Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/07 > Interview

Interview

Interview met Rob Zwijnenberg, nieuwe hoogleraar Kunstgeschiedenis (Relatie tussen kunst en natuurwetenschap):

"De maatschappij is zonder ons verdergegaan."

De geesteswetenschappen verkeren in een crisis, meent hoogleraar Kunstgeschiedenis Rob Zwijnenberg, maar via de kunst zouden ze weer het middelpunt kunnen worden van het maatschappelijke debat. Kunstenaars moeten het laboratorium in, wetenschappers het podium op. Een gesprek over vlinders, Genomics en de binnenkant van het menselijk lichaam. "Als wetenschappers het maatschappelijke debat niet durven aan te gaan, zouden hun argumenten wel eens niet zo goed kunnen zijn."

Door Bart de Haas

    
Rob Zwijnenberg,
'geesteswetenschapper met een speciale interesse voor kunst'

Hoe zou u uzelf als wetenschapper omschrijven?

"Ik noem mijzelf een geesteswetenschapper met een speciale interesse voor kunst. Zo ben ik gepromoveerd in Amsterdam aan de faculteit Wijsbegeerte, waarbij mijn proefschrift over Leonardo da Vinci ging. Vervolgens heb ik mijn postdoc bij Wijsbegeerte in Groningen gedaan. Bijna tegelijkertijd werd ik bijzonder hoogleraar aan de Faculteit der Cultuurwetenschappen in Maastricht, waar ik aan verschillende projecten werkte, die deels nog altijd bezig zijn. Dit hier in Leiden is eigenlijk mijn eerste échte vaste baan."

Aan welke projecten werkt en werkte u?

"Eén van die eerste projecten heette 'the Mediated Body'; het onderzoek is nu bijna afgelopen. Het viel mij op dat alles wat we weten over het binnenste van ons lichaam altijd door afbeeldingen gemedieerd wordt. Denk aan de anatomische tekeningen van vroeger of de scans van nu. Allebei zijn ze ook veel gebruikt in kunst. In het onderzoek ging het mij om de vraag wat de invloed van medische visualisatietechnieken is op ons beeld van ons lichaam."

    
Susan Aldworth
Titel: Cogito ergo sum I (2001)


Mixed media brain scan, gold leaf and collage on paper
350 mm x 430 mm

Hoe is dit beeld veranderd? Wat zegt het over ons?

"Sinds de uitvinding van de röntgenstralen is het voor het eerst mogelijk om binnenin ons eigen lichaam te kijken. Dat is nogal wat! Daarvóór kon het gewoon niet, maar nog altijd blijkt dat mensen een visuele ervaring van hun binnenste moeilijk kunnen relateren aan hun eigen lichaam. Ook is het interessant om te zien hoe kunstenaars dankbaar gebruik maken van dit feit. Want juist de kunst was voor mij ook een belangrijk aspect van dit onderzoek, net zoals ik nu in een ander onderzoeksproject kunst en Genomics aan elkaar probeer te koppelen." (www.artsgenomics.org)

Hoe doet u dit?

"Het lijkt heel simpel: ik breng kunstenaars letterlijk het laboratorium in, waar ik hen laat werken en kunst laat maken. Artists in lab, heet dat. Dit doet niet alleen iets met de kunstenaar, maar ook met de wetenschapper. Twee van mijn postdocs kijken vervolgens weer naar deze kruisbestuiving van Genomics en kunst. Zo werkte kunstenares Marta de Menezes met vlinders bij bioloog Paul Brakefield, die onderzoek deed naar het vervormen van vlinders. Zij maakte daar kunstwerken en Paul Brakefield is daar zeer enthousiast over. Dit soort samenwerkingen willen wij bestuderen."

Wie zijn 'wij'?

Dat ben ik zelf, met een aantal aio's, postdocs of studenten. Zo verzorg ik op dit moment, in samenwerking met professor De Groot van W&N ook honours classes. Deze zijn alleen toegankelijk voor excellente bachelors. Hiervoor heb ik de Amerikaanse kunstenaar Adam Zaretsky uitgenodigd (www.emutagen.com). In een laboratorium geeft hij les over biokunst. Ook hierbij probeer ik de verschillende disciplines bij elkaar te brengen en van elkaar te laten leren. Uit deze interactie kunnen dan uiteindelijk allicht weer allerlei nieuwe kunstvormen voortkomen - en daarmee weer nieuwe theorieën. Ook aan de kunstgeschiedenis zullen dus nieuwe vragen worden gesteld."

    
The Tissue Culture & Art
Titel: A Semi-Linving Worry Doll A


McCoy Cell line, Biodegradable/bioabsorbable Polymers and Surgical Sutures
2 cm x 1.5 cm x 1 cm

The Tissue Culture & Art(icifial) Wombs Installation, Ars Electronica 2000

Wat zijn hier eigenlijk de grote voordelen van? Wat levert het op?

"Momenteel staan de geesteswetenschappen volledig buiten het debat over biotechnologie, dat overigens vaak erg emotioneel is. Kunst kan ons dan via de verbeelding toegang geven tot deze technologische activiteiten. Genomics bijvoorbeeld is zeer bepalend voor de toekomst, voor wie en wat wij zijn als mensen, net zoals voorspellende geneeskunde dat is. Dit laatste, genezen wat nu nog gezond is, maar in de nabije toekomst niet meer, kan verregaande consequenties hebben. Hierbij kun - en moet - je volgens mij wel allerlei ethische vragen stellen. Mag je bijvoorbeeld een been afzetten vóór het ziek is?"

Vindt u dit gewenst?

"Daar ga ik niet over. Wat wel gewenst is, is dat wij als geesteswetenschappers hierover nadenken. De technologische ontwikkeling kunnen we toch niet tegenhouden, maar we kunnen de ontwikkeling wel in een bepaalde richting leiden. Dus is het goed dat wij deelnemen aan het debat; sterker nog, dat is zelfs zeer gewenst."

Waarom is dat zo gewenst, als u er toch niets aan kunt doen?

"Biotechnologische ontwikkelingen worden nu gewoon toegepast, vaak aangespoord door de financiële belangen van grote verzekeringsmaatschappijen. Liefst doe ik, en dan bedoel ik niet alleen mijzelf, maar eigenlijk de hele geesteswetenschappen, al vooraf mee aan het debat, zodat we de richting van de geldstromen kunnen sturen of zo nodig bijsturen. Onder meer via de kunst zouden we meer greep op het debat kunnen krijgen. En dat is hard nodig, want de geesteswetenschappen verkeren in een crisis."

In een crisis?

"Ja, al een tijdje. Sociale wetenschappen hebben namelijk het publieke debat van de geesteswetenschappen overgenomen. Denk ook aan de Smartmix. Wetenschappers die met hun onderzoek iets voor de maatschappij kunnen betekenen krijgen geld. Geesteswetenschappers doen hier nauwelijks aan mee. Het maatschappelijk nut van hun onderzoek is namelijk moeilijk te meten. Deels hebben we die vraag al tientallen jaren ontweken. We vonden onszelf zo belangrijk, dat we de vraag naar onze maatschappelijke relevantie ongepast vonden."

Wilt u daarmee zeggen dat het voor de geesteswetenschappen nu te laat is?

"Bijna wel ja, het antwoord op de vraag welk cultureel en maatschappelijk nut wij hebben wordt namelijk steeds lastiger te geven. De maatschappij is in die tussentijd gewoon verdergegaan, zonder ons. Dat is een deel van de crisis, niet het enige, maar wel het belangrijkste aspect. Ik geloof echter dat het nog niet helemaal te laat is, dat kunst die zich nestelt in de natuurwetenschappen één van de manieren is waarop we misschien weer terug in het maatschappelijke debat kunnen komen."

Hoe dan?

"Zelf probeer ik onder meer via mijn projecten maatschappij, wetenschap en kunst weer bij elkaar te brengen. Zo wij betrokken bij een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht en probeer ik te streven naar een samenwerking met het Leidse Naturalis en de Waag in Amsterdam. De opzet is dat hier een groot publiek mee wordt bereikt. Een ander project, hier in Leiden, is een samenwerking met de Veenfabriek. SOS heet het, Scholars on Stage. Het wordt betaald door de faculteit Letteren en de Veenfabriek. Een promovendus bouwt daar de eerste sirene na als onderdeel van zijn onderzoek naar het ontstaan van elektronische muziek. Tenslotte heb ik vanuit NWO een project opgezet waarin kunstenaars en wetenschappers samen een onderzoek uitvoeren (www.co-ops.nl)."

Zitten wetenschappers daar eigenlijk wel op te wachten?

"Om eerlijk te zijn: niet altijd. Dat valt mij soms tegen. Wetenschappers kunnen namelijk nogal eens van slag raken van een kunstenaar. Zij denken bij dierproeven bijvoorbeeld dat het moet kunnen omdat die een hoger doel dienen, namelijk dat van de wetenschap. Voor hen is kunst niet zo'n hoger doel, waarmee de kunstenaars dat hogere doel van de wetenschap dus direct en indirect aan een kritische blik kunnen onderwerpen. Ze stellen de wetenschap als het ware op de proef."

En daar zijn sommige wetenschappers dus bang voor?

"Precies. En dat had ik niet verwacht.  Een kunstenaar doet soms ineens iets met de moderne technologie wat daar totaal niet de bedoeling van was. Sommige wetenschappers willen hier liever niets mee te maken hebben en dus niet met ons samenwerken. Waarschijnlijk zijn ze bang voor het publieke en vooral het emotionele debat. Juist dit vind ik zo vreemd binnen de universiteit. Immers, als je van tevoren bang bent het debat in te gaan omdat je het kunt verliezen, dan zullen je argumenten wel eens niet zo goed kunnen zijn."

Heeft u nog meer ambities in Leiden?

"Om te beginnen wil ik de interdisciplinaire samenwerking met de natuurwetenschappen verder ontwikkelen, zoals ik die reeds heb ingezet, met dank aan decaan Frans Saris, die hier gelukkig bijzonder open voor staat. In verhouding met Maastricht loopt Leiden trouwens erg achter wat betreft de samenwerking tussen en binnen faculteiten. Dit geldt zowel voor onderzoek als onderwijs. Sterker nog, in Maastricht worden wetenschappers soms zelfs min of meer 'gedwongen' om met andere disciplines samen te werken, zodat het inmiddels de gewoonste zaak van de wereld geworden is. Dat mis ik hier, de kloof is vaak nog te groot."

En verder?

"Graag wil ik me inzetten om het onderzoek naar de universitaire en museale collectie vanuit een geesteswetenschappelijk perspectief te stimuleren. Daarnaast ben ik redacteur van diverse internationale series en bundels, zoals over interiority, de binnenkant van het menselijk lichaam, en ben ik bezig met diverse publicaties hiervoor. Tot slot werk ik aan een onderzoek naar anachronismen in de geesteswetenschap. Volgens sommigen is dit altijd een doodzonde. Zelf geloof ik echter dat je ze ook positief zou kunnen zien. Er zijn nu eenmaal bepaalde dingen in het verleden waar je alleen vanuit het nu iets zinnigs over kunt zeggen."

                                    
 
   
vorige pagina top pagina