Tussen beschaving en dwang

Prof.dr. Hisashi Owada
Prof.dr. Hisashi Owada: 'Japan was niet geïsoleerd; er was contact met buiten en het haalde de goede dingen uit die contacten.'
Maandag 3 juli trad prof.dr. Hisashi Owada met zijn oratie officieel aan bij de Faculteit der Letteren als bijzonder hoogleraar op het gebied van de betrekkingen tussen Europa en Japan. Owada is rechter bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. In zijn oratie, getiteld The Encounter of Japan with the 'Community of Civilized Nations', gaat hij in op de manier waarop Japan omging met zijn kennismaking met de internationale gemeenschap van (Westerse) beschavingen.

Noodzaak van aanhalingstekens
'De aanhalingstekens in de titel zijn noodzakelijk', vertelt Owada, 'want in de loop van de negentiende eeuw, toen Japan kennismaakte met de moderne Westerse wereld, kreeg de term 'Community of Civilized Nations' een zekere beladen betekenis.' Gedurende een periode van ongeveer 250 jaar was Japan praktisch van de buitenwereld afgesloten en de Nederlanders waren de enige Westerlingen aan wie werd toegestaan naar Japan te komen. Halverwege de negentiende eeuw volgden andere Europeanen en Amerikanen. Zij klopten niet zomaar op de deur, maar probeerden Japan de regels van de beschaafde naties op te leggen. Dat veroorzaakte een innerlijke strijd, want er was sprake van een voor Japanners compleet nieuw concept. 'Japan probeerde dat concept te absorberen en te begrijpen, benadrukt Owada. 'Juist daarin verschilt Japan sterk van de andere landen in Azië en Afrika. Japan ging de uitdaging aan en probeerde zich met het concept te vereenzelvigen.'

De zogenoemde zwarte schepen waarmee de Amerikaanse Commodore Matthew Perry in 1852 namens zijn regering de openstelling van Japan kwam afdwingen.

Vraagstuk van identiteit
In het eerste deel van zijn oratie gaat Owada in op de geschiedkundige kant. Hoe begon de Law of Nations in de Westerse traditie en welke factoren speelden daarbij een rol? Hij onder-scheidt twee factoren: de christelijke traditie en het imperialisme van de negen-tiende eeuw. De expansie-drang van Europa werd allesoverheersend. In het tweede gedeelte plaatst hij de Japanse kennismaking met het Westen in die context. Hij vraagt zich af waarom de situatie van Japan verschilde van die van andere landen en hij onderzoekt wat de impact op Japan was. Owada: 'Voor de Japanners betekende modernisering dat ze hun identiteit konden behouden. Ik denk dat Japan beter was voorbereid op de impact van de krachten van buitenaf dan landen als Korea en China in die periode. Die landen waren gewend aan de Sinocentrische wereldorde. Japan lag aan de periferie.'

Volwassenwording van de maatschappij
Het feit dat Japan nooit deel heeft uitgemaakt van zo'n centraal imperium, maar altijd heeft geopereerd aan de periferie ervan, is volgens Owada een antwoord op de belangrijke vraag waarom Japan de kolonialistische macht van het Westen kon weerstaan. Owada: 'Japan was niet geïsoleerd; er was contact met buiten en het haalde de goede dingen uit die contacten. Japan is wel beïnvloed, maar nooit geabsorbeerd door die invloeden. Een controversiële vraag waarover door historici wordt gedisputeerd, is of de afsluiting van Japan goed was voor het land of juist slecht. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Een goed ding was dat een tamelijk volwassen maatschappij gecreëerd werd, er vond maturation of society plaats. De Westerlingen kwamen in een land met een stevige eigen beschaving waardoor ze bovendien geïmponeerd waren. Daardoor probeerden ze niet te doen wat ze in andere landen in Azië en Afrika wel deden.'

   
Commodore Matthew Perry gezien door de ogen van een Japanse kunstenaar en fotografisch vastgelegd.

Botsing van beschavingen?
In zijn oratie tipt Owada heel kort de vraag aan of Japan tegenwoordig volledig geïntegreerd is in de gemeenschap van beschaafde naties. Owada: 'Veel mensen zien Japan als een goed voorbeeld van een geslaagde poging tot modernisering en deel worden van de internationale gemeenschap. Het heeft bovendien weinig problemen met het behoud van de traditionele aspecten en waarden. Oppervlakkig gezien klopt dat, maar ik geloof toch niet in wat sommigen het enigma van de macht in Japan noemen. Voor hen zijn veel aspecten aan Japan zo mysterieus en moeilijk te begrijpen. Dat zou dan een voorbeeld zijn van waar Japan niet volledig verwesterd is.'

Rechter bij het Internationaal Gerechtshof
Owada is fulltime rechter bij het Internationaal Gerechtshof; hij is beschikbaar voor het houden van lezingen voor studenten en andere geïnteresseerden over de betrekkingen tussen Europa en Japan als het gerechtshof niet in zitting is. Hij gaat voornamelijk colleges geven over contemporaine en historische vraagstukken die betrekking hebben op recht, cultuur en maatschappij. Owada is voor een periode van negen jaar aangesteld bij het gerechtshof, waarvan hij er nu drie achter de rug heeft. Hij geniet van het werk daar, omdat het een intellectuele uitdaging betekent. Bovendien bezorgt het hem een gevoel van tevredenheid dat hij iets zinnigs doet voor de wereld. Op dit moment is het Hof betrokken bij een zeer moeilijke en delicate zaak tussen Bosnië en Servië. 'Bosnië heeft Servië beschuldigd van schending van de Genocide Conventie. Deze zaak verschilt met betrekking tot de criminele verantwoordelijkheid van individuen van de zaken die lopen bij het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)', vertelt Owada. Een andere zaak waarbij hij betrokken is, speelt tussen Argentinië en Urugay. Urugay is bezig met het bouwen van papierpulpmolens aan de grensrivier en Argentinië heeft Urugay aangeklaagd wegens de schending van een milieuverdrag tussen beide landen.

(4 juli 2006/SH)