Bronnen van kennis
Bronnen van kennis. Onderzoekers over de collecties van de Universiteitsbibliotheek Leiden
Red. Paul Hoftijzer, Kasper van Ommen, Geert Warnar, Jan Just Witkam. Leiden, Primavera Pers, 2006. ISBN 90 5997 028 4. ca. € 34,50
‘In dit boek vertellen 29 auteurs over hun vondsten in de Leidse Universiteitsbibliotheek: over papyrusfragmenten en plakboeken, over perkamenten handschriften en foto’s, over pamfletten en prijsvraagantwoorden, over oude dissertaties en de brieven van een Russische dichter en over nog veel meer rijkdommen. Maar deze bundel is geen catalogus van pronkstukken of hoogtepunten. Het gaat erom wat wetenschappers doen met al deze documenten uit een meer of minder ver verleden’, aldus de inleiding bij Bronnen van kennis.
De 29 auteurs hebben allen een band met het Scaliger Instituut, het instituut dat in 2000 is opgericht om te zorgen dat de collecties van de Leidse universiteitsbibliotheek niet zouden verstoffen in de magazijnen, maar dat ze gebruikt en getoond zouden worden. Veel van de schrijvers werken in de UB als conservator of zijn betrokken bij het Scaliger Instituut. Anderen hebben op uitnodiging van dit instituut onderzoek gedaan met materiaal uit de UB en zijn daarom uitgenodigd een bijdrage te schrijven.
Met deze artikelenbundel wilde het Scaliger Instituut laten zien dat de bronnen van de UB onuitputtelijk zijn, omdat het materiaal steeds opnieuw geraadpleegd wordt vanuit nieuwe interesses, andere vraagstellingen of gewijzigde wetenschappelijke inzichten. De wetenschap verandert, en daardoor kijkt men ook steeds weer met nieuwe ogen naar het object.
Zo staat in de bundel een artikel van de hand van Jan Schmidt over een Turks handschrift uit de Leidse UB. Het eenvoudige handschrift bevat de autobiografie van ene Vasfi Efendi, een Turkse huurling die zijn leven in de periode tussen 1801 en 1826 beschreef. De laatste vóór Schmidt die zich met het handschrift had beziggehouden was de oriëntalist M.J. de Goeje, die er in 1873 over gepubliceerd had. Hij vond het een reisbeschrijving van weinig waarde. In die tijd hadden de oriëntalisten meer belangstelling voor de glorietijd van Arabieren, Perzen en Turken en voor de hoogstaande werken die zij voortbrachten. Egodocumenten zoals dit eenvoudige Turkse boekje vond men toen minder interessant.
Tegenwoordig is er juist een groeiende belangstelling voor eenvoudige handschriften, in het bijzonder voor egodocumenten waarin verslag gedaan wordt van het leven van gewone mensen. Het werk biedt een uniek inzicht in de mentaliteit en het wereldbeeld van een gewone man uit de diepe provincie – de man kwam uit een dorp ergens in centraal Anatolië. Dat wereldbeeld was uiterst traditioneel. ‘Zo traditioneel’, aldus Schmidt, ‘dat, als men niet zou weten dat het boek geschreven was in 1834, de lezer de indruk zou kunnen krijgen dat hij te doen heeft met de memoires van een ghazi, strijder op Gods pad, zoals er velen in de late middeleeuwen actief waren aan de grenzen van het opkomende rijk.’
Vasfi Efendi’s beschrijving kan niet zonder meer als historische bron gebruikt worden. Historisch onderzoek wijst uit dat de volgorde van sommige gebeurtenissen niet kan kloppen. Maar toch heeft het boekje wel degelijk historisch belang, omdat het helpt om een beeld te vormen van spaarzaam gedocumenteerde periodes uit de geschiedenis van het Osmaanse rijk. Dit geldt met name voor de periode van de Griekse opstand. Griekse historici hebben heel veel geschreven over ‘hun’ onafhankelijkheidsstrijd, maar de Turken hebben over hun kant van het verhaal overwegend gezwegen.
Donderdag 12 oktober wordt Bronnen van kennis officieel aangeboden aan prof.dr. F.P. van Oostrom.
(10 oktober 2006/DH)
