Erwin van der Leij wint Leidse Letteren Nobelprijs
![]() Erwin van der Leij (r) met wisselbeker en boekenbonnen en organisator Ineke Sluiter (l) |
Geschiedenisstudent Erwin van der Leij won de Leidse Letteren Nobelprijs 2006 voor de presentatie waarin hij, volgens de jury 'op ironische wijze', de twintigste-eeuwse Duitse auteur Ernst Jünger nomineerde voor de Nobelprijs voor de literatuur.
Promovendus Hugo Koning voorspelde dat Orhan Pamuk de Nobelprijs voor literatuur zou krijgen. Tijdens de bijeenkomst in het restaurant van het Lipsius op 12 oktober konden studenten en docenten door middel van een korte presentatie een auteur voor de Nobelprijs voor literatuur nomineren. Wie niet wilde optreden, kon een voorspelling doen door de naam van een kanshebber op een flap-over te schrijven. Koning noteerde de naam van Pamuk. Hij baseerde zijn voorspelling op de berichtgeving in de pers. Koning is promovendus bij Griekse en Latijnse talen en culturen.
Lees hier Van der Leijs presentatie en een kort interview met hem.
Hoe en wanneer ben je met Jünger in aanraking gekomen?
'Ik ben eigenlijk al van jongs af aan geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog. Thuis en op school werd daar veel aandacht aan besteed. Tijdens een werkcollege van mijn docent Algemene Geschiedenis Patrick Dassen ben ik geïnteresseerd geraakt in de periode tussen de twee wereldoorlogen, een cruciale tijd waarin de ontwikkelingen nog verschillende kanten op konden gaan. Het klinkt misschien wat aanmatigend, maar ik vind dat je de Eerste en de Tweede Wereldoorlog niet kunt begrijpen zonder het lezen van enkele van Jüngers werken.'
Heb je nog meer van hem gelezen behalve het essay Die Totale Mobilmachung uit 1930 dat je in je presentatie noemde?
'Ja, een hele serie boeken en essays. Zijn front-dagboek In Stahlgewittern uit de Eerste Wereldoorlog, zijn Pariser Tagebücher uit de Tweede Wereldoorlog, wat krijgszuchtige literatuur en essays uit het Interbellum. Maar ook zijn belangrijke werk Der Arbeiter, waarin hij de naar eigen zeggen zinloze slachtingen in de loopgraven zin gaf door ze als offer te zien voor de opkomst van de 'Gestalt des Arbeiters'. Der Arbeiter kan beschouwd worden als een ontwerp om het leven in te richten naar iets wat er niet, of nog niet, is. Het wordt beschouwd als een blauwdruk voor het nationaal-socialisme. Jünger is wars van wat hij het 'burgerlijke Verlichtingsdenken' noemt, omdat het niet meer in verhouding zou staan tot de realiteit. Deze gedachte wekt ook vandaag de dag nog veel boosheid op.'
Ben je het met Jünger eens? Wat spreekt je aan?
'Ik wil niet oordelen of veroordelen. Ik wil de tijd waarin ik leef en waarin de techniek steeds meer gaat overheersen beter leren begrijpen. Jünger heeft daar veel over geschreven.'
Wat studeer je? Hoe ver ben je met je studie?
'Licht pijnlijke vraag. Ik ben begonnen met Rechten, afgehaakt, en ik studeer nu voor het zesde jaar geschiedenis. Ik loop dus al een behoorlijke tijd in Leiden rond. Eerlijk gezegd ben ik het laatste jaar een ongeleid projectiel geweest dat door academie-land vloog om te kijken welke mooie vakken er op de diverse faculteiten worden aangeboden. Toen ik ging studeren wist ik niet dat een universiteit eigenlijk gewoon een bedrijf is dat zich hoofdzakelijk bezighoudt met het via loopbaancentra zo soepel mogelijk kanaliseren van studenten naar de arbeidsmarkt. Ik had heel andere ideeën van de academie, maar het haalt aan huidige universiteiten niks uit om daarover te mekkeren.'
Wat lees je nog meer behalve Jünger?
'Toen ik ging studeren ruilde ik mijn biebpas bij wijze van spreken in voor een videotheek-pas, zoals veel studenten tegenwoordig. De laatste jaren ben ik, aangespoord door enkele docenten en vrienden, weer als een dolle gaan lezen. Helaas kom ik door tijdgebrek niet toe aan het lezen van romans en dergelijke. Ik beperk me 'noodgedwongen' tot Duitse dichters en denkers. Dat is overigens geen straf; integendeel! Voor het slapengaan lees ik gedichten van Martinus Nijhoff.'
Heb je wel eens iets van Orhan Pamuk gelezen?
'Oei.Ik heb niets van hem gelezen; eigenlijk hoorde ik tijdens de uitreiking van de Nobelprijs voor de literatuur voor het eerst zijn naam.'
(17 oktober 2006/DH)

