Wél onopgemerkt gebleven...

Jaap Goedegebuure
Jaap Goedegebuure

Op dinsdag 30 mei j.l. sprak Jaap Goedegebuure, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde, zijn oratie uit onder de titel Het mythisch substraat; verhaalpatronen in de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw.

Blinde vlek
In deze intreerede betoogt Goedegebuure dat in veel hedendaagse literatuur een onderlaag aanwezig is van oude verhalen uit de mythologie en de bijbel. (Bijbelverhalen worden door Goedegebuure evenzeer als mythisch beschouwd als de verhalen uit de klassieke Oudheid.) Deze 'alleroudste verhalen' vormen al eeuwenlang het patroon waarop de literatuur telkens weer varieert. Vaak worden de parallellen met mythen en oudtestamentische bijbelverhalen op het niveau van het verhaal nog wel herkend door de literaire interpreten, maar de diepere betekenis die met name de religieuze analogieën aan sommige moderne romans verleent, wordt vaak over het hoofd gezien. De religieuze dimensie in de hedendaagse literatuur is voor veel 'beroepsinterpretatoren' een blinde vlek.

Bordewijks Karakter
Goedegebuure illustreert zijn ideeën onder meer aan de hand van de roman Karakter  van F. Bordewijk. Eerst stelt hij vast dat het oerpatroon van het vader-zoon-conflict waar het in deze roman om draait, wordt gerepresenteerd door zowel het oudtestamentische verhaal van David en Absalom (Samuel 2) als door de Griekse Oedipus-mythe. Dat zijn redelijk voor de hand liggende parallellen. Aan het eind van de roman echter, als de strijd tussen vader Dreverhaven en zoon Jacob gestreden is en de door het conflict geharde zoon niet tot liefde in staat blijkt, komt expliciet een tot dusver nauwelijks onderkende, religieuze dimensie in beeld. Jacob ervaart 'een vaag zeurend gemis' en het idee komt bij hem op om eens een kerk te bezoeken.

Gevecht met de engel
Deze wending aan het eind van het boek is tot dusver onverklaard gebleven; niemand heeft er serieus werk van gemaakt. Goedegebuure betoogt nu dat dit schijnbaar onafgehechte verteldraadje leidt naar een betekenislaag waarin de mythe van Oedipus verbonden kan worden met het oudtestamentische verhaal van het

Abraham offert Izaak van Laurent De la Hire (1650)

Abraham offert Izaak van Laurent De la Hire (1650)

offer van Izaak. Door zijn bereidheid zijn zoon te offeren maakt Izaaks vader Abraham zich tot handlanger van God. Hetzelfde geldt voor vader Dreverhaven. Achter de rug van Dreverhaven komt de 'Allerongenaakbaarste Vader' tevoorschijn die Jacob onderwerpt aan een uitdaging waaraan hij zich onmogelijk kan onttrekken: de opdracht God bij zich in te lijven, 'niet als kapitalist, maar omdat het thans het ogenblik was, nu hij op het punt stond de reis te beginnen.' Deze spirituele reis is Jacobs finale opdracht die in de bijbel vorm krijgt als het mythische 'gevecht met de engel' van zijn bijbelse naamgenoot. De geestelijke leegte die onstaat als Jacob vader Dreverhaven heeft uitgeschakeld, maakt dan plaats voor een nieuwe vorm van religieus geïnspireerde zingeving. Op deze wijze geïnterpreteerd is Karakter ook een variant op het oeroude verhaal van de initiatie.

Great chain of writing
Om zijn opvattingen hierover verder te verduidelijken citeert Goedegebuure de theoloog Matthias Smalbrugge. Deze verdedigde onlangs de opvatting dat religie niet zozeer het goddelijke als wel het menselijke betreft. Smalbrugge zegt: 'Religie gaat over de grote levenskrachten, dus over liefde, haat, jaloezie, wraak, scheiding en binding, schuld en schaamte, agressie en mededogen.' En Goedegebuure voegt daaraan toe: 'Dat complexe en tegenstrijdige geheel van levenskrachten vraagt er telkens weer om te worden verbeeld in verhalen, waarbij elke nieuwe variatie op het oude patroon zich voegt in een lange ketting die ons verbindt met de oudste mensen en hun verhalen. Zoals er een `great chain of being' bestaat, om met Arthur Lovejoy te spreken, zo bestaat er ook een `great chain of telling and writing', die het heden en het verre verleden met elkaar verbindt.'

Waartoe lezen wij?
In de ogen van Goedegebuure is lezen een hulpmiddel bij het geven van betekenis aan het menselijk bestaan. 'Het uiteindelijke doel [is] wat mij betreft gericht [.] op het creëren van betekenis die doet beseffen hoezeer ons individuele bestaan past in een ketting die ons verbindt met mensen, plaatsen en gebeurtenissen uit een ver verleden.' Voor wie zo leest is intertekstualiteit (het verschijnsel dat binnen een literaire tekst verwezen worden naar andere literaire teksten uit heden en verleden) geen doel op zichzelf, maar een hulpmiddel, ondergeschikt aan de zingeving. 

Grote kansen voor letterkundeonderwijs
Het intertekstuele lezen, het lezen waarin de alleroudste verhalen uit de wereldliteratuur meehelpen om meer betekenis te verschaffen, is een grote kans voor elke vorm van literatuuronderwijs. 'Niet alleen binnen de muren van de academie, maar ook op het niveau van het voortgezet onderwijs. Studenten en leerlingen zouden zo gestimuleerd kunnen worden om ongekende routes door de wereldliteratuur te gaan bewandelen, routes die niet alleen nieuwe ontdekkingen en inzichten opleveren, maar tegelijk bewust kunnen maken van de rijkdom die traditie in zich bergt.' Daarbij is het ook een unieke kans voor de Leidse letterenfaculteit voor samenwerking over de grenzen van talen en perioden heen, voor het onderwijs én in het onderzoek. En in die samenwerking moeten vanzelfsprekend ook de faculteiten Godgeleerdheid en Wijsbegeerte betrokken worden.

Links

(30 mei 2006/DH)