 in Nederland verblijvende ama's van 11 tot 17,5 jaar oud, met een gemiddelde leeftijd van 16 jaar. Ze kwamen uit 48 landen. Donderdag 19 oktober promoveert ze op dit onderzoek bij professor Philip Spinhoven en dr. Liesbeth Eurelings-Bontekoe. Bean is Amerikaanse, maar deed haar doctoraalstudie ook al in Leiden.
Voogdij-instelling
Nederland leent zich goed voor een dergelijk onderzoek, omdat hier één centrale instelling is die door het ministerie van Justitie is aangewezen als voogdij-instelling voor ama's: de Stichting Nidos. Met hulp van Nidos was het voor Bean mogelijk om aan een representatieve steeproef van alle ama's tussen de 11 en 17,5 jaar te komen. Andere landen hebben deze infrastructuur niet, wat het onderzoek van Bean uniek maakt.
Risico
Ama's hebben, zo blijkt uit het onderzoek, een significant hoger risico op traumatische-stressreacties dan minderjarige vluchtelingen die wel samen met een familielid in Nederland zijn. Van de alleenstaande minderjarige asielzoekers in Nederland voldeed 57% aan de criteria van een posttraumatische-stress-stoornis. De helft van deze groep leed daarbij ook nog aan depressies of angsten, of vertoonde probleemgedrag. Dat laatste komt onder alleenstaande minderjarige asielzoekers echter weinig voor.
Resilient
Van de onderzochte ama's had 34% echter geen ernstige psychische klachten. Deze groep blijkt resilient, zoals dat onder psychologen genoemd wordt: veerkrachtig. Beschermende factoren waren: geplaatst zijn in kleine wooneenheden onder supervisie van een volwassene, bijvoorbeeld een pleeggezin, het hebben van familie in Nederland, en voor langere tijd op één plaats blijven.
Onvoldoende zorg
De helft van de ama's gaf aan niet voldoende geestelijke zorg te krijgen. De - eveneens ondervraagde - leraren en voogden bleken psychische problemen van de kinderen niet voldoende waar te nemen. En meestal is het de voogd die de kinderen doorverwijst. Bean bepleit laagdrempelige zorg, die de jongeren zelf weten te vinden. Ze beveelt ook aan dat deze groep jongeren eerst wordt getraind in het aanleren van sociale en emotionele vaardigheden en het omgaan met hun stressreacties, basiselementen van cognitieve therapieën, voor ze complexere klinische behandelingen zouden moeten ondergaan. Gezien hun leeftijd en het ontbreken van een normale gezinssituatie kan niet zonder meer van hen verwacht worden dat ze deze emotionele en sociale vaardigheden al hebben geleerd.
Liefste wens: een baan
Ondanks hun psychische problemen blijkt de meerderheid van de ama's die lijden aan posttraumatische stress zich redelijk aan te passen in Nederland. Ze houden zich bezig met gewone dingen, zoals naar school gaan en nadenken over wat ze willen worden. De meest genoemde wens was: een beroep en een goede toekomst krijgen. De tweede was: relaties met anderen hebben, en de derde: een verblijfsvergunning. De groep ama's die een 'dubbele diagnose' heeft van posttraumatische stress en daarnaast depressies, angsten of gedragsproblemen, blijkt ook de groep die zijn draai niet goed kan vinden in Nederland.
Coping-stijl
Het onderzoek van Tammy Bean bevestigt dat de situatie van de ama's uiterst zorgelijk is. Een groot aantal van hen heeft psychische nood, en krijgt niet voldoende hulp. Dat betekent ook dat hun toekomst op het spel staat. Blijvende schade, ook neurologisch, is niet ondenkbaar, zo blijkt uit eerder onderzoek dat door Bean wordt aangehaald. Aan de andere kant schept het feit dat een derde van de ama's géén ernstige psychische schade heeft opgelopen ook hoop. Het hóeft dus niet. Om beide redenen hamert Bean erop dat asielzoekers in een veilige, stabiele leefomgeving moeten wonen, en dat er een volwassene voor hen moet zorgen. In de eerste plaats om ergere schade te voorkomen, maar ook omdat het kennelijk wel mogelijk is om met een goede coping-stijl het leven aan te kunnen. In normale gevallen leren kinderen van hun ouders hoe ze hun emoties kunnen reguleren. Deze kinderen moeten het van iemand anders leren. Daar moeten ze, zo betoogt Bean, alle kansen voor krijgen. Ook moeten ze gewoon een opleiding kunnen doen, om greep te krijgen op hun toekomst.
Lange termijn
Uit het onderzoek van Tammy Bean komt een aantal duidelijke conclusies en maatschappelijke opdrachten naar voren. Maar ze maakt ook doelbewust duidelijk hoe lastig dit soort onderzoek is, en hoeveel we eigenlijk nog níét weten. Niet voor niets bestaat de helft van het proefschrift uit het valideren, aanpassen en ontwerpen van vragenlijsten die geschikt zijn voor deze multiculturele groep jongeren. Het boek is doorspekt met methodologische mitsen en maren, en geeft
![]() |
Tammy Bean,Assessing the Psychological Distress and Mental Healthcare Needs of Unaccompanied Refugee Minors in the
Promotor: Prof. dr Ph. Spinhoven. Co-promotor: dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe
Het proefschrift online
17 oktober 2006 - HP


