Nico Schrijver in high-level Task Force van de VN

prof.dr. Nico Schrijver

Prof.dr. Nico Schrijver, hoogleraar internationaal publiekrecht, is benoemd tot lid van een high-level Task Force die de Verenigde Naties moet adviseren over de toepassing en naleving van het recht op ontwikkeling - R2D in het jargon - als een van de rechten van de mens. Schrijver is gespecialiseerd in de verhouding tussen het internationale recht en mondiale vraagstukken van - duurzame - ontwikkeling.

De vijfkoppige Task Force is in 2004 in het leven geroepen door de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens. In samenspraak met internationale economische en sociale organisaties als de Wereldbank, het IMF, de Wereldhandelsorganisatie, UNCTAD en UNICEF moet de high-level Task Force in 2007 aanbevelingen uitbrengen over de concrete uitvoering van dit recht.

Omstreden
Het is een eervolle benoeming, maar een erebaantje wordt het niet. Tussen ontwikkelingslanden en rijke landen gaapt een flinke kloof in opvattingen, die de leden van de Task Force moeten overbruggen als ze volgend jaar met concrete adviezen willen komen. Het recht op ontwikkeling als onvervreemdbaar mensenrecht is al omstreden sinds het in de jaren zeventig van de vorige eeuw door de Senegalese jurist Kéba MBaye als idee werd gelanceerd. Het paste in de toen populaire 'structurele' benadering van mensenrechten. De overtuiging dat sociaal-economische structuren - 'het systeem' - bepalend waren voor de levensvatbaarheid van de klassieke mensenrechten, leidde tot de introductie van een aantal nieuwe, veelal collectieve, mensenrechten.

Rookgordijn
Sindsdien is het debat over het recht op ontwikkeling niet geluwd. Schrijver: 'Sommigen zien het als de alfa en omega van de mensenrechten, als een recht waardoor alle andere mensenrechten automatisch gerealiseerd zullen worden. Vooral ontwikkelingslanden zijn grote voorvechters van het recht op ontwikkeling. Maar anderen zien het vooral als rookgordijn waarachter regeringen van ontwikkelingslanden proberen zich te onttrekken aan de toepassing van burgerrechten en politieke rechten in hun eigen land.'

Controversieel
Hoewel zowel de ideologische als de historische achtergrond van het recht op ontwikkeling goed te begrijpen is, heeft het onderbrengen ervan bij de mensenrechten in de praktijk nogal wat haken en ogen. Schrijver: 'Het recht is in meerdere opzichten controversieel. Ten eerste: moet je die sociaal-economische rechten wel zien als mensenrechten, zoals burgerrechten dat zijn? Is het niet praktischer ze te zien als opdrachten aan regeringen en supranationale organisaties? Ten tweede is er discussie over de vraag wie er recht op ontwikkeling heeft. Vaak wordt het recht op ontwikkeling gebracht als een recht van volken. Dat creëert een moeilijke verhouding tussen individuele en collectieve rechten. Ten derde, wie precies hebben de plicht om de naleving van het R2D te bevorderen?'

Declaratie
In 1986 kwam het toch tot een officiële 'Declaratie van het recht op ontwikkeling'. Artikel 1 daarvan luidt: 'Het recht op ontwikkeling is een onvervreemdbaar mensenrecht op basis waarvan ieder mens en alle volken gerechtigd zijn deel te hebben in, bij te dragen aan en te profiteren van een economische, sociale en politieke ontwikkeling, waarin alle mensenrechten en vrijheden kunnen worden verwezenlijkt.' Dit klinkt mooi, maar tegelijkertijd nogal utopisch. 'De declaratie als geheel is niet slecht', zegt Schrijver. 'Maar er liggen een heleboel conflicten in begraven.'

Onbesmet blazoen
Op de Wereldtop van 2005 in New York speelde het recht op ontwikkeling opnieuw een belangrijke rol in de discussie over de hervorming van de Verenigde Naties. Schrijver: 'Onder Amerikaanse druk is echter te elfder ure elke verwijzing ernaar uit de slotverklaring (World Summit Outcome Document) weggelaten. De ontwikkelingslanden zijn daar heel boos om geworden, met het gevolg dat het in het mandaat van de Human Rights Council, dit jaar opgericht, juist wel weer prominent figureert. De pendule gaat nu dus weer even de andere kant op. Dat heeft de Hoge Commissaris ertoe gebracht deze task force in te stellen, en het onderwerp even uit de politieke arena te halen. In die task force moesten natuurlijk de verschillende regio's vertegenwoordigd zijn. Ik ben door de Nederlandse regering kandidaat gesteld, en had in de ogen van ontwikkelingslanden een onbesmet blazoen en de juiste deskundigheid.'

Inbedden
Hoe denkt Schrijver zelf dat het recht op ontwikkeling het best geïmplementeerd kan worden? 'De ontwikkelingslanden willen een nieuw verdrag erover. Maar dat wordt waarschijnlijk door niet veel staten geratificeerd. Ik denk dat je het recht op ontwikkeling beter kunt inbedden, in de overige mensenrechten. Het is er een integraal onderdeel van. Bij meer concrete mensenrechten als het recht op voedsel, op primaire gezondheidszorg of op onderwijs maar ook bij burgerrechten zoals het recht op organisatie, werk je al aan het recht op ontwikkeling. Ik zie het liever meer als een soort syntheserecht, niet als iets heel nieuws.'

Verantwoordelijkheid
Een andere belangrijke vraag is wíe het recht op ontwikkeling moet implementeren. Schrijver: 'De heersende VN-ontwikkelingsideologie is dat de overheid van een land zelf de primaire verantwoordelijkheid heeft. Maar er is daarnaast wel degelijk ook een secundaire verantwoordelijkheid, een wereldwijde verantwoordelijkheid. Dat is helemaal duidelijk als het om duurzame ontwikkeling gaat, die ook de ontwikkelingskansen van toekomstige generaties van de mensheid moet beschermen. Dat is een kwestie van intergenerationele billijkheid, die ook alles met het recht op ontwikkeling te maken heeft.'

Afrikaanse Unie
De eerste missie van de Task Force wordt meteen spannend, vertelt Schrijver. Die voert naar het hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie in Addis Abbeba. 'In het boeiende regionale mensenrechtenverdrag voor Afrika, het Afrikaans Handvest inzake Rechten en Plichten van Volken en Mensen, is het recht op ontwikkeling met zoveel woorden opgenomen.'

Links

(10 oktober 2006/HP)