Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Van het bestuur

Van het bestuur

Onderweg naar Morgen
en Strategie en Praktijk

Zoals u in MARE hebt kunnen lezen, zijn sinds kort de rapporten Onderweg naar Morgen en Strategie en Praktijk beschikbaar. Beide stukken zijn in en of andere vorm een vervolg op de nota over de facultaire koers die in mei 2005 is verschenen. Onderweg naar morgen is een discussienota van het faculteitsbestuur over de ontwikkeling van de faculteit op korte en middellange termijn. Parallel daaraan heeft de zogenaamde Denktank op het verzoek van het faculteitsbestuur een advies opgesteld over de facultaire ontwikkeling op langere termijn. Dit is Strategie en Praktijk. Hoewel dit document elementen voor de kortere termijn bevat richt het zich op de lange termijn. De Denktank hecht er dan ook aan dat Strategie en Praktijk als zelfstandige nota wordt beschouwd en beoordeeld. Dat laat onverlet dat door een personele unie tussen bestuur en Denktank elementen uit het debat binnen dit laatste gremium een plaats hebben gekregen in het discussiestuk van het faculteitsbestuur.

Het faculteitsbestuur is geïnteresseerd in reacties uit de facultaire gemeenschap op beide documenten. De beide documenten zijn hier raadpleegbaar als pdf-documenten

Het faculteitsbestuur nodigt alle medewerkers en studenten uit zo'n reactie te geven. U kunt uw reactie via de interne post (faculteitsbestuur, Lipsius, Cleveringaplaats 1) of via de mail (faculteitsbestuur@let.leidenuniv.nl

            Besluitvorming over Onderweg naar Morgen is voorzien voor 14 juni 2006 (de nota zelf meldt nog eind mei). Over Strategie en Praktijk spreekt het faculteitsbestuur eind april met de faculteitsraad. Met het oog op de voorbereiding van de uiteindelijke voorstellen naar aanleiding van Onderweg naar Morgen en de discussie over Strategie en Praktijk stelt het faculteitsbestuur reacties voor eind april zeer op prijs; reacties die later komen zijn natuurlijk ook welkom.

Lezerreacties

Reactie op: Onderweg naar Morgen
Joost Augusteijn

Bij zo een lange nota met vergaande voorstellen zijn er ook veel zaken waarop gereageerd kan worden. Hierbij een kleine bloemlezing van mijn ideeën erover.

Veel van het bedachte is mijns inziens ingegeven door de situatie waarin kleine opleidingen zich bevinden maar de bedachte oplossingen worden wel ook toepasbaar verklaart op grote opleidingen als geschiedenis. Dit kan een aantal problemen opleveren.

  • Bij de voorgestelde verandering van een 4/8 naar 5/10 ects model wordt er vanuit gegaan dat dat tot een vermindering van de werklast leidt omdat er minder modules zouden komen. Maar bij Geschiedenis die ook met 12 en 16 punts vakken werkt komen er soms juist meer vakken. In de propedeuse is het b.v. getalsmatig ook onmogelijk om het bestaande geschiedenis programma in 5/10 eenheden te vangen en worden we eigenlijk gedwongen om een nieuw vak te bedenken of een heel nieuwe structuur.
  • In een geschiedenis opleiding is een BA-eindscriptie van een grotere omvang dan 10 ects essentieel omdat dat is waar de hele opleidingstructuur naar toe werkt. Voor een talen opleiding waar minder tijd aan onderzoeks vaardigheden en werkstuk schrijven besteed wordt kan ik me een kleinere scriptie wel goed voorstellen.
  • Ik heb me verbaasd over één aspect van de voorstellen aangaande gedeeld onderwijs en kerncurriculum. Ten aanzien van het gedeeld onderwijs schrijft het faculteitsbestuur: 'De breedte van de faculteit maakt het ongewenst en onmogelijk om een en dezelfde cursus voor alle bacheloropleidingen gezamenlijk op te zetten.' Enige alineas verder stelt het bestuur doodleuk een kerncurriculum voor voor alle bachelorstudenten, hoe dat met elkaar in overeenstemming te brengen is begrijp ik niet.
  • Voor geschiedenis en kunstgeschiedenis studenten zou het buitenlandverblijf juist in de bijvakruimte moeten kunnen plaatsvinden aangezien het bij hen niet om verplichtte taalverwerving gaat binnen de hoofdvakruimte.

Bij de nieuwe faculteitsstructuur:

  • De voorgestelde driedeling in departementen is veelal niet logisch. Het is niet puur regio, taal en historisch. TCLA zit bij Engels en Nederlands, en Grieks en Latijn bij geschiedenis. Lijkt meer ingegeven door een poging om gelijkwaardige omvang te krijgen en op de bereidheid tot samenwerking tussen bestaande opleidingen dan door de logica.
  • Zo een nieuwe bestuurslaag lijkt me vooral tot een vermindering van overlegtijd voor het faculteitsbestuur te leiden. Voor de opleidingen betekent het dat ze i.p.v. alleen direct met het faculteitsbestuur nu eerst met allerlei andere opleidingen moeten onderhandelen en dan nogmaals via het gezamenlijke departement met het faculteitsbestuur. Dat is geen verhoging van de efficiëntie.

Wat opmerkingen aangaande het alom bejubelde voorstel om van het AIO naar een beurzenstelsel te gaan. De vraag hier is of dit wel in het belang van ons of dat van de promovendi is:

  • Het lijkt me niet bedacht door mensen die zelf AIO zijn geweest. Ik denk niet dat veel van de oud-AIOs onder ons hun AIO positie hadden willen inruilen voor een beursstatus. Het voorstel brengt namelijk het gevaar van een tweederangs stelsel met zich mee:
  • Hoe gaat het b.v. met onze concurrentiepositie t.o.v. universiteiten die wel het AIO stelsel aanhouden. Daar gaan natuurlijk de beste postgraduates heen want daar krijg je nog goed betaald.
  • Ook wordt het niet aantrekkelijker voor de beste buitenlandse promovendi die nu al moeilijk aan te trekken zijn.
  • Wat voor positie gaan de NWO gefinancierde promovendi krijgen die via projecten worden aangenomen. Als die AIO blijven gaan daar de betere studenten heen.
  • De motivering dat het promotietraject een leerproces is zit natuurlijk ook in het AIO stelsel en bepaald nu al de beloning.
  • Die beloning is voor de eerste jaren van het AIO-schap in de loop der jaren sterk verhoogt omdat men bang was niet de beste mensen aan te trekken. Dit argument schijnt niet meer te tellen.
  • Ook een verlaging van het ambitieniveau van de dissertatie lijkt me niet direct iets wat de promotie op zich aantrekkelijker maakt.
  • De compabiliteit van het stelsel met het (angelsaksische) buitenland zal inderdaad zo verhoogt worden, maar de gepromoveerde nederlandse ex-AIO had juist veel voordelen boven de gepromoveerde PHD-student die vallen nu weg. Dat kan ik uit eigen ervaring onderbouwen.
  • Het is nogal raar om de omvorming te motiveren met de vaststelling dat het voor de instroomcijfers voor de onderzoeksmasters noodzakelijk is om veel van hen een promotieperspectief te kunnen bieden. Ik vraag me dan af wat er uiteindelijk met die grote aantallen minder goed opgeleidde met een minder imposante dissertatie gepromoveerde studenten moet gebeuren op de arbeidsmarkt. We kunnen nu ex-AIO al niet bij de universiteiten plaatsen en of de arbeidsmarkt zit te wachten op meer gepromoveerde letteren studenten vraag ik me af.
  • Het voorstel om sommige PhD studenten een 0,2 fte onderwijs aanstelling te geven naast een 0,8 beurs is rekenkundig wat vreemd. Na 4 jaar hebben ze dan namelijk 3,2fte beurs genoten.

Nog wat losse opmerkingen:

  • Het voorstel om het personeelsbeleid in belangrijke mate door het onderzoeksbeleid (en in minder mate het onderwijsbeleid) te laten bepalen draagt natuurlijk het gevaar in zich dat kwaliteit niet de bepalende factor meer wordt bij het aannemen van nieuwe stafleden. Het lijkt mij dat zwaartepunten in het onderzoek bepaald moeten worden door de interesse van de best mogelijke staf en niet andersom. Die zwaartepunten moeten het resultaat zijn van een dynamisch proces waarin de staf steeds opnieuw vaststelt wat interessant of van belang is. Anders zou je voor meerdere jaren moeten gaan vastleggen wat de wetenschappelijke toekomst is en dat kan evident niet.
  • Als de voorgestelde integratie van de doorstroom MA in de andere masters plaatsvind en daarbij de voorgestelde maar nu nog illegale selectie ingevoerd wordt voor de doorstroom master dan zal dat onvermijdelijk tot minder studenten leiden. Elders aangemerkt als onze belangrijkste inkomstenbron.
  • Het vergelijken van de kwaliteit van Leidse BA-ers in de Master met studenten van buiten lijkt me niet eerlijk, aangezien een student die een Master in een ander land gaat doen over het algemeen iemand is met een hoog ambitie niveau. Dus wij krijgen hier geen doorsnee studenten uit het buitenland en die kan je dus niet vergelijken met Leidse doorsnee studenten.

---------------------------------------------------------

Reactie op: Strategie en Praktijk
Joost Augusteijn

  • De voorstellen van de Denktank over een veranderende BA structuur wordt gebaseerd op de schijnbare onaantrekkelijkheid van onze bestaande BAs. Ik wil daarbij in herinnering roepen dat Leiden twee jaar geleden zich niet raad wist met de aantallen eerstejaars. Het programma is in de tussentijd niet wezenlijk veranderd dus de teruggang in eerstejaars ligt misschien aan andere zaken.
  • Bij de bepaling van de vorm van een vergaande flexibilisering van de BA door de Denktank wordt er vanuit gegaan dat we drie soorten studenten gaan hebben, met een wetenschappelijke, een beroeps en een algemeen academische interesse. Volgens mij gaat dit nogal voorbij aan de werkelijkheid. Die drie soorten studenten zijn er wel maar vormen gezamenlijk volgens mij slechts een minderheid van onze studenten die in meerderheid hier komen omdat ze geschiedenis of een ander vak leuk of interessant vinden en die nog niet weten wat ze later willen gaan doen. Juist die moeten bediend worden lijkt mij.
  • Het kiezen van 30 ects als een basis eenheid levert mijns inziens niet noodzakelijk meer flexibiliteit op. Wel voor een student op een BA als geheel maar niet binnen die 30ects blokken. Die moeten alle opleidingen dan meer gaan samenstellen en dat levert de secretarissen en studiecoordinatoren weer allerlei extra invullingproblemen op.
  • Waarom er wel een profiel moderne tijd wordt voorgesteld en niet b.v. een voor vroegmodern of eventueel middeleeuwen of antieke tijd wordt niet echt beargumenteerd. Ik kan me bij dat andere meer voorstellen maar dat kan aan mij liggen.
                                    
 
   
vorige pagina top pagina