Oorlog achter de keukendeur
![]() |
| Cwiertka: `Oorlog kan ook een bron van innovatie zijn.' |
Continuïteit
Het traditionele beeld van oorlog is tamelijk stereotiep: oorlog betekent dood, honger en ellende. En als de vrede getekend is, wordt alles anders. Dat beeld is Cwiertka te eenzijdig. Als de vrede getekend is, verandert er ook heel veel níet. Die continuïteit is wat Cwiertka het meeste boeit. Cwiertka: 'Als je voedsel als uitgangspunt neemt, kun je die continuïteit heel goed volgen. Mensen moeten iedere dag eten. Als een schoenenfabriek een aantal jaren dichtgaat, blijven de mensen lopen, al is het op versleten schoeisel. Maar een dag niet eten kan bijna niet. Als je kijkt naar eten, kun je achter de gevel van de grote geschiedenis kijken. Het gaat mij niet om de veldslagen, de vredesverdragen en de machtswisselingen, maar om de oorlog achter de keukendeur.'

Japanse soldaten aan tafel
Vitaminepillen
De oorlog in Japan duurde van 1937 tot 1945. In het begin was de voedselsituatie nog redelijk, vertelt Cwiertka, maar naarmate de oorlog langer duurde werd het steeds moeilijker om bevolking en leger te voeden. De helft van de Japanse soldaten zijn omgekomen door honger of aan honger gerelateerde ziektes. En dat terwijl het voeden van het leger prioriteit had boven het voeden van de bevolking. Het grote voedseltekort in Japan leidde ertoe dat men op zoek ging naar manieren om mensen toch in een redelijke lichamelijke conditie te houden. Praktische adviezen op het gebied van gezond koken met weinig middelen werden verspreid via cursussen, posters en pamfletten. Tegen het einde van de oorlog (1943-44) gooide de Japanse overheid ook chemische voedingssupplementen in de strijd, zoals vitaminepillen, gistpoeder om de vertering te bevorderen en zelfs middelen op basis van heroïne om de mensen op te peppen.

Japanse legerkeuken met (rechts vooraan) ingeblikt voedsel
Soldatenvoedsel
Japanse soldaten kregen voedsel dat helemaal niet leek op de traditionele Japanse keuken die ze van huis uit gewend waren. Deze bestond voor het grootste deel uit groente en granen of rijst voor de stedelingen, en gierst, gerst en af en toe rijst voor de plattelandsbevolking. Cwiertka: 'Men zag in dat soldaten zware lichamelijke arbeid verrichten en daarom energierijk voedsel nodig hebben. Op rijst en groente hou je het niet lang vol. Vet, vlees en aardappelen leveren veel meer calorieën voor minder geld. Japanse legerkoks gingen daarom westerse en Chinese schotels bereiden waarin deze ingrediënten in ruime mate voorkwamen, zoals gefrituurde gerechten en stoofpotten. Ook verwerkten ze kruiden zoals kerriepoeder om de smaak van goedkope en minder smakelijke ingrediënten te maskeren. Deze nieuwe, internationale keuken was voor de meeste soldaten nieuw, maar werd in razend tempo populair.
Inblikken, drogen of vriezen
Cwiertka wil met haar onderzoek de sociale gevolgen van oorlog in kaart brengen, zowel op de korte als op de lange termijn. Bedrijven die tijdens de oorlog hun producten uitsluitend aan het leger leverden, gaan zich na de oorlog ook op de consumentenmarkt richten. De technieken die door de oorlog waren onstaan of sterk bevorderd, zoals het inblikken, drogen of invriezen van voedsel, bleef men ook na de oorlog gebruiken. Dat de voedselindustrie in de tweede helft van de vorige eeuw zo'n sterk technologisch karakter heeft gekregen, is dan ook in hoge mate terug te voeren op de oorlog. Hoe denkt Cwiertka zicht te krijgen op deze ontwikkelingen? 'Ik ga kookboeken en populaire tijdschriften bestuderen, maar ik wil ook kijken naar de overheidsbesluiten die te maken hebben met voedselproductie. En natuurlijk ga ik me verdiepen in de zwarte markt en andere inofficiële kanalen van voedseldistributie.'
Onderzoeksteam
Cwiertka maakt vaak werkweken van zeven dagen, maar heeft zichzelf voor vier dagen op de Vidi-begroting gezet. 'Ik had geen geld voor een grotere aanstelling. Ik moet een aio aannemen, maar ik wil ook graag twee Japanse postdocs aanstellen met wie ik al veel heb samengewerkt. De een woont in Korea, de ander in Japan. De onderzoekster in Japan is heel goed in het opsporen van unieke bronnen, zoals pamfletten uit de oorlog en oude tijdschriften met interessante informatie. De postdoc in Korea is gespecialiseerd in orale geschiedenis. Gedrukte bronnen zijn er in Korea bijna niet, omdat er heel veel verloren gegaan is tijdens de Koreaanse oorlog (1950-1953). Deze postdoc gaat mensen vragen naar hun herinneringen op het gebied van voedsel in en na de oorlog. Met zijn drieën gaan we een boek schrijven over de relatie tussen voedsel en oorlog.'
Positieve wending
Cwiertka studeerde Japanologie in Polen, dat ze op haar 23ste verliet. Waarom koos zij voor dit onderwerp? 'Misschien heeft het met mijn Poolse achtergrond te maken. Wat er in het socialistische Polen in de krant stond was volstrekt anders dan de realiteit. Ik heb zelf ervaren dat het officiële verhaal niet het ware verhaal was. Daarom heb ik die drive om te weten wat er écht gebeurde, om achter de schermen te kijken. In Polen is in de jaren tachtig de voedselrantsoenering ingevoerd. Ik herinner me dat voedsel jarenlang het gesprek van de dag was. Waar kon je dit nog krijgen, waar kon je dat recept nog meer mee maken, wanneer ging je in de rij staan? Iedereen was de hele dag met eten bezig. Ik denk dat de keuze van mijn onderwerp niet losstaat van deze ervaringen. Nu ik voedsel tot mijn onderzoeksobject heb gemaakt, doe ik daar nog iets positiefs mee.'
(12 september 2006/DH)

