Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/05

Onderzoek

Leidse stellingen

Ze zijn te vinden op een los velletje papier tussen de volgeschreven pagina's van het proefschrift: de stellingen van een promovendus. Twaalf of dertien zinnen met eigen bevindingen, kleine speldeprikken, interessante ontdekkingen en boeiende theorieën. Forum besteedt in deze rubriek aandacht aan een selectie van stellingen uit recent verschenen proefschriften bij de Letterenfaculteit.

Stellingen behorende bij het proefschrift van Harry Knipschild, Ferdinand Hamer 1840-1900. Missiepionier en martelaar in China:

  • Stelling 1. Historici die de rooms-katholieke missie in China in de negentiende eeuw tot hun onderwerp rekenen, kunnen zich niet permitteren voorbij te gaan aan Frans bronnenmateriaal. Dat geldt ook voor Angelsaksische historici.
    Engelstalige historici realiseren zich nauwelijks dat de Fransen in de negentiende eeuw de leiding hadden in de katholieke missie, met name in China. De belangrijkste missie-organisaties, de Propagation de la Foi en de Sainte-Enfance, opereerden vanuit Parijs en Lyon. Nagenoeg alle missionarissen, zeker in de periode 1860-1890, hadden een Frans paspoort en reisden in het binnenland op basis van het Frans-Chinees verdrag van Tianjin (1858-1860). De voertaal in de correspondentie was Frans.
  • Stelling 2. Rooms-katholieke missionarissen in China waren vanwege het celibaat succesvoller dan protestantse zendelingen. De nadrukkelijke wens van bepaalde groepen katholieken in het noordwesten van Europa om het celibaat af te schaffen en het priesterschap ook toegankelijk te maken voor vrouwen wordt mede bepaald door een tekort aan priesters.
    Tijdens mijn onderzoek is mij gebleken dat de protestantse zendelingen over veel meer financiële middelen beschikten dan de katholieke missionarissen, tot grote frustratie van de laatste groep. De zendelingen, met vrouw en kinderen, waren echter gedwongen om een groot gedeelte van hun tijd te besteden aan het gezin - het inrichten en onderhouden van hun woning, hun kinderen, allerlei ziektes en sterfgevallen. Aan het eigenlijke bekeringswerk kwamen ze daarom veel minder toe. De missionarissen besteedden de materiële zaken uit aan Chinese bekeerlingen. Deze vorm van werkgelegenheid leverde bovendien additionele 'bekeringen' op.
    Het leiden van een celibatair leven had een positieve betekenis in alle tijden, behalve in onze seculaire westerse wereld van dit moment. Wellicht is dat een tijdelijke ontwikkeling. Er zijn nu dus te weinig mannen bereid om hun leven uitsluitend te wijden aan spirituele zaken, vandaar de roep om concessies - een aloud principe van marketing. Het is echter de vraag of het volwaardig inzetten van gehuwde priesters en vrouwen iets zal veranderen aan de seculaire en materialistische normen van de huidige samenleving.
  • Stelling 3. Missielectuur is beter te begrijpen na het lezen van wervingsadvertenties voor het leger. Er wordt op soortgelijke sentimenten gemikt.
    Een van de belangrijkste doelstellingen van de missielectuur was het werven van nieuwe missionarissen. Missionarissen plantten zich nu eenmaal niet langs biologische weg voort. Het leven in de missie moest voor jonge mannen worden voorgesteld vol uitdaging, vol spanning, vol gevaar, met als beloning een eeuwige plaats in het het hemelse paradijs. In deze tijd is bovendien niet meer bekend dat missionarissen in China gewapend waren en een gedeelte van hun tijd besteedden aan het jagen op wild en fazanten.
  • Stelling 5. De verhouding tussen Ferdinand Hamer en zijn superieur Théophile Verbist (1865-1866) kan goed vergeleken worden met die tussen Tom Poes en Ollie B. Bommel.
    De hoofdpersoon van mijn proefschrift, de Nijmegenaar Ferdinand Hamer (1840-1900), was 25 jaar oud toen hij naar het verre China reisde. En bovendien klein van stuk. Zijn superieur Verbist (1823-1868) was aalmoezenier in het leger geweest, fors van postuur en een stuk ouder. Door de omstandigheden gedwongen gingen de paters volkomen onvoorbereid op weg. In de bewaard gebleven correspondentie is goed te lezen dat Hamer zijn chef voortdurend wees op allerlei gevaren die de groep missionarissen bedreigden. Verbist maakt tijdens de reis een naïeve en goedgelovige indruk. Een bonvivant die zich ondanks de waarschuwingen van de jonge Ferdinand regelmatig voor de gek liet houden.
  • Stelling 10. Menig promovendus is genoodzaakt om in zijn proefschrift de stellingen van zijn promotor en/of referent te verwerken en soms zelfs te verdedigen.
  • Stelling 11. De grote aandacht die aan stellingen (uit proefschriften) in sommige media gegeven wordt is een afspiegeling van de hedendaagse maatschappij waarin ingewikkelde vraagstukken moeten worden teruggebracht tot one-liners.
  • Stelling 13. De groeiende hoeveelheid flitspalen en camera's heeft '1984' van George Orwell in zekere zin gerealiseerd.

Promotie 14 december 2005
Promotor: prof.dr. J.L. Blussé van Oud-Alblas
Samenvatting (PDF) of http://openaccess.leidenuniv.nl/dspace/handle/1887/3752

Stellingen behorende bij het proefschrift van Willemijn Ruberg, Conventionele correspondentie. Briefcultuur van de Nederlandse elite, 1770-1850.:

  • Stelling 1. Twee belangrijke functies van correspondentie, die van socialisatie en van performativiteit, zijn in het historisch onderzoek verwaarloosd.
  • Stelling 2. Rond 1810-1830 lijkt er een omslag in de briefcultuur te hebben plaatsgevonden: de natuurlijke stijl ging langzamerhand een individuele stijl betekenen en het verbod op het egocentrisme, waarschijnlijk een reactie op de toename van het belang van het 'ik', werd sterker.
  • Stelling 3. Genderverschillen in socialisatie door middel van de briefwisseling komen pas in de adolescentie, en niet inde kindertijd, tot uiting.
  • Stelling 6. In historisch onderzoek wordt teveel waarde toegekend aan etiquetteboeken als bron. Normen en gedrag werden veeleer door familieleden aangeleerd.
  • Stelling 8. De negentiende eeuw laat weliswaar een toename van privatisering en individualisering zien, maar men moet steeds rekening houden met de invulling die individuen in het verleden aan deze termen gaven, alsmede met hun verhouding tot groepsregels, de etiquette.
  • Stelling 9. De negentiende eeuw was wél bekrompen. [Contra Marita Mathijsen, De gemaskerde eeuw (Amsterdam 2002) 9-17.]
  • Stelling 10. Alleen al de benaming van de functie van assistent-in-opleiding benadrukt de dubbele ondergeschikte positie van de aio.

Promotie 13 oktober 2005
Promotor: prof.dr. J.Th.M. Bank
Samenvatting (PDF)

Stellingen behorende bij het proefschrift van E. Suárez-Galbán, The Last Good Land, Spain in American Literature:
  • Stelling 1. American writing on Spain does not differ essentially from that of writers of other industrialized nations.
  • Stelling 2. The attraction for Hemingway responded in many ways to his he-man, machista view of the world.
  • Stelling 10. Having dual "nationality" (as opposed to citizenship) does not necessarily favor the most impartial view of the nations to which one belongs.

Promotie 29 november 2005
Promotor: prof.dr. Th.L. D'haen

Stellingen behorende bij het proefschrift van Peter Kraal, A Grammar of Makonde (Chinnima, Tanzania):

  • Stelling 2. Dat de prosodische structuur van het Makonde ten dele onafhankelijk is georganiseerd van de grammaticale structuur werpt een interessant licht op het scheidings- of raakvlak (interface) fonologie-syntaxis.
  • Stelling 5. Voordat men begint met de analyse van een deel van een taal, dient men eerst een overzicht te hebben over de taal als geheel om onvermijdelijke fouten te voorkomen.
  • Stelling 9. Bij sommige mensen is net zoals bij sommige talen de afstand tussen de dieptestructuur en de oppervlaktestructuur zeer groot (ter nagedachtenis aan Tom Cook [.]).

Promotie 20 oktober 2005
Promotor: prof.dr. Th.C. Schadeberg
Samenvatting, proefschift online op: http://openaccess.leidenuniv.nl/dspace/handle/1887/4271  

Stellingen behorende bij het proefschrift van Michael Day, China's Second World War of Poetry: The Sichuan Avant-Garde, 1982, 1992:

  • Stelling 1. The unofficial poetry circuit in China during 1982-1992 birthed a version of avant-garde poetry that coincidentally bears a striking resemblance to that of the west, but is primarily a reaction to China's own twentieth century poetry edition.
  • Stelling 5. The pursuit of symbolic capital is the prime motive force behind the formation of the poetry avant-garde in China.
  • Stelling 6. China's poetic tradition feeds the pursuit of symbolic capital on the avant-garde scene.
  • Stelling 9. With regard to China, the buoyant rhetoric of European politicians is not matched by actions, and this is indicative of increasing cultural insecurity and racism.
  • Stelling 12. White male Sinologists will become increasingly unemployable in academia.

Promotie 4 oktober 2005
Promotor: prof.dr. M. van Crevel

                                    
 
   
vorige pagina top pagina