Sporen van een gedreven pionier; verhalen bij het afscheid van Helias Udo de Haes

Sporen van een gedreven pionier; verhalen bij het afscheid van Helias Udo de Haes, Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), Redactie: Gerard A. Persoon, Gerard Barendse en Henk Bezemer, ISBN-10: 90-5191-149-1, € 10,-, te bestellen bij eroos@cml.leidenuniv.nl

‘Sporen van een gedreven pionier; verhalen bij het afscheid van Helias Udo de Haes’ is een gevarieerde bundel, hem aangeboden bij zijn afscheidscollege op 8 september 2006. Het boek bevat uiteenlopende beschouwingen van werknemers van het CML en goede contacten van Udo de Haes buiten het instituut en de universiteit. Sommige auteurs hebben hun uiterst persoonlijke kijk op de persoon Udo de Haes weergegeven in de vorm van een gedicht of muziekstuk, andere hebben hun bijdrage gewijd aan de stand van de wetenschap op een terrein waarmee Udo de Haes bemoeienis heeft. En weer andere kozen voor een mix.

Actievoeren
Udo de Haes roerde zich in zijn jonge jaren driftig als actievoerder en zette in die hoedanigheid ook enkele keren de universiteit de voet stevig dwars, zo verhaalt Evert Meelis, toenmalig mede-actievoerder. Zo wist een actiegroep onder leiding van Udo de Haes in de jaren zestig te verhinderen dat er aan de Witte Singel een 125 hoog universitair gebouw opgetrokken zou worden. Eveneens legden de plannen om een nieuwe universitair medisch centrum naast de snelweg te bouwen het loodje: een ziekenhuis moest in de visie van de actievoerders zo dicht mogelijk bij de stad liggen, dat was uit milieuoogpunt beter. Hun pressie leidde ertoe dat het kabinet Den Uyl uiteindelijk de huidige locatie bij het centraal station koos. Een pikant detail is dat de actievoerders verenigd waren in de Werkgroep Milieubeheer aan de Leidse Universiteit; ze waren dus in dienst van de universiteit. Hetgeen de College van Bestuurleden Cath en Koppelaars deed verzuchten: stop die jongens toch eens! Maar tegen de wijze van actievoeren was weinig in te brengen. Die bestond uit argumenteren en invloedrijke medestanders mobiliseren.

Duinbehoud en waterwinning
In 1977 werd aan de Leidse universiteit het Centrum voor Milieukunde Leiden (CML) opgericht met als enige stafleden Helias Udo de Haes en Wouter de Groot; Udo de Haes zou later directeur worden en is dat 35 jaar, tot op de dag van vandaag, gebleven. De oprichting van het centrum was een landelijke trend; aan diverse universiteiten in Nederland worden milieucentra of –afdelingen van de grond getrokken. Aanvankelijk concentreerden onderzoek en onderwijs in Leiden zich op duinbehoud en waterwinning.
In 1985 startte in samenwerking met de vakgroep Culturele Antropologie/Sociologie der Niet-Westerse Samenlevingen een niet-westerse afdeling: het programma Milieu & Ontwikkeling. In 1990 werden in het kader van dit programma twee buitenlandse veldstations opgericht, in samenwerking met lokale universiteiten: een in de Filippijnen en een in Kameroen.
Inmiddels was Udo de Haes hoogleraar geworden: hij bezette sinds 1987 een bijzondere leerstoel vanwege het Wereld Natuur Fonds. In 1994 werd deze omgezet in een reguliere leerstoel.

Altijd een leidende positie
Hoewel hij zelf ooit gezegd schijnt te hebben dat ‘actievoeren een fase in je leven is’ (nogmaals Evert Meelis), is de actievoerder nooit helemaal uit Udo de Haes verdwenen, zo blijkt uit de bundel. Het duidelijkst aantoonbaar is dit aan de hand van de wijze waarop zich onder zijn leiding sinds midden jaren tachtig de methodiek voor milieugerichte productbeoordeling Life Cycle Analysis (

Udo de Haes tijdens zijn afscheidsrede op
8 september in het Gorleauslaboratorium.
LCA) ontwikkeld en verbreid heeft. Tot dan toe werd in het kader van de milieuproblematiek vrijwel uitsluitend naar de afvalfase van producten gekeken. LCA omvatte het hele traject van grondstofwinning tot en met de afvalfase. Het CML begon midden jaren tachtig met het uitwerken en beproeven van deze LCA-methodiek. (Het kwam tot bijvoorbeeld de opzienbare conclusie dat het vanuit milieuoogpunt beter is eieren te verpakken in doosjes van poly-ethyleen – een kunststof - dan van karton.) De methodiek sloeg aan als middel om ‘de milieubelasting te meten gedurende de gehele levensduur van een product’ (definitie Udo de Haes), niet alleen in Nederland maar ook in Europa en zelfs in Japan. In een rap temp werden internationale netwerken uit de grond gestampt. In 2000 startte zelfs een door de United Nations gesteund netwerk. ‘En op de een of andere manier was het altijd zo dat professor dr. Helias Udo de Haes de leidende positie in deze activiteiten had’, schrijft Arnold Tukker (TNO). De snelle ontwikkeling werd gefundeerd door een aanhoudende stroom wetenschappelijke publicaties van de professor en zijn medewerkers.

Eén van de methodieken
Ook uit andere bijdragen in de bundel blijkt dat Udo de Haes nog steeds uit was op actie, gebaseerd op argumenten en het mobiliseren van medestanders. Alleen was de basis verbreed: de argumenten stoelden nog uitsluitend op wetenschappelijke bevinding én de medestanders waren er ook voor de inbedding van afspraken in nationale en internationale regelgeving. Zo kon LCA een standaardmethode worden waarop de ISO-norm 14040 is gebouwd. Udo de Haes hield zich zelfs nog bezig met het van de grond tillen van een milieukeur met LCA als grondslag. Verschillende auteurs memoren dat Udo de Haes zelf al snel ook de beperkingen van LCA zag en daarop onmiddellijk bereid was toe te geven dat LCA één van de methodieken voor milieutoetsing was. Om vervolgens nijver te zoeken naar methodieken die mutatis

Drie elementen die in de LCA-methodiek een rol spelen: hoe schadelijk is de grondstofwinning, bijvoorbeeld door houtkap, wat is het energieverbruik bij de productie en: in hoeverre vervuilen de productie en het product zelf de lucht?
mutandis wél voldeden.

Kort door de bocht
Udo de Haes bemoeide zich ook intensief met het programma Milieu & Ontwikkeling. Maar de bundel suggereert dat hij te onge-duldig zou zijn geweest voor het werk op de veldstations zelf. In een moeizame omgeving die bureaucratisch, stroperig, corrupt en weinig transparant is, en waar de belangen vaak strijdig zijn met die van het milieu moeten de CML'ers in partnerschap met de lokale universiteiten de vigerende milieuproblemen aanpakken: in de Filippijnen de teloorgang van het tropisch regenwoud en (daardoor) erosie, in Kameroen verwoestijning en (daardoor) overlast van wilde dieren zoals olifanten en leeuwen, voor de lokale bevolking. Toen Udo de Haes na jaren werk door het Filippijnse veldstation de ravage in het tropisch regenbos aanschouwde, vroeg hij zich ten overstaan van enkele CML'ers hardop af wat het nut van al die jaren activiteiten van het veldstation nou eigenlijk was geweest. Deze kort-door-de-bochtbenadering viel niet bij iedereen goed, schrijft Jos Teeuwisse, directeur Vereniging voor Zoogdieren.

Kramp
Ook stelde Udo de Haes in een toespraak in de Filippijnen dat de oorspronkelijke bevolking maar moet wijken als die op enigerlei wij ze was betrokken bij illegale houtkap (ook al hebben ze bij gebrek aan een alternatieve inkomstenbron weinig keus). Gerard Persoon - sectiehoofd bij het CML - kreeg er kramp van, noteert hij in de bundel. Er genoegen mee moeten nemen dat niet alles zo efficiënt en ‘clean’ geregeld kan worden als in het westen, en soms zelfs in het geheel niet, past kennelijk niet bij Udo de Haes over wie rector magnificus Lammert Leertouwer ooit zei: ‘So oder so, aber sowieso.’

Toch hebben ook de medewerkers Milieu & Ontwikkeling van het CML grote waardering voor de wetenschappelijke inzichten van Udo de Haes op hun vakgebied. En niet iedereen kan vertellen dat er een leeuw naar hem is genoemd. CML-medewerker Hans de Iongh bracht op wel zeer bijzondere wijze een ode aan Udo de Haes, door een leeuw die onderwerp van onderzoek was (een ‘pride male’) ‘Helias’ te dopen.

Toehoorders bij het afscheidscollege.

Wel of geen weten-schap?
Vanwege de gerichtheid op praktische toepassing is het lang de vraag geweest of milieukunde eigenlijk wel een wetenschap kon zijn. Niettemin werd het CML in 2003 fier omgedoopt tot Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden. Lucas Reijnders, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en de Open Universiteit, kan daar prima mee leven. Hij schrijft in de bundel: ‘Milieukundige instrumenten die zijn ontwikkeld, zoals stofstroom analyse (SFA) en levenscyclus analyse (LCA), overstijgen de traditionele grenzen binnen de multiversiteit en hadden ook niet binnen klassieke disciplines ontwikkeld kunnen worden.’ Reijnders refereert ook aan Udo de Haes zelf die stelde: de milieuwetenschap is een wetenschap omdat zij eigen kennis en instrumentarium heeft ontwikkeld.

De milieukunde is volwassen geworden en mag zich milieuwetenschap noemen. In die zin kan Udo de Haes met een gerust hart vertrekken.

Link
Centrum voor Milieukunde Leiden

(12 september 2006/CH)