Een evangelie dat geen evangelie is

De kus waarmee Judas Christus verried heeft vele kunstenaars geïnspireerd.
Anneke van Brussel, Judaskus, 1977, aquarel en olieverf/papier, 35 x 25 cm, foto: Galerie Lieve Hemel, Amsterdam

De sensationele presentatie kort voor Pasen dit jaar van het Judasevangelie heeft veel stof doen opwaaien. Er werd druk gespeculeerd over de betekenis en het belang van de tekst die werd toegeschreven aan de verrader van Christus. Ruim een half jaar later is het stof weer neergedaald. De koptoloog dr. Jacques van der Vliet heeft het evangelie, dat geen evangelie is, in het Nederlands vertaald en - ingebed in een omvangrijk essay - uitgegeven.

Anonieme auteur
De titel Het Evangelie van Judas is misleidend. Ten eerste is het geen evangelie zoals de evangelies in het Nieuwe Testament en ten tweede is de tekst geschreven door een anonieme auteur. Het is een tekst over Judas, niet van hem. Dit soort teksten beginnen gewoonlijk met een lange titel en worden afgesloten met een korte. Omdat de korte titel bij deze tekst Het Evangelie van Judas is, staat hij zo bekend.

Inquisiteur avant la lettre
In de media is de indruk gewekt dat het om een ketters geschrift zou gaan dat een heel nieuw licht werpt op de geschiedenis van het vroege christendom. Dat beeld is echter erg overtrokken, vindt Van der Vliet. ‘In een documentaire op Geographic Channel werd de bisschop Irenaeus uit de tweede eeuw neergezet als een soort inquisiteur avant la lettre. Je zag hem bezig het ene evangelie op de grond te gooien en te verwerpen en het andere goed te keuren. Dat het zo nooit gegaan kan zijn, hoeft eigenlijk geen betoog.’

Antihelden
Toch is de belangstelling die er voor dit soort teksten kennelijk is, volgens Van der Vliet wel begrijpelijk. ‘Er leeft een soort sentimentele belangstelling voor Judas net zoals voor andere antihelden en losers uit de geschiedenis. En er bestaat ook een grote behoefte om de bekende dingen anders te willen zien en anders te willen lezen.’

Gnostiek
Het Evangelie van Judas is een tekst uit de zogenoemde gnostiek. De gnostiek is een vroegchristelijke stroming die uitgaat van de vergeten innerlijke kennis (gnosis) van de mens. Het gnostische wereldbeeld is dualistisch. Alles is dus tweeledig: goed en kwaad, de onstoffelijke en de stoffelijke wereld, enzovoort. De hoogste god, schepper van de onstoffelijke wereld, heeft een inferieure pendant die de schepper van de stoffelijke wereld is. De mens is in de stoffelijke, aardse wereld geschapen naar een beeld uit de geestelijke, onstoffelijke, hemelse wereld. De schepper van de aardse mens, de oudtestamentische god, wordt in de gnostiek vaak beschouwd als een soort demon. Christus is afkomstig uit de onstoffelijke wereld en gezonden om (het geestelijke in) de mens te bevrijden.

Dualisme
‘Toch is het geen absoluut dualisme’, zegt Van der Vliet. ‘Alles komt, de genealogische lijn terugvolgend, uiteindelijk samen in de hoogste god. Er blijft naar mijn idee een manco in de logica van de gnostiek bestaan. Als alles teruggaat op de hoogste god, waar komt het kwaad dan vandaan? De oplossingen die de gnostiek daarvoor biedt zijn vaak nogal mechanisch. Filosofisch zit het niet helemaal goed in elkaar.’

Hellenistisch denken
Over de herkomst van de gnostiek, die als stroming is ontstaan in de tweede eeuw en heeft voortgeleefd tot in de vijfde eeuw, is niet veel bekend. Er bestaan dan ook verschillende opvattingen over. Eén opvatting gaat uit van een onorthodoxe joodse stroming, een andere van juist een Hellenistische. Van der Vliet: ‘Ik denk dat de oorsprong ligt in de plotselinge Hellenisering van het christendom. Nadat het zich al enigszins los gemaakt had van zijn joodse wortels heeft het christendom in de tweede eeuw een gunstig onthaal gevonden in heel uiteenlopende milieus, waaronder ook esoterische en filosofisch geschoolde Hellenistische milieus. Daarbij gaat het dan niet om eersterangs denkers, om de grote filosofen van die tijd, maar om populaire filosofie met wat magie en astrologie. Deze mensen hadden grote moeite met het godsbeeld van het oude testament. Een jaloerse god is helemaal strijdig met het Hellenistische denken over god.’

Een pagina van het moeilijk leesbare Koptische manuscript.

Koptisch
In deze traditie gezien is Het Evangelie van Judas geen verrassing. De tekst is overgeleverd in een Koptische vertaling van een oorspronkelijk Griekse tekst. Oorspronkelijke gnostische teksten zijn eigenlijk vrijwel uitsluitend overgeleverd in het Koptisch, dat direct afstamt van het oude Egyptisch. Het Koptisch is tot ongeveer het jaar 1000 de taal van de Egyptische Christenen geweest, en wordt nu nog in de liturgie gebruikt zoals het Latijn in de katholieke kerk. Dat die teksten in het Koptisch overgeleverd zijn, is vooral te danken aan het droge Egyptische klimaat. De gnostiek was echter een wijd verbreide internationale stroming.

Griekse oertekst
Van der Vliet: ‘Dit manuscript van het Judasevangelie is duidelijk een kopie van een Koptische voorganger, die mogelijk een tekst met sterk dialectische trekken was, maar hij gaat terug op een Griekse oertekst uit de tweede eeuw. Het Koptisch werd anders dan het Oud-Egyptisch geschreven met een aangepast Grieks alfabet. Als literaire taal kwam het pas in de derde en vierde eeuw tot ontwikkeling.’

Jacques van der Vliet, Het Evangelie van Judas - Verrader of bevrijder? Uitgeverij Servire, paperback, 164 pag., ISBN: 9789021584065 (Oude 10-cijferige ISBN: tot 1/1/07), € 16,95

Bodemvondsten
De gnostische literatuur in het Koptisch is overgeleverd in handschriften uit de vierde en vijfde eeuw. Na de vijfde eeuw is de cyclus van overschrijven en vertalen gestopt. Niet alleen omdat de kerk de gnostiek als ketterse stroming veroordeelde, maar vooral omdat de stroming toen al verouderd was. De gnostiek is uitgestorven en de boeken komen nu af en toe als bodemvondsten boven water. ‘De kerk was in de eerste eeuwen niet het massale instituut dat het in de middeleeuwen was’, zegt Van der Vliet. ‘Naarmate de orthodoxie zich ontwikkelde en de kerk groter werd, begon men boeken te ontraden of te verbieden. Maar dat is nadat de gnostiek theologisch al verouderd was geraakt. De orthodoxie heeft zich zelfs voor een deel ook ontwikkeld in debat met de gnostiek.’ 

(10 oktober 2006/SH)