Verwacht een andere Vondel

Donderdag 5 oktober biedt literatuurwetenschapper dr. Frans-Willem Korsten zijn nieuwste boek aan aan prof.mr. Carel Stolker, decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Het gaat om Vondel belicht - voorstellingen van soevereiniteit. Voor Korsten is dit een belangrijk moment, omdat hij al jaren probeert samenwerking tussen de literatuurwetenschap en rechten tot stand te brengen. ‘In literatuur komen heel basale rechtsvragen aan de orde’, vertelt Korsten. ‘Dat is zeker het geval bij Vondel. Op grond van dit boek, waarin literatuur en recht zo principieel met elkaar verknoopt zijn, wil ik uitstralen dat recht en literatuur institutioneel meer samen kunnen doen.’ Uiteraard hoopt Korsten dat zo’n samenwerking meer zal omvatten dan alleen het aanbieden van een boek.

Provocateur
In de negentiende eeuw, stelt Korsten, hebben de katholieken zich de controversiële provocateur Vondel, die scherp stelling nam in allerlei maatschappelijke discussies tijdens de vorming van de verzuilde natiestaat, toegeëigend. ‘Hij werd zowel dichter des vaderlands, als katholiek dichter en vanaf dat moment wordt zijn werk voornamelijk religieus leerstellig gelezen. Het is daardoor als het ware op slot gegaan.’ Dit effect werd nog eens versterkt door bij interpretaties de hoofdpersonen te vereenzelvigen met de schrijver Vondel. ‘Dat is mal, want een toneelschrijver schrijft niet voor niets een stuk met allerlei verschillende stemmen.’

Korsten heeft twaalf van Vondels toneelstukken onderzocht op het krachtenveld van opvattingen en meningen. ‘Als je alle stemmen in die stukken serieus neemt en niet op voorhand één persoon als vertolker van Vondels mening ziet, krijg je een totaal andere Vondel.’

Orde der natuur
In alle twaalf stukken blijkt Vondel zich, volgens Korsten, de vraag te stellen of je de politieke rechtsorde kunt baseren op God. En het antwoord dat hij keer op keer geeft, is dat dit niet kan. Zeker niet als je je baseert op de oudtestamentische God die regeert door willekeur en geweld. Korsten: ‘In de stukken vragen met name vrouwen zich af, waarom God iets doet, of wat een alternatieve orde kan inhouden.’ Zo’n alternatief is veel meer gebaseerd op een orde die er al is, en die dus niet hoeft te worden ingesteld: de orde der natuur. Hier is er een link met Hugo de Groot, die ook teruggaat naar het natuurrecht. ‘De natuur wordt dan weliswaar vaak ingezet als een soort sluier van Gods orde, maar dat laat onverlet dat de natuurlijke orde niet van bovenaf met geweld hoeft te worden ingesteld.’ Vondel zet de natuur vervolgens niet in als bron of origine, maar als een retorisch middel. Korsten: ‘Uit het begrip natuur vloeit een zoektocht voort: als de natuurlijke orde een alternatief is, wat willen we daarvan dan continueren en hoe willen we hem verder inrichten? Mijn stelling is dat Vondel aan dat alternatief raakt, het onderzoekt en ook voorstelt.’

Titelpagina van de eerste druk uit 1667 van Vondels stuk Noah

Soevereiniteit
‘Soevereiniteit is een begrip dat bij Vondel steeds op verschillende manieren terugkeert’, vertelt Korsten. Soevereiniteit wordt meestal gedefinieerd als de opperste politieke en juridische macht, maar Korsten geeft een vernieuwende definiëring van het begrip, gerelateerd aan Vondels stukken. ‘In de Gijsbrecht van Aemstel slaat de hoofdpersoon aan het eind op de vlucht om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Dat zal fundamenteel verschillen van hoe het hier was. Hier is de stad gewelddadig en die gewelddadigheid is gerelateerd aan de soevereiniteit. Als je stelt dat de soeverein de opperste macht vormt, eindig je al snel bij willekeur. De opperste macht toont zich door het feit dat hij kan doen wat hij wil. Juist het feit dat Gijsbrecht vlucht, toont zijn soevereiniteit ten opzichte van die andere gewelddadige macht. Vandaar dat de laatste zin van het stuk is: verwacht een ander heer. Gijsbrecht onderwerpt zich niet aan het bestaande bestel.’

Vernietiging
Op deze manier verkent Korsten de verschillende aspecten van die nieuwe soevereiniteit en komt hij tot de definitie: soeverein is dat lichaam of onderdeel daarvan dat onschendbaarheid claimt of bewaart teneinde zichzelf te kunnen realiseren. ‘Een beetje ingewikkeld’, zegt hij, ‘maar heel cruciaal. Het stuk Noah, een van de belangrijkste stukken van Vondel, heeft als thema de vernietiging van de wereld. God heeft de wereld geschapen en vernietigt die, op de ark na. In de theologie wordt de ark altijd gezien als de redding van de mensheid. Dat is mooi, maar er is wel eerst een wereld voor vernietigd. En die wereld als geheel was niet schuldig, want de perversie deed zich slechts bij een kleine groep voor. Er had niet een hele wereld opgeofferd hoeven worden. Als dan na de vloed het kleine groepje de boot verlaat, is daar niet een schoongewassen wereld. Het begint allemaal gewoon opnieuw. Het leven is blijkbaar soeverein aan wat God ermee wil.’

Redenaar
Van Vondel is veel bekend. Hij heeft veel voorwoorden geschreven, terwijl over een man als Shakespeare niets bekend is. Daardoor spreekt Shakespeare’s werk veelzijdig, terwijl het werk van Vondel vaak monologisch wordt benaderd. ‘Het wordt gezien als een soort afgeleide van wat de auteur ermee wilde zeggen’, zegt Korsten. ‘Als ík Vondel zeg, dan bedoel ik dat metonymisch zoals bij een schilderij van Rembrandt: dit is een Vondel. Ik hoef dan niet terug naar de historische figuur.’ De voorwoorden die Vondel geschreven heeft, beschouwt Korsten dan ook niet als uitingen van de persoon Vondel, zoals de meeste interpretaties doen, maar als de taal van een redenaar. Korsten: ‘In Vondels tijd moest je verschrikkelijk oppassen met wat je wel of niet zei. Die voorwoorden zijn vaak ingewikkelde retorische constructies, waarin de auteur zich verbergt en waaruit hij soms tevoorschijn komt. Je kunt dus niet zeggen dat ze de stem van de auteur vertegenwoordigen, want dan ga je de mist in.’

Frans-Willem Korsten, Vondel belicht - voorstellingen van soevereiniteit, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2006, ISBN 90-6550-934-8, ingenaaid, 256 blz., €25,00.

(3 oktober 2006/SH)