Leidens Ontzet op het web

Sinds een jaar of zeven onderhoudt de Universiteit Leiden een website over de Tachtigjarige Oorlog. Op 3 oktober 2005 werd een piek in het aantal bezoekers gemeten. Velen van hen zullen zich afgevraagd hebben hoe het ook alweer zat met Leidens Ontzet en de Tachtigjarige Oorlog. Om hen nog beter van dienst te kunnen zijn, breidde initiatiefnemer en eindredacteur Anton van der Lem de site uit met een beknopte beschrijving van de belegering en het ontzet van Leiden, met links naar de bekendste personen.

Politiek en godsdienstig conflict
Het onderwerp van deze website, is het grote politieke en godsdienstige conflict dat vanaf het midden van de zestiende eeuw de Nederlanden verscheurde. Deze periode is later bekend geworden onder verschillende benamingen: 'Opstand in de Nederlanden', 'Nederlandse oorlog', 'Nederlandse revolutie' of 'Tachtigjarige Oorlog'. De website is gemaakt voor iedere belangstellende, dus niet alleen voor geschiedenisstudenten en historici. De redactie bestaat uit dertien Leidse wetenschappers en vier buitenlanders.

De Leidenaren Jan van Hout en Jan Dousa geven elkaar de hand. Zonder de inbreng van deze twee vrienden tijdens en na het beleg van Leiden zou de Leidse universiteit er waarschijnlijk niet geweest zijn.

Kijken, kijken, niet aanraken
Het eindredacteurschap van de site 'dutchrevolt' is eigenlijk een nevenactiviteit  van Van der Lem, iets dat hij vooral in zijn vrije tijd doet. Hij werkt bij de UB als conservator Westerse Gedrukte Werken. Het werken aan de site vloeit overigens wel regelrecht voort uit zijn conservatorschap. Van der Lem: 'De Leidse UB heeft heel veel materiaal uit de periode tussen 1550 en 1650. Dat wilden we via een website toegangelijk maken. Conservatoren willen immers altijd twee, nogal tegenstrijdige dingen tegelijk. Ze willen het materiaal waar ze verantwoordelijk voor zijn zo goed mogelijk bewaren, maar ze willen óók dat het gezien en gebruikt wordt. Internet biedt prachtige mogelijkheden om deze conservatorsparadox op te lossen: materiaal dat op het web is afgebeeld kan eindeloos bekeken en bestudeerd worden en het wordt met geen vinger aangeraakt.'

Digitool
Wel blijft de praktijk nog wat achter bij het ideaal. Er staat nu vooral veel moderne tekst over de Tachtigjarige Oorlog op de site. Die tekst is overigens wel zó goed dat de site een eervolle vermelding kreeg van het tijdschrift Onze Taal vanwege het heldere taalgebruik. De UB heeft echter veel meer documenten over de periode dan er op de site staan. Van der Lem: 'Dat wordt beter als we Digitool, de beeldbank van de UB, kunnen gaan gebruiken. Hopelijk is het volgend jaar zover. Dan kunnen docenten bij de UB aangeven welke documenten ze graag op het web zouden willen hebben. Op die manier kunnen ze zelf websites maken ten behoeve van hun onderwijs. Het beeldmateriaal hoeven ze dan niet zelf op hun site te zetten, want het wordt via een link naar Digitool toegankelijk gemaakt.'

Liaison officer
Sinds dit jaar is het hoofdredacteurschap van de site in handen van dr. Judith Pollmann. Zij is hoofddocent Vaderlandse geschiedenis en heeft zich gespecialiseerd in de vroegmoderne tijd. Van der Lem functioneert sindsdien als 'liaison officer' voor de opleiding geschiedenis. Wanneer Pollmann voor haar onderwijs bepaalde documenten uit de collectie van de UB op het web toegankelijk wil maken, vraagt ze Van der Lem dat te regelen. Van der Lem: 'Ik hoop dat veel van mijn collega's uit de UB ook 'liaison officer' voor opleidingen zullen worden als Digitool eenmaal klaar is. Want het is toch het mooiste als het materiaal uit onze collectie in een context gepresenteerd wordt. Toen ik met de site begon wilde ik er niet ad hoc allerlei materiaal uit de periode van de Tachtigjarige Oorlog op zetten. Die documenten krijgen toch pas betekenis binnen de context van een  samenhangende website.'

Pieter Bor, de Lou de Jong van de 80-jarige oorlog
De L. de Jong van de Tachtigjarige oorlog
Hoe graag Van der Lem de historici ook van dienst is, aan het meest geuite verzoek heeft hij nog altijd geen gehoor kunnen geven. Heel vaak wordt hem gevraagd: 'Zetten jullie ook Pieter Bor op het web?' Pieter Bor (zie afbeelding) was bij wijze van spreken de dr. L. de Jong van de Tachtigjarige Oorlog. Hij wijdde er vier dikke delen aan. Dat hele werk op het web zetten, is een enorme operatie. Het kost niet alleen veel webruimte, maar ook veel tijd. De boeken moeten uit elkaar en pagina voor pagina gefotografeerd worden. Of dat er ooit van komt, hangt af van het management van de UB.

Laat de leeuw niet.
Wat zijn de topstukken op de site? Van der Lem: 'Ik vind zelf de afbeeldingen van de Leo Belgicus heel aantrekkelijk. De Leo Belgicus is een voorstelling van de zeventien Nederlanden (de huidige Benelux plus Noord-Frankrijk) in de vorm van een leeuw. Dat zijn zeer gewilde stukken

op veilingen. Het idee van de Leo Belgicus is kort voor de Tachtigjarige Oorlog bedacht door de Oostenrijker Michael Aitsinger, vertelt Van der Lem. De meeste Nederlandse provincies hebben een leeuw in het wapen (Holland, Vlaanderen, Gelderland, Brabant) en Aitsinger heeft toen bedacht dat die leeuw een mooie representatieve figuur voor de Nederlanden is. Door de Tachtigjarige Oorlog is dat idee van de Nederlanden als eenheid volkomen op losse schroeven komen te staan. Na het gedeeltelijk succes van de Opstand had je in de noordelijke Nederlanden een van Filips II vrijgemaakte Republiek, terwijl het zuiden opnieuw onder het gezag van de koning was gebracht. Het bijzondere van de Leo Belgicus is dat deze dus een geografische eenheid symboliseert, die in politiek opzicht al lang ver te zoeken was. Daarmee heeft men ook toen al de Nederlandse leeuw aardig in zijn 'hempie' laten staan. Met dank aan (onder anderen) de inwoners van Leiden, die net zolang standhielden tegen het leger van Filips II tot ze op 3 oktober 1574 door de geuzen werden ontzet.

Vijf talen
In de zestiende-eeuwse Nederlanden werden twee talen gesproken: Nederlands en Frans. Veel bronnen over de Tachtigjarige Oorlog zijn dan ook in beide talen geschreven. Ook het Spaans was belangrijk, omdat het de taal van koning Filips II was. Het conflict tussen de Spaanse koning en een deel van zijn onderdanen in de Nederlanden trok ook toen al veel internationale aandacht. Protestanten uit Engeland, het Duitse rijk en Scandinavië volgden de lotgevallen van hun geloofsgenoten in de Nederlanden met grote belangstelling. En nog steeds is de internationale belangstelling voor dit onderwerp groot. Daarom is veel informatie op de site in vijf talen beschikbaar: Duits, Engels, Frans, Spaans en Nederlands.

(26 september 2005/DH)