Gravitatiewet maakt gedragsverandering inzichtelijk
Mensen maken voortdurend keuzen en vaak veranderen ze die weer. Maar in hun veranderingen zijn ze doorgaans niet uitzonderlijk radicaal. Afstand is een belangrijke factor; iemand zal eerder switchen van de VVD naar het CDA dan naar de SP. 'Hoe meer politieke partijen op elkaar lijken, hoe meer overgangen daartussen zullen plaats hebben', zegt psycholoog dr. Mark de Rooij. Verder speelt ook de massa - in dit geval van de politieke partijen - een rol. 'Bij een grote partij kunnen veel mensen weg en, omgekeerd, een grote partij heeft een grote aantrekkingskracht.'
De Rooij gaat de komende vijf jaar met een Vidi-subsidie dit soort veranderingspatronen in het menselijke gedrag in kaart brengen. Uiteindelijk hoopt hij zijn model te kunnen gebruiken om veranderingspatronen te voorspellen.
![]() |
| Mark de Rooij: 'Het voordeel van het model van de gravitatiewet is dat het relatief eenvoudig uit te leggen is.' |
Gravitatiewet
Om van de veranderingspatronen een goed beeld te kunnen krijgen, maakt De Rooij gebruik van de gravitatiewet van Newton als metafoor. 'Ik probeer, op basis van aantallen overgangen, de massa en de afstanden terug te vinden in een ruimte', vertelt hij. Dit was de basisidee in zijn proefschrift. De beperking daar was echter dat de idee alleen gold voor een hele groep. Met het Vidi-onderzoek wil De Rooij de veranderingskaart uitbreiden met persoonlijke verschillen. Hij zegt lachend: 'Als ik zo'n veranderingskaartje laat zien aan onderzoekers, krijg ik te horen: "maar Mark, ik heb ook mannen en vrouwen of autochtonen en allochtonen. Gedragen die zich op dezelfde manier en geldt dit kaartje voor alle subgroepen?"'
Veranderingspatroon
De Rooij: 'Het voordeel van het model van de gravitatiewet is dat het relatief eenvoudig uit te leggen is. Iedereen begrijpt massa en afstand dus iedereen kan de ingrediënten van het model goed begrijpen. Dat maakt het makkelijk om inzicht te krijgen in een veranderingspatroon.' Als illustratie hiervan kan een eenvoudig kaartje van de Randstad dienen. Alle steden zijn verschillend van grootte en de verplaatsingen tussen de steden zijn ook verschillend van omvang. Vanuit Amsterdam reizen meer mensen naar Haarlem dan naar Leiden hoewel die steden ongeveer even groot zijn. Dat komt omdat Leiden verder weg ligt. Naar Rotterdam reizen misschien evenveel mensen als naar Leiden hoewel Rotterdam groter is. Maar Leiden ligt natuurlijk weer dichter bij Amsterdam.
![]() |
| Aan de hand van de grootte van de verschillende steden en hun onderlinge afstand is makkelijk te voorspellen welke percentages reizigers dagelijks heen en weer reizen tussen de steden. |
Universum
De Rooij wil graag te weten komen of de veranderingspatronen die hij signaleert, verschillen bij subgroepen. 'Ik heb nu maar één psychologisch model voor alle Nederlanders samen', vertelt hij. 'Omdat het gaat om psychologische afstanden en massa's, kunnen mensen onderling verschillen. Als je kunt achterhalen wat die verschillende gedragspatronen zijn, kun je voor al die groepjes een eigen universum maken. En die verschillende universums kan je op den duur gaan gebruiken om voorspellingen te doen.'
Visualisatie
Er is de afgelopen tien tot vijftien jaar veel longitudinaal categorisch onderzoek gedaan naar hoe mensen veranderen. De Rooij: 'De moeilijkheid met dat soort onderzoek is dat je een hele berg gegevens krijgt die vrij moeilijk te interpreteren zijn. Als een statisticus dat al vindt, wordt het er voor een psycholoog zeker niet makkelijker op.' Het vernieuwende van het onderzoeksvoorstel van De Rooij, is dat hij door zijn visualisatie de onderzoeksgegevens veel inzichtelijker kan maken.
'De gravitatiewet wordt al gebruikt, bijvoorbeeld in de logistiek van het transportwezen. Daar zijn de afstanden bekend, en men probeert dan een model te maken voor de meest efficiënte routes', zegt De Rooij. Dat heeft echter weer niets met psychologie te maken. 'Ik probeer die twee te combineren, door de gravitatiewet binnen het psychologische te krijgen.'
![]() |
| De tabel (boven) is een weergave van de interactie tussen een kind en de therapeut tijdens een speltherapie. De gegevens zijn extreem moeilijk te interpreteren. Maar als de gegevens door middel van een gravitatiemodel voor verandering (onder) worden weergegeven maakt dat de interpretatie veel inzichtelijker. |
![]() |
Theorie
De Rooij gaat zijn onderzoek verrichten samen met een postdoc. Ze gaan niet zelf werken met proefpersonen, maar maken gebruik van bestaande onderzoeksgegevens. Daardoor kan hij nu nog niet overzien met wat voor subgroepen hij gaat werken, dat hangt af van de data waarover hij de beschikking krijgt. De Rooij: 'Ik gebruik dus data die door anderen verzameld zijn, maar ik kijk daarnaar door de bril van mijn model, op een andere manier dan zij tot nu toe gedaan hebben. Het is echt helemaal op het modelmatige vlak. Ik ga wel met andere onderzoekers samenwerken.' Het model dat De Rooij op die manier ontwikkelt, vormt de basis van een theorie over de werking van bepaalde processen. Deze theorie moet tenslotte gedragsverandering kunnen voorspellen.
(19 september 2006/SH)




