Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Van de decaan

    

Van de decaan

Bundeskanzlerin

Op woensdag 8 maart j.l. vierden we op onze universiteit de Internationale Vrouwendag, en dit jaar mocht onze faculteit de gastvrouw zijn. Het was een leuke middag waarover elders in deze aflevering van Forum verslag over wordt gedaan.

            De discussie over de positie van vrouwen in onze maatschappij kwam recent op allerlei manieren aan de orde. Naar aanleiding van de benoeming van Angela Merkel tot Bundeskanzlerin prees in het dagblad Trouw van 4 januari j.l. ene Maria van de Looverbosch, die zichzelf aanduidt als taalfilosofe en ethica, het Duits als een taal die niet zoals het Nederlands "vrouwen versluiert achter de boerka van de taal". We hebben in het Nederlands immers in veel gevallen geen specifieke vrouwelijke beroeps- en functienamen. Ik vind dit een onzinnige redenering, en ben blij dat Maria van de Looverbosch zich in ieder geval geen taalkundige noemt, zodat de eer van mijn beroepsgroep niet in gevaar is gebracht. Het is juist fijn dat het Nederlands in veel gevallen geen specifieke vrouwelijke beroepsnamen heeft, omdat sexe immers geen relevante informatie behoort te zijn bij de aanduiding van een maatschappelijke functie of beroep. Prima dus dat wij geen aparte naam hebben voor vrouwelijke professoren, en dat onze taal het ons ook niet altijd gemakkelijk maakt zo'n naam te maken: de benaming professore voelt niet goed aan, evenmin als hooglerares. En ik geloof dat we een vrouwelijke directeur bedrijfsvoering niet een 'directrice bedrijfsvoering' moeten gaan noemen. Goed dat het Nederlands zoveel sexe-neutrale namen heeft!

            Onze collega Ariane van Santen, docent Nederlandse Taalkunde aan onze faculteit, heeft over dit onderwerp veel en heel verstandige dingen geschreven, onder andere in een boekje geschreven met haar Gentse collega Johan de Caluwe, uitgegeven door de Nederlandse Taalunie. Ik vind het Duits op dit punt ook wat vermoeiend: altijd te moeten zeggen: "Liebe Hörerinnen und Hörer" wanneer je een toepraak begint, is wat omslachtig, maar dat is in Duitsland wel wat vereist wordt als je politiek correct wilt zijn. 

            Ik word in deze visie bijgevallen door de hoofdredacteur van Opzij, mw  Cisca Dresselhuys, die in het februarinummer van dit blad ook aandacht besteedde aan de discussie rond de term Bundeskanzlerin, en eveneens het Nederlands juist prees vanwege dit voordeel dat we niet zo vaak gedwongen worden om sexe-verschillen te betrekken bij naamgeving van beroepen en functies. Zij valt in haar column ook onze oud-collega's Agnes Sneller en Agnes Verbiest bij, die een soortgelijk standpunt in Trouw verdedigd hebben.

Nu terug waar het me in deze column eigenlijk om gaat, de positie van vrouwen in de universiteit. De kern van het probleem is: waarom zijn vrouwen sterk ondervertegenwoordigd in leidinggevende functies in de universiteit, zowel in de wp-rangen als in de obp-rangen? In de Faculteit der Letteren en ook in de universiteit als geheel is de meerderheid van de studenten vrouwelijk, maar het percentage vrouwelijke hoogleraren is rond de 20 %. En daarbij moeten we bedenken dat Leiden het vergelijkenderwijs helemaal niet slecht doet: de Universiteit Leiden is topscorer in Nederland voor wat betreft het percentage vrouwelijke hoogleraren. Het aantal vrouwelijke decanen van Leidse faculteiten is sinds kort gestegen van 0 naar 1, dank zij de benoeming van prof. Pauline Kleingeld tot decaan van de (relatief kleine) faculteit Wijsbegeerte.  Van alle decanen van Letterenfaculteiten is slechts 1 vrouw, mijn collega Aafke Hulk, die decaan is van de Faculteit Geesteswetenschappen van de UvA. Voor de rest is het Decanenoverleg Letteren en Geschiedenis van de VSNU nog steeds een mannenaangelegenheid, en het zal bij andere disciplines niet veel anders zijn. NWO voert op dit punt echt een beleid, en let bij de samenstelling van de gebiedsbesturen erop dat minstens een derde van de leden vrouw is. Maar toen ik voorzitter was van een van de gebiedsbesturen van NWO, dat voor de Geesteswetenschappen, was er slechts 1 vrouwelijke voorzitter van een gebiedsbestuur, dat voor de gedragswetenschappen. En ook bij de Spinoza-winnaars is er een asymmetrie tussen vrouwen en mannen, die natuurlijk een weerspiegeling is van de opbouw van het hooglerarencorps.

            Het debat over de oorzaken van deze ongelijke verhouding tussen mannen en vrouwen is recent weer opgelaaid. De gynaecologen van Nederland hielden onlangs een congres over deze kwestie, en ook de ANB-Amro wil er wat aan doen, zo blijkt uit een verslag van de onlangs gehouden Women's Banking Day waar prof. Iteke Weeda sprak. Een van de kernvragen is hoe jonge vrouwen het moederschap kunnen combineren met een carrière. De jurist(e) Heleen Mees stelde onlangs in NRC-Handelsblad dat vrouwen onmiddellijk eens echt aan het werk zouden moeten gaan (21 januari 2006): als vrouwen teveel standaard een deeltijdbaan accepteren, zal het nooit wat worden, zo stelt ze. Het is een stelling waarop ik graag eens commentaar zou lezen in ons onvolprezen Forum.

            Het is evident dat de oorzaken van de ongelijke verhouding tussen mannen en vrouwen, ook in de wetenschap, niet alleen te wijten valt aan het gedrag van mannelijke wetenschappers die hun old boys' network zouden gebruiken om vrouwen er buiten te houden. Maar belangrijk blijft te bezien of er factoren een rol spelen in het selectieproces voor leidinggevende functies zoals het hoogleraarschap waar de faculteit en de universiteit direct iets aan kunnen doen. Het concept 'gender mainstreaming' is daarbij van belang. Kortweg, ga niet vrouwen een voorkeursbehandeling geven bij de selectie voor zulke posities, maar kijk bij elke stap in het proces van training en selectie voor leidinggevende functies of er onterecht mannelijke vooroordelen of eenzijdigheden sluipen in beoordeling en afweging van  vrouwelijke kandidaten voor zo'n functie. Betrek emancipatieoverwegingen in de reguliere processen rond personeelsselectie en -ontwikkeling. Een voorbeeld: bij de beoordeling van de kandidaten voor een leerstoel kijk je niet alleen naar de omvang van de publicatielijst, maar vraag je je ook af binnen welke werktijdfactor en onderzoekstijd die resultaten tot stand zijn gekomen. Dat geeft soms een heel ander perspectief op de zaak. Dit is een betere invulling van het emancipatiebeleid dan de bepaling dat bij gelijke geschiktheid vrouwen de voorkeur verdienen, een bepaling die meen ik in de praktijk weinig effect heeft.

            Emancipatie is niet alleen een kwestie van politieke correctheid, van het elimineren van onterechte barrières voor de loopbaan van vrouwen in de wetenschap en elders in de samenleving, het gaat er ook om dat we het beschikbare talent niet onderbenutten als het om vrouwen gaat. Dat is ook een belangrijke reden voor NWO om een bijdrage te leveren aan emancipatie: laat vrouwelijk talent niet verloren gaan, we hebben het dringend nodig. Ik ben het daar van harte mee eens.

            Het Aspasia-programma van NWO is een mooi voorbeeld van gender mainstreaming: vrouwen die binnen een normale wetenschappelijke competititie waarin vrouwen niet worden voorgetrokken boven mannen, een NWO-programma krijgen, kunnen vervolgens via Aspasia bevorderd worden tot UHD, een positie die een mogelijke opmaat is voor het hoogleraarschap, of zelfs direct tot hoogleraar. Tegelijkertijd doet zich hier wel een probleem voor: de commissie van NWO die kandidaten selecteren voor de vernieuwingsimpuls let terecht vooral op wetenschappelijke kwaliteiten van het voorgestelde onderzoeksproject, er is geen sprake van een directe beoordeling van de leidinggevende kwaliteiten van de betrokken onderzoeker. Bovendien komt het voor dat de betrokken facultaire eenheid waarbinnen een Vernieuwingsimpuls-project wordt uitgevoerd, geen behoefte heeft aan nog een leidinggevende, het probleem dat wel wordt aangeduid als dat van het Mexicaanse leger: veel generaals, weinig soldaten. Universiteiten hebben in dit opzicht een eigen verantwoordelijkheid die wel eens kan botsen met het zuiver persoonsgerichte beleid van NWO. Gelukkig zijn er ook regelmatig situaties waarin dit soort frictie zich niet voordoet.

            De weg van de emancipatie is in Nederland dus nog lang niet volledig afgelopen. Wie suggesties heeft voor hoe we meer voortgang kunnen boeken vindt mij bij een luisterend oor.

Geert Booij

Lezersreacties

Reactie: 
Geachte heer Booij, Ik heb met veel belangstelling geluisterd naar uw rede op 8 maart en nu ik uw woorden in schriftelijk vorm zie, vergezeld van een uitnodiging om te reageren, kan ik niet nalaten in te gaan op enkele van uw uitspraken.

U schrijft: 'er is geen sprake van een directe beoordeling van de leidinggevende kwaliteiten van de betrokken onderzoeker' door de commissie van NWO. Dat zou ik graag willen weerspreken. Zoals u weet, wordt aan minstens drie externe referenten een assessment gevraagd, en een vraag die de referenten moeten beantwoorden is de volgende: 'Do you see sufficient evidence that the applicant has the ability to lead and supervise other researchers and support staff?'

Bovendien komt de kwestie 'leiding geven' ook aan bod bij het interview met de commissie in Nederland. Omgekeerd heb ik in mijn geval - en ik ontkom er niet aan uw opmerkingen toch ten dele op mijn eigen situatie te betrekken - op geen enkele manier ondervonden dat de Faculteit zich rekenschap heeft gegeven van mijn leidinggevende kwaliteiten. Bovendien begrijp ik uit uw woorden dat er facultaire eenheden zijn waar geen behoefte is aan een Aspasia-kandidaat, zelfs niet als zij in het gelukkige bezit is van leiddinggevende kwaliteiten. Ik vraag me dan toch af door wie die behoefte wordt vastgesteld en in hoeverre uw metafoor van het Mexicaanse leger opgaat. In de praktijk geeft een projectleider (vrouw of man, met of zonder Aspasia) per definitie leiding aan een groep onderzoekers zonder daarbij eventuele andere 'generaals' in de weg te lopen. Versterking van de positie van een al aanwezige projectleider is een verbetering van de positie van de facultaire eenheid.

In uw argumentatie mis ik het financiële aspect. Ik neem aan dat dat uiteindelijk toch de doorslag geeft. Emancipatie van vrouwen aan de universiteit is prachtig, als het maar geen geld kost.

Naam: Gabrielle van den Berg

----------------------------------

Reactie:
Wanneer Geert Booij meent al te moeten beginnen met mij aan te duiden als "ene Maria van de Looverbosch" en verder meteen al mijn redenering als een onzinnige neerzet omdat enkel taalkundigen iets over woord-gebruik zouden kunnen zeggen, dan schiet dat niet erg op. Waarom trouwens zou vrouwen noemen en benoemen omslachtig zijn?! Laten we de zaak eens omdraaien en laat Geert Booij eens ervaren hoe het, ter illustratie, voor hem is als hij met mevrouw Booij aangesproken wordt. (Nee, niet een keer maar altijd) Maar zo te zien zit het waarschijnlijk allemaal een beetje vast en het is allemaal behoorlijk star in en om Geert Booij, dat het voor hem niet mogelijk is om de situatie eens vanuit een heel andere hoek te bekijken. Dat ik een voor vrouwen belangrijke kwestie bespreek moge blijken uit de storm van reacties (niet enkel in Opzij)op mijn tekst in Trouw. En meer nog uit het de voor zich sprekende cijfers omtrent vrouwen op de arbeidsmarkt. Als je het noemen niet waard bent, voel je je op die plek ook niet thuis. (En daarmee wijs ik enkel naar \"het topje van de ijsberg\" als Booij begrijpt waar ik op doel. Zal wel niet, want mijn betoog over het expliciet noemen van vrouwen in de taal daarvoor heeft hij geen oor, hoewel ie dat dan wel beweerd.(Als woorden niets meer zeggen!) Kijk de taal kan zijn als een huis, als een thuis...Of nee: ik verwijs beter naar mijn artikel onder Media en Cultuur bij www.tempora.nu daar kan enen Booij en verder ieder die dat wil redenering van eerder lezen

Naam: Maria van de Looverbosch

Geef uw reactie

                                    
 
   
vorige pagina top pagina